Print dit verslag
    Stuur door naar vriend(in)
Info verslag
Verslagtype: Grammatica
Taal: Nederlands
Vak: Nederlands
Commentaar: -
Aantal keer bekeken: 5252
Nederlands

Het moeilijke woordje ER

Het moeilijke woordje ER

Kijk eens naar de volgende zinnen:

1. Er is een mooie film in de bioscoop van ons dorp.
2. Er wordt plotseling gebeld
3. Iedereen is er
4. Er werd gezegd dat er sneeuw komt.
5. De trein staat er al
6. We hebben last van muizen: in de keuken liepen er drie.
7. Er is iemand aan de deur.

Hier heeft ER steeds weer een wat andere betekenis.
(Maar het is niet altijd heel duidelijk wat de precieze betekenis van ER is).

Allereerst moet je onthouden: het woordje ER krijgt nooit accent (nadruk).

In zin 1, Er is een mooie film in de bioscoop, is ER een voorlopig onderwerp, het vervangt het onderwerp (een mooie film) dat verderop in de zin komt.
In zin 2 Er wordt plotseling gebeld, is sprake van een lijdende vorm (een passieve vorm).
In zin 3 Iedereen is er, zou je ER kunnen vervangen door daar, of hier. Dus het is een plaatsaanduiding.
In zin 4 Er werd gezegd dat er sneeuw komt, is ER ook een voorlopig onderwerp. Dat zie je direct als je van die zin maakt: Dat er sneeuw komt, werd gezegd.
In zin 5, De trein staat er al, betekent ER weer daar, dus net als zin 3.
In zin 6 .in de keuken liepen er drie, betekent ER ervan. Het woordje ER staat in zo'n zin altijd dichtbij een telwoord. Nog een voorbeeld hiervan: Hoeveel broodjes heb je nog? Ik heb er nu nog vijf. (= nu nog vijf ervan).
In zin 7 Er is iemand aan de deur is ER weer een voorlopig onderwerp. Dat zie je als je de zin verandert in: Iemand staat aan de deur.

Maar meestal kunnen we niet zo goed beredeneren waarom je ER gebruikt, het woordje Er is vaak een woord dat de zin goed lopend maakt.
Kijk tenslotte eens naar de volgend zinnen:

Er was eens een oude koning die drie zonen had.
Hoeveel bomen zijn nu na de storm overeind gebleven? Er staan er nog vier overeind.
Er werd geroepen dat ik moest komen.


Terug Opnieuw zoeken