Print dit verslag
    Stuur door naar vriend(in)
Info verslag
Auteur: Vandeloo, Jos
Verslagtype: Uittreksels
Literatuurtype: Literatuur
Maker: Bekend
Taal: Nederlands
Vak: Nederlands
Commentaar: -
Cijfer: 7
Beoordeling scholier:  (51 stemmen)
Beoordeling docent: SuperSuperSuper
Aantal keer bekeken: 5172
Relevante documenten
Beoordeel dit verslag
slecht
matig
voldoende
goed
uitmuntend
Nederlands

Vandeloo, Jos
De Vijand

LET OP: Dit verslag is uitsluitend bedoeld als hulpmiddel bij het maken van je eigen verslag en niet om zomaar in te leveren bij je docent(e).

Complete titelbeschrijving
Jos Vandeloo, De Vijand, Amsterdam, Antwerpen 1995 (16e druk)

Motivatie voor boekkeuze
Van een klasgenoot hoorde ik dat Jos Vandeloo een erg goede schrijver is, dus wilde ik wel een boek van hem lezen. De Vijand leek me het leukst omdat het over de 2e Wereldoorlog gaat, dat interesseert me wel.

Samenvatting
De ik-persoon, een 15-jarige jongen, woont in een kleine dorpsgemeenschap waar de huizen slordig aan een straatweg staan. Aan de overkant van de straat is een veld waar Amerikaanse soldaten hun tenten hebben opgeslagen. Hij vindt de Amerikanen vreemde kerels, maar toch kan hij goed met ze opschieten. Hij krijgt wel eens iets te eten van ze. In ruil daarvoor geeft hij ze steenkool, het enige waar de bewoners van de huizen geen gebrek hebben. Het gezin van de jongen bestaat uit zijn moeder, een zusje en twee broers. Zijn moeder lacht de laatste nogal vermoeid , vind hij. De oorlog heeft haar moe en oud gemaakt. Zijn zusje zingt veel Amerikaanse liedjes en zijn broers eten volgens hem alleen maar. In het soldatenkamp zijn vier soldaten: 'Paps', Houston, Mac (Mac-Donald) en Karl. Hij is veel bij Paps en Houston. De soldaten maken vreemde grappen over de vrouwen en meisjes uit het dorp waar hij iets van begrijpt. Veel vrouwen en meisjes spreken al Engels en zitten een beetje achter de Amerikanen aan. Ze krijgen ook chocola en sigaretten.
De jongen mag af en toe bij Paps in de uitkijktoren zitten en met de verrekijker naar de boeren in de omgeving kijken. De boeren die je wegsturen als je om wat te eten vraagt of die verschrikkelijk veel geld vragen. De soldaten doen niet veel. Ze lezen, zitten in de uitkijktoren of doen niets. Op een dag ziet hij vanuit de uitkijktoren Bea komen, een meisje waarmee hij samen is opgegroeid. Ze komt vaak in het kamp. Ze hebben vaak samen in de schuilkelder gezeten. Als de jongen de tent ingaat, ziet hij dat een van zijn Amerikaanse vrienden op Bea neerstrijkt, behoedzaam en geruisloos als een grote vogel. De vader van de jongen en de andere vaders in de buurt moesten een schuilkelder graven om hun gezinnen en henzelf te beschermen, want ze woonden in de vlieglijn. Ze woonden net in een niemandsland, dat nu eens door de Amerikanen bezet was en dan weer door de Duitsers. Soms was het rustig tijdens de nachten. Soms verontrustend kalm. Dan gingen hij en Bea dicht bij elkaar zitten en hielden ze elkaars hand vast. Ze zaten met ongeveer dertig personen in de schuilkelder. Tijdens het slapen legen ze met de hoofden in het midden, zo dat zijn hoofd dat van Bea raakte. Hij droomde ervan later als ze ouder waren te vrijen met Bea.
De mannen zaten 's morgens in een kring en bespraken een of ander plan. Iedereen had om de beurt wacht. Ondanks de regen kwamen de schoten steeds dichterbij. Toen alles weer rustig was, klonk er nog één schot, vlak bij de schuilkelder.
Na veel aarzelingen gaat de vader van de jongen en een andere vader naar buiten om te kijken wat er is. Het duurt lang voor ze terug zijn. als ze terug zijn, zeggen ze dat er een Duitser neergeschoten is. Ze hebben hem in een schuurtje gelegd. De bewoners van de schuilkelder konden niet veel meer doen voor een dodelijk gewonde Duitse soldaat. Een paar mensen gaan ondanks het schieten nog naar hem toe om te proberen de pijn te verminderen. Hij sterft en ze denken eraan dat niemand hem uit het schuurtje zal weghalen. Iedereen zou aan de dode denken als hij het schuurtje binnen zou komen. Het schieten verminderde. Toen de vader van de jongen en een andere vader net terug waren van de dode Duitser, was er rumoer op de straat dat steeds heviger werd. Plotseling werden de zakken die de ingang van de kuil bedekten weggerukt. De wacht sprong op maar kroop direct terug. Er stak een geweerloop naar binnen. Iedereen moest eruit. Er waren veel Duitse soldaten. Ze hadden de dode gevonden en riepen en scholden op iedereen. Ze dachten dat zij de soldaat gedood hadden. Plotseling werden de mannen apart genomen. De jongen en zijn broers stonden bij hun moeder. De mannen werden afgevoerd. De vader van de jongen liep vooraan. "In dit ene ogenblik, nu hij zo kwetsbaar was, hield ik bijzonder veel van hem.".
(Deze samenvatting heb ik van internet met een beoordeling van 5 sterren door 8 personen)

Fabel van het boek
Een jongen van 15 woont op een stuk land tussen België en Nederland aan het eind van de 2e wereldoorlog. Het stuk land wordt telkens ingenomen door de Duitsers of weer door de Amerikanen. Hij en de rest van het dorp schuilen in een schuilkelder, als ze een zwaargewonde Duitse soldaat vinden die ze verzorgen. Als hij dood gaat worden ze gevonden door de Duitsers die zijn vader doodschieten. Zes maanden later raakt hij bevriend met een paar Amerikaanse soldaten die moeten vechten tegen de Duitsers die het gebied proberen in te nemen.

Uitgewerkte persoonlijke reactie

Onderwerp
Het onderwerp van het boek zijn de gevoelens van een jongen in de 2e wereldoorlog, dat is op zich wel goed uitgewerkt omdat het verhaal in de ikpersoon is geschreven dus worden zijn gedachten ook duidelijk weergegeven. De gebeurtenissen die de jongen meemaakt zijn minder diepzinnig maar worden wel uitgebreid verteld. De visie van het boek is eigenlijk dat de oorlog zinloos is en dat het het leven van die jongen verandert heeft.
Ik vond het boek wel interessant omdat het over de 2e wereldoorlog ging, daar gaan al een heleboel boeken over maar dit is eigenlijk de enige die ik heb gelezen waar zo weinig actie (qua schieten, bombardementen, enz) in zit maar die wel aardig boeiend is. Daarom is het denk ik ook makkelijker om je in te leven in de jongen ook al heb ik nog nooit een oorlog meegemaakt. Ik ben wel er wel over nagaan denken hoe het zou zijn om zo onzeker te zijn omdat het land dan door de vijand en dan weer door de vriend wordt veroverd in de oorlog.
Ik had meer een boek verwacht over bombardementen, gevechten, onderduikers, enz. dus het boek was niet helemaal wat ik verwacht had.
Oorlogswinter van Jan Terlouw is denk het boek wat het dichtst bij dit boek komt omdat het ook over een jongen in de 2e wereldoorlog gaat.

Taalgebruik
Het taalgebruik in het boek was niet moeilijk, want er werden haast geen moeilijke woorden gebruikt en de paar woorden die wel lastig waren kon ik wel begrijpen uit het tekstverband.
Het boek is een beetje op een poëtische of filosofische manier geschreven, dat kan ik het best uitleggen met een stukje tekst; ’Er staan zes huizen, een beetje alleen buiten het dorp, net als of ze zich schuchter uit de dorpsgemeenschap hebben losgemaakt om nu, als asociale stenen wezens, hun desolaat leven te slijten in een sfeer van eenzaamheid en verstarring.’ (blz.5)
Dit taalgebruik leverde eigenlijk geen bijzondere problemen op behalve dan dat het soms wat langdradig werd, maar het maakt het boek ook heel mooi.
Het taalgebruik paste wel bij de jongen en dus ook bij het onderwerp omdat de jongen veel over dingen nadenkt.

Verdiepingsopdracht

Fabel en sujet

Het verschil tussen fabel en sujet in het boek is duidelijk; de jongen verteld eerst de gevolgen van de dood op zijn vader en daarna pas hoe en waarom het gebeurde, dat is dus geen logische volgorde. De functie van deze volgorde van de gebeurtenissen is de lezer in spanning houden en door te laten lezen omdat je wilt weten wat er gebeurt is, eigenlijk is het een heel grote open plek. Dat effect had het ook op mij want ik werd erg nieuwsgierig.
Het sujet van het boek gaat ongeveer zo: De jongen verteld eerst over het dorp, zijn familie, de soldaten en over Bea, het meisje waar hij verliefd op is. Hij gaat daarna naar de uitkijktoren bij de tent waar de soldaten zijn, na dat hij Bea naar de tent ziet komen wacht hij even en gaat daarna ook naar beneden. Hij ziet dan dat Bea en een van de soldaten seks hebben. Hij is daar erg verdrietig over, als hij naar buiten gaat ziet hij dat het regent. De regen herinnert hem aan iets ergs wat hij heeft meegemaakt zes maanden voor de soldaten kwamen. Dan verteld hij over de schuilkelder die zijn vader met andere mannen uit het dorp had gemaakt en over de gewonde Duitser die ze verzorgden in het heetst van de strijd maar die toch stierf. Hij verteld over de andere Duitsers die dachten dat zij de Duitser hadden vermoord, als wraak vermoordden ze alle mannen uit het dorp en dus ook de jongen zijn vader.

Tijd
Het boek speelt aan het einde van de 2e wereldoorlog zo rond ‘44/’45 dat kun je weten omdat de Duitsers op de vlucht zijn;’ De Duitsers hadden kennelijk andere dingen aan hun hoofd. Hier en daar wat weerstand bieden en dan het vege lijf redden’(blz. 10/11) en ‘De Duitsers trokken in wanorde terug’(blz. 59).
Het verhaal wordt aardig continu verteld maar er wordt wel gebruik gemaakt van tijdsverdichting zoals; ‘Een tijd later trad de oorlog kennelijk in zijn voor ons beslissende fase.’(blz. 59) en ‘Na enkele dagen kwam er verandering in de onzekere toestand.’ (blz. 60).
De belangrijkste flashback is vanaf het moment dat de regen de jongen herinnert aan de moord op zijn vader, hij begint dan te vertellen wat er gebeurde zo’n zes maanden voor de Amerikaanse soldaten kwamen deze flashback duurt van hst. 12 tot het eind. Die flashback was duidelijk te herkennen omdat het geschreven is in de verleden tijd en de rest van het verhaal in de tegenwoordige tijd. De functie van de flashback is uitleggen waarom de jongen de regen haat.
Een belangrijke vooruitwijzing is ‘Dagenlang zat de metalen echo van de kogels in mijn lichaam, nee, ik mag er nu niet meer aan denken, het is voorbij.’(blz. 8). Dit wijst vooruit naar de moord op de jongen zijn vader.
Een belangrijke terugverwijzing is ‘De laatste maanden hebben we vaak samen in de schuilkelder gezeten…Ook ik was bang, maar ik was tegelijk in die ogenblikken groot en volwassen en rijp.’(blz. 45) hier verteld de jongen hoe hij Bea steunde tijdens de tijden in de schuilkelders. Dit laat zien hoe veel hij van Bea houdt.
Door de vooruit- en terugverwijzingen wil je door blijven lezen en komt er spanning in het verhaal.
De verhouding tussen de vertelde tijd en de verteltijd is dat de vertelde tijd groter is dan de verteltijd. De verteltijd is namelijk 103 bladzijden (twee avondjes lezen) en de vertelde tijd is zo’n 6 1/2e maand.

Personages
De hoofdpersoon is een 15-jarige jongen, in het boek worden zijn naam en uiterlijk niet vermeldt. Hij denkt erg veel na over dingen en is erg getraumatiseerd door de dood van zijn vader. Hij is een beetje in zichzelf gekeerd en durft geen vrienden te maken. Hij ontdekt door de gewonde Duitse soldaat dat de oorlog zinloos is voor vriend en vijand en hij denkt veel na over wie de vijand nou eigenlijk is;’Maar wie is tenslotte de vijand? Iedereen is de vijand en niemand is de vijand. Ik geloof dat vrienden en vijanden aan dezelfde tafel zitten, soms op dezelfde stoel. Misschien zijn wij onze eigen vijand?’(blz. 53). Zijn doel is onduidelijk maar waarschijnlijk is het het ontdekken van wie de vijand is.
Dit personage is een karakter omdat hij heel uitgebreid beschreven wordt en omdat je alles door zijn ogen ziet.
De andere belangrijke personages zijn de soldaten; Paps, Karl, Houston en Mac (MacDonald), Bea, de jongen z’n vader en moeder.
Paps is klein en dik. Hij baalt van de oorlog en wil graag weer terug naar Amerika want alles wat Amerikaans is, is geweldig volgens hem. Karl is erg dun en lang (‘Karl die zo dik is als een geweer, denk ik.’(blz.42)) de jongen vindt hem een beetje onbetrouwbaar, Karl is ook degene die Bea verkracht. Houston is eigenlijk nog een jongen hij is stil en is verliefd op een meisje uit een dorpje dichtbij, hij scheert zich elke dag voor haar. Mac is heel aardig en lacht heel veel hij praat heel onduidelijk. Hij is de enige die de jongen volledig vertrouwt.
Bea is het meisje waarop de jongen verliefd is, ze is stevig gebouwd maar niet dik.
De vader van de jongen is zwijgzaam en koppig de jongen houdt veel van hem. De moeder van de jongen is moe en droevig van de oorlog ze heeft lang zwart haar.
Deze personages zijn eerder types dan karakters omdat er niet diep op ze in wordt gegaan.
Paps, Mac, Houston,Vader en Moeder zijn de helpers van de jongen want zij geven hem steun tijdens de oorlog. Karl, Bea en de Duitsers zijn tegenstanders omdat ze de jongen pijn doen. Door Karl en Bea gaat hij twijfelen wie de vijand echt is.
Het is best wel moeilijk om je met de jongen te identificeren omdat ik zelf geen oorlog heb meegemaakt dus ik heb ook geen idee hoe ik me daarbij moet voelen.

Beargumenteerd eindoordeel
Ik vond het boek erg mooi omdat het erg diepzinnig is. Het is ook wel nieuwsgierig makend omdat ik erg graag wilde weten waar de regen de jongen aan herinnerde. Ik ben ook aan het denken gezet door het boek over wie je echte vijand is en hoe het zou zijn om in oorlog te leven. Het stuk dat z’n vader en de andere mannen worden vermoordt is erg indrukwekkend want het beschrijft de gevoelens van de jongen en hoe de vrouwen smeken aan de Duitsers om de mannen te laten leven.

Evaluatie
Het lezen van het boek was niet zo moeilijk omdat ik gewoon al heel veel lees. Ik moest het boek wel twee keer lezen voordat ik echt begreep hoe het met de tijd zat, omdat er een hele lange flashback in zit. Ik ben best wel tevreden over opdracht 1 t/m 5 omdat die niet erg moeilijk waren.
Bij opdracht 6 vond ik het onderwerp ‘fabel en sujet’ wel lastig, maar daar ben ik volgens mij wel uitgekomen. Ik vond wel dat het een erg tijdrovende opdracht was, omdat ik van alles op moest zoeken uit het boek.
Ik had het idee dat ik het verschil tussen fabel en sujet nog niet zo goed snapte maar nadat ik het boek en mijn aantekeningen nog eens goed had doorgelezen snapte ik het wel weer.
De volgende keer ga ik eerder beginnen met een verslag om het werk een beetje te verspreiden zodat ik niet meer alles in een paar dagen hoef te doen.
Terug Stuur je eigen verslag op Opnieuw zoeken