Print dit verslag
    Stuur door naar vriend(in)
Info verslag
Auteur: Ajar, Emile
Verslagtype: Uittreksels
Literatuurtype: Literatuur
Maker: Bekend
Taal: Frans
Vak: Frans
Commentaar: -
Cijfer: vold.
Beoordeling scholier:  (59 stemmen)
Beoordeling docent: - (geen beoordeling beschikbaar)
Aantal keer bekeken: 7441
Relevante documenten
Beoordeel dit verslag
slecht
matig
voldoende
goed
uitmuntend
Frans

Ajar, Emile
La vie devant soi

LET OP: Dit verslag is uitsluitend bedoeld als hulpmiddel bij het maken van je eigen verslag en niet om zomaar in te leveren bij je docent(e).

Let op Emile Ajar is de pseudoniem van Romain Gary, op deze naam zijn op collegenet meer uittreksels te vinden!!!


La vie devant soi - Emile Ajar (pseud. van Romain Gary)
Merles Blancs 1996, Wolters Noordhoff, Groningen 1e druk
oorspronkelijke uitgave: uitgeverij Gallimard, Parijs, 1975

Résumé:

Dans La vie devant soi raconte Momo (Mohammed) l'histoire. Il est un arabe, et il est abandonnée par ses parents. Ses parents ont donné Momo à Madame Rosa, un vielle Juive. Elle habite à Belleville, un quartier de Paris avec beaucoup de Juifs, Arabes, et noirs. Elle habite dans le sixième étage, et parce qu'elle est très grosse, elle a des difficultés de venir là.
Madame Rosa était prostituée. Elle a une sorte de "crèche", où sont beaucoup d'enfants. Par nourrir de ces enfants elle gagne de l'argent. Dans le "crèche" il y a un enfant juif, Moïse, un enfant vietnamien, et un enfant noir, Banania. Ils n'ont pas de attestation de naissance. Momo est le plus grand de ces enfants, il a quatorze ans. Momo pense qu'il a dix ans.
Momo a un chien, et parce qu'il pense qu'il ne puisse pas donner le chien une vie normale, il le vend. Il jette l'argent dans un égout. Madame Rosa croit qu'il est fou, et elle vient chez docteur Katz avec lui. Docteur Katz dit que Momo n'est pas fou, et il donne Madame Rosa des tranquilissants.
Un jour, Madame Rosa et Momo ont trouvé Monsieur N'Da Amédée. Il est mort. Madame Rosa écrivait souvent des lettres à la famille africain de Monsieur N'Da Amédée, parce que Monsieur N'Da Amédée est analphabète.
Madame Rosa a des faux papiers pour prouver qu'elle ne soit pas juive. Dans la Deuxième Guerre Mondiale, elle était enfermé dans un camp de concentration allemand, et elle a toujours peur que les Allemands viennent de la chercher. Elle va toujours à sa trou juif, où elle a une chambre avec un fauteuil. Elle calme là, quand elle a peur pour les Allemands. Elle a un portrait de Hitler, et quand elle voit celui, elle devient calme.
Il y a des maladies dans le crèche, un peu d'enfants tombent malade et Madame Rosa tombe aussi malade.
Momo apprend beaucoup de monsieur Hamil, qui est aussi Arabe et musulman. Il apprend de sa réligion arabe, et il apprend lire le Koran.
Momo a un parapluie, Arthur, et ce parapluie est son ami. Il a décoré Arthur, et il l'a habillé. Avec Arthur il donne des petites présentations dans le boulevard et il gagne d'argent.
Momo va voir un petit cirque dans un vitrine, et il voit un dame. Il la suive, mais elle disparaît. Plus tard, il voit la dame de nouveau. elle s'appelle Madame Nadine. Ils vont manger une glace. Madame Nadine dit à Momo qu'elle travaille chez un cinéma, qu'elle fait parler les gens d'une voix humaine au cinéma.
La santé de Madame Rosa périclite, et Momo appelle le docteur Katz. Il veut la mettre dans l'hôpital. Momo ne le veut pas, et Madame Rosa reste à la maison. Madame Rosa a peur qu'elle ait cancer, mais docteur Katz raconte que Madame Rosa n'ait pas de cancer.
Quand Madame Rosa est sénile de nouveau, Monsieur Waloumba et ses frères viennent de l'amuser. Ils crachent le feu.
Un jour un vieil homme malade vient chez Madame Rosa. Il veut voir son fils, Momo. Momo ne le connaît pas, et il ne croit pas qu'il soit son père. L'homme s'appelle Yoûssef Kadir. IL a confié Momo à Madame Rosa quand il avait trois ans. Il n'a jamais contacté Madame Rosa. Madame Rosa dit à Monsieur Kadir que Moïse est son fils, il ne le croit pas. Il devient si furieux, qu'il meurt. Les frères Zaoum viennent. Ils mettent le corps de Monsieur Kadir dans le quatrième étage, devant la porte de Monsieur Charmette.
Momo vient à Madame Nadine, pour parler de Madame Rosa. Il raconte à Madame Nadine et son mec Ramon que Madame Rosa va mourir, et il raconte de Madame Lola, une travesti.
Un jour monsieur Katz veut absolument que Madame Rosa aille à l'hôpital. Momo lui demande l'euthanasie pour Madame Rosa, mais docteur Katz lui dit que l'euthanasie est sévèrement interdite par la loi. Madame Rosa reste à la maison.
Momo a une idée. Il dit à docteur Katz que Madame Rosa vienne à Israël, et qu'elle va mourir avec sa famille. La famille vient de l=emmener à Israël.
Momo veut que Madame Rosa meurt dans son trou juif. Madame Rosa est dans un coma, et puis elle meurt. Momo reste avec elle pour quelques semaines, il reste dans le cavre chez le cadavre de Madame Rosa. Puis les policiers viennent d'emmener Madame Rosa.


Personages

Momo (Mohammed)
Hij is de hoofdpersoon uit het verhaal, hij is veertien jaar oud. Hij denkt echter dat hij tien jaar is. Hij is door zijn ouders bij Madame Rosa "gedumpt" toen hij drie jaar was. Hij houdt erg veel van Madame Rosa, hoe zieker ze wordt, hoe meer Momo van haar gaat houden. Hij wil af en toe weglopen van huis, en dan gaat hij de stad in. Hij gaat ook vaak naar Monsieur Hamil, van hem leert hij veel over de moslims. Hij gaat ook vaak naar Madame Nadine, die hij heeft ontmoet toen hij naar een circus zat te kijken. Hij praat met haar over zijn eigen leven, en over Madame Rosa.
Momo kent zijn ouders niet. Zijn vader heet Kadir Yoûssef. Hij is een oude, zieke man. Hij heeft een tijdlang in een gesticht gezeten, omdat hij Momo's moeder Aïcha heeft vermoord. Zij tippelde voor hem in les Halles. Momo gelooft niet dat Monsieur Yoûssef zijn vader is.
Momo is bang dat hij en Madame Rosa uit elkaar worden gehaald, hij wil niet dat Madame Rosa naar het ziekenhuis moet, en hij verzet zich ook hevig als Docteur Katz dit wel wil doen. Hij doet alles om bij Madame Rosa te blijven.
Momo heeft een paraplu, Arthur, die hij beschouwt als een vriend. Hij kleedt de paraplu aan, versiert hem en hij geeft met de paraplu kleine optredens op de boulevard.
Momo is een round character. Hij verandert in de loop van het verhaal, in het begin wil hij telkens weg van het huis van Madame Rosa, maar later wil hij juist bij haar blijven. Als Madame Rosa gestorven is, blijft hij nog weken bij haar, hij wil maar geen afscheid van haar nemen.

Madame Rosa
Zij is een oude, joodse vrouw, geboren in Polen. Ze woont op de zesde etage in een flat, en ze heeft een soort kinderdagverblijf waar ze kinderen opvangt en opvoedt. Hier verdient ze geld mee.
Vroeger was Madame Rosa een prostituée. Ze verdiende haar geld door te tippelen.
Ze heeft in de Tweede Wereldoorlog in een concentratiekamp gezeten en ze is doodsbang dat ze door de Duitsers opgehaald wordt. Ze wordt hierdoor helemaal verward, en ze vlucht dan naar haar kelder, een ingerichte kamer met een groot fauteuil. Ze heeft onder haar bed een portret van Hitler waar ze naar kijkt als ze weer een angstaanval heeft.
Ze is heel erg dik, en ze heeft daarom problemen om de trap op te komen naar haar huis. Ze krijgt steeds meer gezondheidsproblemen, als er ziektes onder de kinderen heersen krijgt zij die ziektes ook. Ze is een soort "verzamelpunt" voor alle verschillende ziektes. ze takelt steeds meer af. Ze wordt geestelijk slecht, en af en toe zit ze in het niets te staren met haar mond en haar ogen wijd open. Ze is heel bang dat ze kanker heeft. Dit blijkt niet zo te zijn.
Ook is Madame Rosa bang dat Momo van haar afgepakt wordt, ze wil het liefst dat Momo en zij zo lang mogelijk bij elkaar blijven.
Madame Rosa is een round character, ze speelt een belangrijke rol in het verhaal. Alles draait immers om haar. Ook zie je haar veranderen, haar gezondheid neemt steeds meer af, net zolang totdat ze in coma raakt en in haar kelder sterft.


Docteur Katz
Hij is de dokter en een vriend van Madame Rosa, hij komt telkens om te kijken hoe het met Madame Rosa gaat. Hij wil Madame Rosa opnemen in het ziekenhuis wanneer haar gezondheid steeds meer achteruitgaat, maar Momo werkt niet mee. Momo wil dat Madame Rosa thuis doodgaat. Docteur Katz zegt tegen hem dat het beter is dat ze naar het ziekenhuis gaat, maar Momo wil niet naar hem luisteren. Ook wil Docteur Katz geen euthanasie plegen op Madame Rosa, wat Momo hem vraagt. Hij zegt dat het verboden is.
Docteur Katz is ook een jood, net als Madame Rosa..
Hij is een round character, hij speelt een belangrijke rol voor Momo en voornamelijk voor de zieke Madame Rosa.

Monsieur Hamil
Hij is net als Momo een Arabier. Hij is Moslim en hij leert Momo dingen over de Moslims en hij leert hem de Koran lezen. Hij vertelt Momo veel over zijn geboorteland.
Hij is een tapijtenverkoper en hij is een vriend van Madame Rosa. Ze kennen elkaar al heel lang.

Moïse
Hij is één van de kinderen die door Madame Rosa wordt opgevoed. Hij is joods.

Banania
Hij is een afrikaanse jongen, en hij woont ook bij Madame Rosa.

Madame Nadine
Zij is de vrouw, die Momo gezien heeft in de stad, waar hij naar een circus zat te kijken. Ze heeft een vriend, Ramon. Madame Nadine werkt bij een bioscoop, waar zij stemmen inspreekt.

Monsieur N=Da Amédé
Hij is een pooier, hij komt af en toe langs bij Madame Rosa. Hij is analfabeet, en hij laat Madame Rosa brieven schrijven naar zijn familie in Afrika. Hij heeft altijd twee lijfwachten bij zich. Zij hebben een keer gefaald, want op een dag wordt hij vermoord.

Monsieur Yoûssef Kadir
Hij is de vader van Momo. Hij is oud en ziek. Hij heeft elf jaar in een gesticht gezeten, omdat hij Momo=s moeder Aïcha heeft vermoord. Zij tippelde voor hem in Les Halles. Hij heeft zijn zoon bij Madame Rosa gedropt, en hij heeft nooit contact met haar gehad. Op een dag komt hij naar het huis van Madame Rosa toe, om voor de laatste keer zijn zoon Momo te zien. Momo kent hem helemaal niet. Hij wil zijn zoon zien, maar Madame Rosa zegt dat Moïse zijn zoon is. Hij gelooft haar niet en hij wordt zo kwaad, dat hij een hartaanval krijgt en doodgaat.

Monsieur Waloumba
Hij is een vuurspuwer die van tijd tot tijd komt om Madame Rosa op te vrolijken. Hij heeft een zwarte huidskleur en komt uit Kameroen. Als Madame Rosa weer geestelijk achteruitgaat, voor zich uit zit te staren met haar mond open en nergens op reageert, belt Momo hem op om een show te geven voor Madame Rosa. Hiermee hopen ze haar weer tot haar bewustzijn te brengen.

Les frères Zaoum
Zij zijn twee verhuizers, die Madame Rosa komen Averlossen@ van het lijk van Monsieur Yoûssef Kadir. Zij leggen het lijk voor de deur van Monsieur Charmette.

Monsieur Charnette
Hij is een mede-flatbewoner van Madame Rosa, hij woont op de vierde verdieping. Hij komt bij haar op bezoek als zij een crisis heeft.

Madame Lola
Zij is een travestiet van ongeveer vijfendertig jaar oud. Ze komt uit Senegal. Ze is eigenlijk een man, maar vindt het leuker om zich als vrouw voor te doen en in vrouwenkleren te lopen. Ze heeft altijd felle make-up op haar gezicht. Ze komt vaak bij Madame Rosa langs, want ze is een vriendin van haar. Ook zij blijft bij Madame Rosa tot aan haar dood.

Ramon
Hij is de vriend van Madame Nadine.

Arthur
Arthur is geen persoon, maar een voorwerp dat Momo als zijn vriend beschouwt. Hij is een paraplu. Momo kleedt hem aan en versiert hem, en hij treedt met hem op in de stad. Hier verdient Momo wat geld mee.



Vertelperspectief

Het verhaal wordt verteld vanuit Momo, we zien het verhaal door zijn ogen. Hij gebruikt ook makkelijke taal, zo kan je makkelijk zien dat het verhaal door een kind wordt verteld. De vertelsituatie is een ik-vertelsituatie. Momo treedt op als de ik-persoon. De lezer kan zich goed inleven in het verhaal.

Thema

Een kleine jongen, verlaten door zijn ouders, woont in bij een vrouw die jaren voor hem zorgt, totdat ze ziek wordt en overlijdt.

Genre

Het verhaal La vie devant soi is een psychologische roman, in dit boek worden voornamelijk de gevoelens van Momo weergegeven. Er wordt vooral beschreven hoe zijn verhouding is met andere personages uit het boek. Het gaat vooral om de personen, er komen veel personen in het boek voor. Er zijn niet zoveel gebeurtenissen.

Mening

Ik vond La vie devant soi een indrukwekkend boek. Ik kon me erg goed inleven in Momo, ik kon me goed plaatsen in het verhaal. Ik vond het wel zielig voor Momo dat Madame Rosa uiteindelijk overleed. Af en toe vond ik het boek wel humoristisch, omdat Momo voor sommige uitdrukkingen zijn eigen woorden heeft.
Ik kon me goed voorstellen hoe Momo op verschillende gebeurtenissen reageerde en hoe hij over bepaalde dingen dacht. Ook kon ik me goed voorstellen hoe Madame Rosa zich voelde tijdens haar ziekte, en ik vond het zielig voor haar dat ze trauma=s heeft overgehouden aan de Tweede Wereldoorlog. Ik kon me ook wel voorstellen dat Momo af en toe naar Madame Nadine Avlucht@, zo kan hij tenminste zijn verhaal bij iemand kwijt, en kan hij zijn hart uitstorten.
Er gebeuren niet echt veel dingen in het boek. De gebeurtenissen houden wel een goed verband met elkaar aan, ze komen logisch uit elkaar voort. De gebeurtenissen en de personages zijn wel geloofwaardig, ik heb het idee dat dit verhaal echt gebeurd zou kunnen zijn.
De bouw van het boek is niet moeilijk. Het boek is chronologisch, de gebeurtenissen volgen elkaar in tijdsvolgorde op.
Ook de stijl is niet moeilijk: Momo vertelt het verhaal in zijn eigen woorden, en het was niet echt moeilijk om het te volgen. Ook wordt het je makkelijker gemaakt om het boek te lezen, omdat er een woordenlijst achterin het boek stond. De woorden die Momo gebruikt zijn aangepast aan zijn leeftijd, aan de taal van een veertienjarige.
Ik had er wel plezier in om het boek te lezen, het was een leuk boek. La vie devant soi is het eerste Franse boek dat ik gelezen heb. Ik dacht voordat ik het boek ging lezen dat het heel moeilijk zou zijn om in het Frans te lezen, maar het is me erg meegevallen. Ook heeft het me erg geholpen dat we dit boek klassikaal hebben behandeld.
Terug Stuur je eigen verslag op Opnieuw zoeken