Print dit verslag
    Stuur door naar vriend(in)
Info verslag
Verslagtype: Werkstukken
Taal: Nederlands
Vak: Klassieke en Culturele Vorming
Commentaar: -
Aantal keer bekeken: 7191
Relevante documenten
Klassieke en Culturele Vorming

Euripides: Trojaanse Vrouwen

LET OP: Dit verslag is uitsluitend bedoeld als hulpmiddel bij het maken van je eigen verslag en niet om zomaar in te leveren bij je docent(e).

Euripides:
Trojaanse vrouwen

praktische opdracht KCV
David Meijer, 5

1. Samenvatting en typering personages
De tragedie begint met een proloog waarin Poseidon (die aan de kant van de Trojanen heeft gestaan) de verwoestingen betreurt die Troje zijn aangedaan. Hij geeft een beschrijving van Troje na de oorlog, waarna Athene (die tot dan toe aan de kant van de Grieken heeft gestaan) Poseidon komt overhalen haar te helpen. De Grieken hebben haar trots namelijk gekrenkt en Athene wil wraak nemen door de Grieken op weg naar huis te teisteren met rampen. Poseidon biedt haar de hulp waarnaar zij vraagt graag aan.
Hecabe, de hoofdpersoon in deze tragedie, treurt om haar verliezen: haar man en haar zoons zijn gedood, en haar dochter Polyxena is verdwenen. Later hoort Hecabe dat ze geofferd is bij het graf van Achilles. Hecabe treurt ook om het lot dat haar te wachten staat nu ze slavin is van de Grieken. De andere Trojaanse vrouwen (het koor) delen haar verdriet en wachtend op de heraut van de Grieken, die hen zal vertellen aan wie ze zijn toegewezen, bejammeren de dames hun lot.
De heraut Talthybius komt vervolgens vertellen dat Hecabe is toegewezen aan Odysseus; haar maagdelijke dochter Cassandra gaat met Agamemnon mee om als bijzit te fungeren; Andromache gaat naar de zoon van Achilles.
Cassandra zegt met Agamemnon te willen trouwen en mee te gaan naar Sparta. Hecabe en het koor begrijpen niet waarom zij zo graag met Agamemnon mee wil, waarna ze uitlegt dat ze dat enkel wil omdat ze hem dan het leven zuur kan maken en zijn geslacht uit kan roeien. Cassandra verteld wat ze gezien heeft als priesteres van Apollo: de Grieken krijgen het op hun terugreis moeilijk en zullen geteisterd worden met rampen. Maar behalve dat zegt ze ook dat haar moeder op Trojaanse bodem zal sterven. Cassandra verteld hoe de Grieken tijdens de oorlog hebben geleefd en dat zij naar haar mening veel slechter af waren dan de Trojanen, die de oorlog thuis uitvochten en niet in een vreemd land zonder hun vrouw en kinderen.
Hecabe vertelt over de list van het houten paard en de wijze waarop de Grieken de stad ingenomen hebben. Op dat moment komt Andromache langsrijden op een Griekse wagen en volgt er een dialoog tussen Andromache en Hecabe, waarin ze elkaar vertellen wat hen overkomen is.
Vlak nadat Andromache aan Hecabe heeft gevraagd haar zoon Astyanax op te voeden tot man om de nieuwe hoop voor Troje te worden, komt Talthybius op met de boodschap dat hij niet in leven mag blijven. Hij is de zoon van Hector en vormt zodoende een bedreiging voor de Grieken. Astyanax moet van Trojes torens afgegooid worden. Andromache neemt afscheid van haar zoontje en gaat samen met Talthybius af.
De volgende scène bestaat uit een monoloog van het koor waarin de Trojaanse vrouwen vertellen hoe de banden tussen Troje en de Goden waren en dat die nu zijn verbroken.
Menelaus komt op en is blij dat Helena weer aan hem toebehoort. Hij is van plan haar te vermoorden als ze terug zijn in Argos en met haar bloed al diegenen te wreken wier geliefden in Troje omgekomen zijn. Helena echter vindt dat ze onschuldig is en wil haar zaak bepleiten. Hecabe haat haar echter en dringt er bij Menelaus op aan dat hij bij zijn punt moet blijven haar te vermoorden, maar haar wel de kans moet geven om zichzelf te verdedigen. Helena vindt het onrechtvaardig dat zij als schuldige voor de oorlog aangewezen wordt. Zij was immers maar speelbal van Aphrodite, haar lot was al bepaald. Helena geeft de schuld aan Priamus die Paris in leven liet (Paris was immers de veroorzaker geweest van alle problemen omdat hij haar ontvoerd had). Hij had gekozen tussen de drie godinnen en voor haar gekozen. Menelaus luistert tenslotte niet naar Helena maar naar Hecabe en blijft bij zijn besluit haar te vermoorden.
Talthybius komt op met het lijkje van Astyanax. Hij meldt Hecabe dat Andromache Troje al verlaten heeft en ze gevraagd heeft het lijkje van haar zoon te begraven. Terwijl Hecabe dat doet treurt ze om zijn dood. Daarna moet ook Hecabe weg, maar ze overweegt eerst nog om te sterven in de vlammen van Troje. De heraut probeert haar over te halen dat niet te doen. Aan het eind van de tragedie gaat ze uiteindelijk toch naar het strand om de slavin van Odysseus te worden. Waar ze sterft staat niet meer in de tragedie.

(personages)
Poseidon: god van de zee, staat aan de kant van Troje. Hij komt over als een wijze man en heeft medelijden met de Trojanen en wat hun stad is aangedaan.
Athene: godin van de wijsheid en beschermster van de stad Athene. Zij staat tijdens de oorlog aan de kant van de Grieken en heeft de list van het paard bedacht. Ze komt in deze tragedie over als een trots, intelligent persoon en als haar trots gekrenkt wordt blijkt ze ook een vrij wraakzuchtige tante. Het is wel opvallend dat ze af en toe wat onnozel overkomt, terwijl ze toch de godin van de wijsheid is. Misschien is het omdat ze niet altijd zeker weet wat ze wil.
Hecabe: koningin van Troje. Heeft na afloop van de oorlog praktisch haar gehele (naaste) familie verloren. Ze vindt dat haar lot het ergste is van alle Trojaanse vrouwen en doet de hele tragedie niets anders dan jammeren en huilen om haat lot. Een zwakke dame vol zelfbeklag dus.
Cassandra: dochter van Hecabe. Ze wordt bezield door Apollo en is zijn priesteres en een zieneres. Veel mensen denken dat ze gek is en alleen maar onzin uitkraamt. Als zij toegewezen wordt aan Agamemnon ziet ze meteen kans om wraak te nemen voor wat hij haar en haar familie en heel Troje aangedaan heeft. Cassandra is slim, sterk en wraakzuchtig.
Andromache: weduwe van Hector, moeder van Astyanax. Zij wordt toegewezen aan de zoon van Achilles maar weet niet goed wat ze met de situatie aan moet. Moet ze haar nieuwe echtgenoot liefhebben en Hector vergeten of moet zij Hector liefhebben en haar nieuwe echtgenoot zoveel mogelijk uit de weg lopen? Een goedbedoelende twijfelaar…
Talthybius: heraut van de Grieken. Hij heeft (tegen wil en dank?) medelijden met de Trojaanse vrouwen maar kan niet veel voor ze doen, omdat hij dan problemen krijgt met zijn bevelgevers. Hij is menselijk en sympathiek maar kan en durft niets te doen of zijn mening te uiten. En hij kan natuurlijk heel goed berichten overbrengen.
Menelaus: een bevelhebber van het Griekse leger en echtgenoot van Helena. Hij wil Helena doden maar heeft kennelijk toch steun nodig van Hecabe om niet door Helena’s betoog overgehaald te worden haar te laten leven. Een trotse bevelhebber die voor een groot deel gedreven wordt door wraakzucht maar toch ook wel een menselijke kant heeft, die hem soms aan het twijfelen brengt.
Helena: vrouw van Menelaus, geliefde van Paris en speelbal van Aphrodite. Zij wordt gezien als de aanstichtster van de oorlog, maar kan daar (in ieder geval in haar optiek) eigenlijk niets aan doen.
Koor: groep gevangen Trojaanse vrouwen die afwachten wat er met hen zal gebeuren. Ze weten nog niet aan wie ze toegewezen zullen worden en jammeren om hun lot en hun verliezen. Ze blijven Hecabe, hun koningin, steunen. Het lijken mij trouwe, aanhankelijke maar ook (helaas voor hen) zwakke en verslagen vrouwen die het niet echt meer zien zitten…


2. Hecabe’s Dilemma
Het dilemma waarimee Hecabe geconfronteerd wordt is dat zij moet kiezen tussen nederig leven als slavin van de Grieken of trots zelfmoord te plegen in de vlammen van Troje; Om samen met haar stad ten onder te gaan en samen met Priamus in de onderwereld de slaap der doden te slapen.
Ze besluit uiteindelijk met Odysseus mee te gaan (ze zegt aan het eind van de tragedie immers: ‘Bevende oude benen, ga de weg die je moet gaan naar een levenslange slavernij.’). Het wordt alleen niet duidelijk of zij uiteindelijk daadwerkelijk mee gaat met Odysseus en op Ithaca sterft. Cassandra had immers voorspeld dat haar moeder op Trojaanse grond zou sterven.

Cassandra heeft geen uitgesproken mening over het dilemma. Het is voor haar eigenlijk geen dilemma, gezien het feit dat zij zieneres is en de oplossing eigenlijk wel weet.
Talthybius raadt Hecabe aan geen zelfmoord te plegen maar naar Ithaca te gaan, omdat hij bang is anders de schuld te krijgen van haar dood (de Grieken willen natuurlijk niet dat de Trojaanse vrouwen massaal aan de harikiri gaan, want dan hebben ze geen slavinnen meer). Talthybius beaamt echter wel dat voor iemand die in vrijheid geboren is een leven van slavernij ondraaglijk moet zijn.
Het koor is het met Talthybius eens dat Hecabe geen zelfmoord moet plegen en neemt haar uiteindelijk ook mee naar de schepen.
Andromache heeft gezegd dat het lot van een dode minder rampzalig is dan het lot van iemand die nog leeft. Zij geeft geen directe mening over het dilemma maar ze zou denk ik wel achter Hecabe staan als zij besloten had zelfmoord te plegen en te sterven in de vlammen van het brandende Troje.

Ik denk dat het voor Hecabe beter zou zijn geweest als ze in Troje was gebleven en zelfmoord had gepleegd (dit klinkt wellicht wat cru). Ze was al oud en als zij een herstart had moeten maken als slavin, dan zou dat voor haar (als ex-koningin) waarschijnlijk op een fiasco zijn uitgelopen (al staat trouwens nergens in de tragedie vermeld hoe het haar uiteindelijk vergaat: misschien is ze een dolgelukkige turfsteekster ofzo geworden). Misschien zouden zaken anders zijn als ze met iemand zou hertrouwen, want dan had ze haar eigen leven een beetje naar eigen inzicht kunnen inrichten, maar als slaaf heeft ze die optie natuurlijk niet.

Dit dilemma komt vandaag de dag nog steeds voor maar op een andere manier (de consequentie is niet direct slavernij; slavernij heeft zich de laatste jaren bij mijn weten niet meer voorgedaan in de westerse wereld, en ik zou ook niet kunnen zeggen waar elders ter wereld op dit moment slavernij even algemeen geaccepteerd is al in de oudheid). Nog steeds zijn (grote groepen) mensen over de gehele wereld door allerlei oorzaken gedwongen naar een andere, veel onvoordeliger plek te gaan. Het dilemma voor deze mensen is: ga je gewoon of durf je de consequenties (bijv. verhongering of executie) onder ogen te zien??
Ik denk dat dit dilemma voor het laatst in WO2 op mondiaal niveau gold en het duidelijkst naar voren kwam. Denk bijvoorbeeld aan Japanse Kamikazepiloten (liever zelfmoord ten behoeve van het vaderland dan de capitulatie ervan meemaken), of denk aan de keuze die de burgerbevolking soms maken moest: je huis verlaten/op de vucht slaan of het risico lopen gebombardeerd, doodgeschoten of verkracht te worden?

3. Identificatie, sympathie en antipathie
Tijdens het lezen ben ik vooral fan geworden van Cassandra, omdat zij als enige van de vrouwen het er niet bij laat zitten en uit is op wraak. Een sterk staaltje onvervalste Girl-power! En dat terwijl al de andere vrouwen denken dat hun leven al voorbij is, ook al zijn ze jong. Je weet nooit wat er te wachten staat in je nieuwe thuis, vooral als je niet als slaaf wordt toegewezen maar als echtgenote.

Helena had mijn sympathie. Iedereen gaf de schuld van de oorlog blindelings aan haar zonder haar kant van het verhaal te horen, wat ik toch eigenlijk wel erg gemeen en oneerlijk vond. Ik had dus met haar te doen. Ook vond ik dat ze een goed betoog hield tegenover Menelaus.

Hecabe had mijn antipathie. Zij zocht meteen Helena als zondebok uit, terwijl ze het zichzèlf (in mijn optiek) eerder aan kon rekenen dat Aphrodite Helena aan Paris had beloofd en zo oorlog veroorzaakt had. Hecabe was namelijk al voor de geboorte van Paris gewaarschuwd dat hij de ondergang voor Troje zou zijn en toch heeft zij hem niet meteen na zijn geboorte gedood. Ze kan niet zomaar de schuld geven aan Helena. En ik vind ook dat ze zich vrij asociaal opstelt tegenover de andere Trojaanse vrouwen. Zij zegt dat zij het ergste lot getroffen heeft van alle vrouwen, maar zij weet niet eens wat de andere vrouwen allemaal verloren hebben en wat hun verhaal is.

4. Indrukwekkendste scène
De indrukwekkendste scène vind ik de scène waarin Talthybus bericht komt geven aan Andromache dat Astyanax vermoord moet worden, omdat je ziet hoe erg dit Andromache treft, en getoond wordt hoe wreed men kon (en kan) zijn in tijd van oorlog. Ze vermoorden een kind omdat hij later misschien net zo heldhaftig wordt als zijn vader. Het is niet eens zeker dat hij net als zijn vader is of wordt, en toch vermoorden ze hem op een gruwelijke wijze. De reactie van Andromache is ook ‘mooi’: tegenover Astyanax is ze heel teder en verdrietig, maar tegenover de Grieken is ze woedend en zegt ze zelfs: ‘Hier neem hem, breng hem weg, gooi hem te pletter en bereid een feestmaal van zijn vlees’ (blz. 51).
Ik vind het wel zielig voor Talthybius dat hij het nieuws moet komen brengen terwijl hij zelf bepaald geen wreedaard is en er bijna niet tegen kan om zo’n bericht aan een moeder te brengen. In deze scène kun je heel duidelijk zien dat hij erg meeleeft met de Trojaanse vrouwen.

5. Realisme van Euripides
Zoals in de opdracht vermeld analyseert Euripides de zwakheden, de geestelijke ontreddering en obsessies van personages. Dit kun je bijvoorbeeld zien bij Athene. Een zwakheid is haar trots. Toen Ajax Cassandra bij haar altaar wegsleepte was deze gekrenkt en hielp ze de Grieken niet meer, en werkte hen tegen op hun terugreis. In dit gedeelte van de proloog beschrijft Euripides heel goed hoe Athena zomaar van mening verandert.
Ook kun je zien hoe goed hij het leed dat Hecabe doormaakt beschrijft en analyseert. Hij beschrijft al haar gedachten over haar lot en hoe zij geestelijk bijna in elkaar stort uiterst gedetailleert.

6. Illustratie van Euripides’ vrouwonvriendelijkheid
Ik begrijp wel dat Euripides de naam kreeg een vrouwenhater te zijn (op grond van dit stuk vind ik dat zelfs terecht, maar ik heb natuurlijk niet al zijn werken gelezen). De vrouwelijke figuren in dit stuk worden dan wel nauwkeurig beschreven en geanalyseerd, maar de lezer krijgt een zeer negatief beeld van de vrouwen. Euripides schetst een in mijn ogen negatief beeld van Athene (zeker in vergelijking met Poseidon), omdat ze door een futiliteit van standpunt verandert en dat reden genoeg is de Grieken te willen vernietigen (blz. 27: ‘Ik wil de Trojanen helpen die ik vroeger haatte en de Grieken met rampen teisteren’). Poseidon daarentegen blijft heel duidelijk aan de kant van de Trojanen staan, daar waar hij altijd al gestaan heeft.
Je krijgt ook een negatief beeld van Hecabe omdat ze overkomt als een zeurderig oud vrouwtje vol zelfbeklag, dat maar blijft jammeren over haar vreselijke lot en vindt dat iedereen medelijden met haar moet hebben (blz. 34: ‘Wee mij, Sla op je geschoren hoofd en rijt je wangen open, Wee mij... geen lot is zo rampzalig als het mijne.’)
Bovendien krijg je een negatief beeld van Helena, terwijl het maar zeer de vraag is of zij daadwerkelijk zo’n verdorven vrouw is die de schuldig is aan alle ellende. Als je het verhaal over de Trojaanse oorlog alleen door de ogen van Euripides gelezen zou hebben, zou je meteen een afkeer hebben van Helena omdat zij overal de schuld van krijgt en door alle andere personages wordt vervloekt. Ook komt ze schijnheilig over als ze haar zaak bepleit en lijkt het alsof ze zichzelf wil met leugens beschermen. (Blz. 58/59 Hecabe tegen Helena: ‘Schaamteloze slet. Voor hem kruipen moet je, in lompen, met kaalgeschoren hoofd, sidderend van angst, om je berouw te tonen over je schandelijk verleden’).

7. De mens en de goden
De mens beschuldigt de god, roept hem ter verantwoording of twijfelt aan zijn bestaan. Zo zegt Hecabe op blz. 67: ‘O goden! Maar waarom aanroep ik nog de goden? Ze hebben niets gehoord toen we hun om hulp smeekten.’
En op blz. 60 zegt het koor: ‘Oppergod, mij kwelt de vraag of gij deze dingen hebt bedacht, gij hoog in de hemel op uw troon gezeten, terwijl mijn stad verslonden wordt door een orkaan van vuur.’

In het tweede citaat beschuldigen de vrouwen Zeus van het feit dat hij hen niet geholpen heeft terwijl zij in moeilijkheden waren. Ze vragen zich af waarom hij niet helpt, terwijl ze toch een tempel voor hem hebben gebouwd waar ze hem vereren.eigenlijk boos op hem.





Procesverslag

lezen van de inleiding: 30 minuten
lezen van de tragedie eerste keer: 2 uur
opdracht doornemen, fragmenten opzoeken/herlezen, aantekeningen maken van belangrijke gebeurtenissen et: 1 uur
vraag 1: ruim 1 uur
vraag 2: 20 minuten
vraag 3: 20 minuten
vraag 4: 20 minuten
vraag 5: 15 minuten
vraag 6: 20 minuten
vraag 7: 10 minuten
Totaal: 6 à 7 uur
(Deze tijden zijn natuurlijk niet precies: ze geven een globaal beeld van de tijdsbesteding per opdracht)

De opdracht leverde eigenlijk geen grote problemen op. Deze opdracht vond ik inhoudelijk wel een stuk moeilijker dan de vorige praktische opdracht en het kostte ook meer tijd.

Inhoudelijk heb ik van deze opdracht geleerd dat toneelstukken lezen niet saai hoeft te zijn (al vind ik dat meestal wel). Het is geloof ik de eerste keer dat ik het verhaal van de Trojaanse oorlog gelezen heb vanuit Trojaans perspectief (al is Euripides overigens een Griek). Je weet weer meer over de Trojaanse oorlog (blijft meer hangen) en je wordt kritischer in je oordeel over de gebeurtenissen in die oorlog.

Wat aanpak betreft heb ik eigenlijk niets van deze opdracht geleerd. Ik heb het aangepakt zoals ik gewoonlijk een werkstuk aanpak en dat ging uitstekend!
Terug Stuur je eigen verslag op Opnieuw zoeken