Duijn, Jacob van LET OP: Dit verslag is uitsluitend bedoeld als hulpmiddel bij het maken van je eigen verslag en niet om zomaar in te leveren bij je docent(e). SamenvattingHet boek begint met een vreemd soort Proloog. Jacob begint te zeggen dat hij niet kan schrijven, maar dat het moet van zijn therapeut (wat voor therapeut is niet bekend). Hij moet “het” van zich af schrijven ala Gerard Reve. Hij heeft niets beters te doen. (Meesterlijke opening vind ik dit, echt waar!) Het boek is in de verleden tijd geschreven en daarom is het moeilijk te zeggen of het in chronologische volgorde op papier is gezet. Maar ik denk het wel, het loopt wel aardig goed door. Jacob wil niet in Rotterdam (zijn woonplaats, waar zijn -gescheiden- ouders en zijn vriendin Suzanne ook wonen) studeren, maar in Amsterdam. Daar is het echte leven! Hij steekt een kletsverhaal op tegen zijn vader Chris: “de hoogleraren Rechten in Amsterdam zijn zo geweldig, de stad zo mooi, leuk en historisch..”, maar Chris trapt er niet in. Hij zegt: “Zeg dan meteen dat er zo’n lekkere wijven rondlopen..” Maar uiteindelijk krijgt Jacob wel zijn zin. Jacob gaat voor een kennismakingsweek naar Amsterdam en heeft zich voorgenomen meteen briefjes te verspreiden met “kamer gevraagd” erop. Als hij op de universiteit aankomt leert hij een jongen van zijn leeftijd die nogal maf is, die zich voorstelt als Pasta, kennen. Ze klooien zich samen door die week heen (oa ze versieren twee meiden) en aan het eind van de week is Jacob al zijn Kamer-Gezocht papiertjes kwijt. Maar niet doordat hij ze overal heeft opgehangen, nee, zijn eastpack wordt gejat. Hij leert ook Amsterdamse wiet kennen, wat hem wel bevalt. Als hij thuis in Rotterdam komt heeft zijn vader een kamer gevonden, bij de oudere meneer Hermens. De eerste schooldag gaat Jacob nog heel braaf naar de universiteit, welliswaar een beetje te laat, maar hij gaat wel. Hij verveelt zich te pletter en lacht zich dood om de hoogleraren. Die avond komt Suzanne uit Rotterdam op bezoek. Ze zegt dat ze Jacob iets moet bekennen, hij denkt: “ik jou ook”. Ze zegt dat ze meer dan ooit van hem houdt. Jacob wou eigenlijk zeggen dat hij bijna vreemd was gegaan, maar houdt het toch maar voor zich. Jacob vraagt zich af of hij niet lid wil worden van een studentenvereniging, maar hij besluit het niet te doen. Zuipen kan ik ook wel zonder vereniging erbij. Hij vindt ergens een oud boekje: The Guide To Happyness. Daarin staat dat je de RoXY en de Mazzo niet mag overslaan als je uitgaat in Amsterdam, dat je met een XTC-pil een party pas echt tot een party maakt enz. Hij gelooft alles wat er in dat boekje staat en gaat op vrijdagavond naar de RoXY. Hij komt niet binnen en gaat naar Dance Tracks. Daar ontmoet hij Paul, die dj is en overal binnenkomt. Dat is DE man. Jacob staat lang met Paul te kletsen en vraagt of Paul niet eens tijd heeft voor een rondleiding langs alle “hotspots” in Amsterdam, hij geeft zijn telefoonnummer en Paul belooft te bellen. Paul laat op zich wachten en ondertussen gaat Jacob maar zelf op onderzoek uit. En doordeweeks (probeert hij) colleges volgen. Niet echt oplettend in de collegezaal maar een beetje zitten kletsen met andere studenten. En dan opeens ontdekt Jacob iets: De colleges zijn helemaal niet verplicht! Hij blijft dus lekker in zijn bed liggen als hij geen zin heeft. Op een van de dagen dat hij lekker blijft liggen ontmoet hij Kenneth (hij spreekt het uit als Kennis), Cliff en Ramon. Dankzij hen komt hij in aanraking met zwaardere drugs. Elke keer als die drie heren langskomen nemen ze een “kadootje” mee, meestal cocaine. Hij gaat flink gebruiken en gaat practisch nooit meer naar college. Daar is hij veel te duf voor. Hij leert een hoop leuke meisjes kennen die allemaal niet op hem vallen, of al een vriend hebben. Niet echt handig dus. Hij raakt echt verslaafd en wordt verliefd op Lotte. Lotte vindt hem wel aardig maar meer niet. Hij doet echt alles om haar voor zich te winnen, maar niets lukt. Op een gegeven moment slaat hij een andere jongen zelfs het ziekenhuis in omdat die jongen aan Lotte komt. Het boek eindigt met een nawoord. Een vergelijking met het bordspel Levensweg. Zijn ouders spelen mee en Jacob moet terug naar start. Hij kan weer van voor af aan beginnen. Hij gaat studeren. |
||||||||
|