Print dit verslag
    Stuur door naar vriend(in)
Info verslag
Verslagtype: Werkstukken
Taal: Nederlands
Vak: Geschiedenis
Commentaar: -
Aantal keer bekeken: 5733
Geschiedenis

Oorlog Zuid tegen Noord-Amerika (slavernij)

LET OP: Dit verslag is uitsluitend bedoeld als hulpmiddel bij het maken van je eigen verslag en niet om zomaar in te leveren bij je docent(e).

Paragraaf 4

Geel blok:
Franse revolutie + oorlogen -> VS breidde grondgebied uit.
Spanje verovert door Napoleon -> Lousiana 15 miljoen dollar 1803
VS verovert NW-Florida (Spanje), koopt de rest voor 5 miljoen dollar
1864 dreigt pr. Polk Engeland met oorlog -> Oregon
VS verovert Mexico, eerst Texas (opstand kolonisten 1833 -> onafhankelijk, 1845 verovert)
1848: bijna alles t.w. van Texas verovert, deel gekocht (25 miljoen) 10 dagen na vrede goud in Californie -> nieuwe trek.

Tekst:
- trek n.h. westen
t.w. van 13 staten ( Appalachen-Mississipi) territoria onder bestuur Unie.
5000 stemgerechtigde mannen -> wetgevend lichaam, gouverneur van Unie
60.000 vrije inwoners -> grondwet, met goedkeuring Congres staat.
Pioniers (trekkers n.h. westen) trokken naar frontiers (grensgebieden oud-nieuw land)
Redenen pioniers:
-land (90% boer, land verdelen, kopen – immigranten -> duurder, schaarser)
-betere grond (noordelijk: niet vruchtbaar. Zuidelijk: te vaak bebouwd)
-werk (nieuwe banen voor mensen die eigen zaak wilden)
-rijkdom
-macht (nieuwe politieke functies)
-ontevredenheid (nieuwe kans voor zaak/boerderij)
-avontuur
-overige (dominees en priesters voor pioniers of indianen – ontvluchte misdadigers, weggelopen slaven – contractarbeiders – vrouwen voor man of zelfstandig bestaan)


paragraaf 5

- Indianen en Fransen tegenover Engelsen
17e, 18e eeuw -> noorden Amerika : Engelsen en Fransen.
F: handelsposten. Indianen hielden land, profiteerden van handel. Missionarissen bekeerden ze.
E: akkerbouw, veeteelt. Indianen van land verdreven. Geen eerbied voor bekeringen.
Pater Rasles: Maine, taal van I, bekeerde ze. Engelsen -> oorlog. Pater vermoord, dorp vernietigd.
18e eeuw: strijd tussen Een F om N-Amerika. Indianen kozen voor F. E versloeg ze in 1763.
- verdragen blijken weinig waard
VS onafhankelijk -> trek n.h. westen. Oorlog met I in NW VS (1789-1794) Indianen uiteindelijk door list verslagen. Indianen vasten -> honger, voedsel zoeken -> verslagen.
Regering wist niet wat ze met I moesten.
-indianen beschaving bijbrengen,
-indianen in aparte groep in blank gebied
-indianen buiten blank gebied
regering beloot door Minister van oorlog Knox te beschaven.
Onder dreiging v. oorlog deden Indianen afstand van grond in ruil voor grond Oklahoma.. Seminoles bieden weerstand. Verdragen weinig waard.
- definitieve oplossing ‘indianenvraagstuk’
Miljoenen immigranten -> boeren, spoorlijnen, steden. Sioux, Comanchen en Apachen bedreigd. I beginnen oorlog. Grote slagen-> nederlagen voor I, behalve battle of little bighorn (1876 – George Custer met 800-900 man tegen 3000-4000 Sioux, Cheyenne en Arapaho I’s. Custer was in zucht naar macht te overmoedig geworden. Niemand overleefde slag)
Indianen -> reservaten. Grond nutteloos, en als blanken het nofig hadden werden ze verjaagd. Oklahoma werd I’s ontnomen. (1889) Indianen lieten zich onderhouden, mochten zich niet aanpassen. ‘geen betere indiaan dan dode indiaan’ 19e eeuw drie kwart miljoen I’s gedood.
Leiders verloren macht aan blanken, jacht en visvangst onmogelijk, taal, godsdiens en gewoonten aangepast.

Paragraaf 6

- groeiende tegenstellingen Noord – Zuid
-in het noorden geen plantages (katoen, suikerriet, tabak) veel industrie. Regering zou invoerrechten op produkten andere landen (Engelse -> goedkoopst) moeten heffen.
Zuiden -> weinig industrie. Akkerbouw, veeteelt. Veel katoen, voornamelijk voor Engeland. Zuiden verhandelde katoen tegen Engelse industrieprodukten -> totaal geen behoefte aan invoerrechten.
-In het zuiden slaven, in het noorden vrije arbeid. Onderste laag bevolking had het zwaar, maar niemand was in het bezit van ander mens. Deel bevolking noorden wilde slavernij VS afschaffen, ander deel wilde uitbreiding verbieden. Zuiden was het er niet mee eens.
-noorden was voor grote macht Washington (president+ministers) Zuiden voor macht afzonderlijke staten.
19e eeuw: stemmen in senaat noord-zuid even groot. Nieuwe staten -> bij wie zouden ze zich aansluiten?
- slavernij komt in het zuiden tot ontwikkeling
presiden Washington, Jefferson pleiten tegen Slavernij. In die tijd economische problemen plantages -> slavernij vanzelf een einde.
1793: Eli Whitney vond cottongin uit -> katoenpluis machinaal ontzaden. Produktie katoen omhoog -> meer slaven nodig. Jefferson 1808 afschaffing slavenhandel -> illegale handel Afrika en Caribisch geb.
1790: volkstelling. Geen I’s. -> 4 miljoen mensen. 750 000 Afrikanen, 700 000 daarvan slaven. Op paar tienduizend na allemaal in het zuiden. Per staat een klein aantal vrije Afrikanen.
1860: 4 miljoen slaven. 500 000 in steden.
Argumenten zuiden ter verdediging slavernij:
-vrije negers met stemrecht zouden blanken regeren vanwege meerderheid.
-niet in staat voor zichzelf te zorgen zonder blanken
-slaven nodig voor goedkope produktie katoen, afschaffing dus ook (naast voor plantagehouders) werkeloosheid voor blanken en zwarten zuiden.
- mythe en werkelijkheid
mythe: alleen katoenplantages met blanken met hoge cultuur en hun trouwe negers.
Werkelijkheid: behalve katoen ook suiker, rijst, tabak. Meest zuidelijke staten (Missouri, Delaware en Maryland) meer fokken van paarden, muilezels, telen hennep.
Slechts klein deel blanken rijkdom. 1860: 50 000 van de 8 miljoen blanken meer dan 20 slaven. Meeste blanken: kleine boerderijen, analfabeten vaak grote armoede. Steunden toch slavernij, misschien om droom, misschien bang voor plaats in samenleving.
- groeiend aantal conflicten leidt tot burgeroorlog
William Lloyd Garisson (1805-1879) geeft vanaf 1831 the liberator uit, sticht in 1883 anti-slavernij groep op. -> abolitionisme – abolitionisten.
Beweging in 1 jaar 1000 afdelingen, 10 000 leden. (zowel blanken als zwarten)
Garrison en een deel v.d. aboli’s wilden geen geweld. Ander deel zag geweld als enige mogelijkheid, waaronder John Brown. (1859 met 20 man in Virginia wapenarsenaal. Bij terechtstelling John als martelaar – het noorden luidde de klokken)
Meningen verdeeld of Aboli’s er goed of slecht aan hebben gedaan.
Sommige zuidenlijken waren voor afschaffing slavernij, sommige noordelijken tegen abolitionisme. Geweld onderbroken, sprekers met veren en teer besmeurd, kantoren in brand gestoken.
Mocht een nieuwe staat slavernij hebben of niet?
1820: boven breedtegraad 36º30` m.u.v Missouri slavernij niet toegestaan.
1849: Californie wil bij Unie zonder slavernij, terwijl het gedeeltelijk t. Z van de breedtegraad lag. Het Zuiden ging accoord toen het Noorden in twee andere territoria boven de breedtegraad wel slavernij werd toegestaan.
Het Noorden aanvaardde de ontvluchte-slaven-wet, die gekeerd was tegen de underground-railroad. (staten moeten ontvluchtte slaven uitleveren aan bezitters) de bewoners van de Noordelijke staten weigerden eraan mee te werken. In Massachusetts werd een wet aangenomen die verbood slaven terug te brengen. 1854: voor het laatst een slaaf teruggebracht. 22 compagnieen soldaten nodig, 40 000 dollar.
1857: hooggerechtshof bepaald dat negers articles of merchandise waren, geen klachten mochten indienen en geen rechten hadden. Slavernij overal toegestaan. Ongeacht breedtegraad zelf kiezen van nieuwe staten voor/tegen slavernij.
1857: Nieuwe staat Kansas: gevechten voor/tegenstanders slavernij toen duizenden bewoners Missouri (voor slavernij) onwettig meestemden. -> regeringstroepen.

Paragraaf 7

- Nieuwe partij in het noorden: de republikeinen
verontwaardigde noordelingen zetten nieuwe partij (republikeinen) op. Anders dan twee bestaanden partijen tegen uitbreiding slavernij in het westen. Aanhangers enkel noordelingen. Een van de oude partijen –de Whigs- verdween
1860: kandidaat van republikeinen, Abraham Lincoln won verkiezingen. Meeste zuidelijke staten besluiten Unie te verlaten. Noordelijke staten aanvaardden het niet. Burgeroorlog.
- Lincoln en de slavernij
Grensstaten:
Arkansas, Tennessee, Noord-Caroline en een deel v. Virginia -> zuiden
Delaware, Maryland, Kentucky, Missouri en West-Verginia-> noorden (Lincoln belooft slavernij te laten rusten)
Pas 1 januari 1863: proclamatie tot afschaffing slavernij in opstandige Staten. Slavernij in grensstaten die de kant v.h. Noorden kozen bleef.
L: voor de oorlog tegen uitbreiding sl.
Begin oorlog tegen bevrijding slaven veroverde gebieden
1862: verandert van gedachte uit militaire doeleinden. Ontvluchte slaven waren goed voor het leger, en vrije slaven lastig voor de Zuidelijken.
1865: 13e Amendement grondwet: alle slaven in VS vrij.
- het noorden wint, maar Lincoln wordt vermoord
618 000 soldaten sneuvelden.
Zuiden: verdediging en betere legeraanvoerders
Noorden: meer inwoners en groter leger. Meer natuurlijke hulpbronnen en een blokkade met de vloot.
9 april 1865: Lee geeft zich over aan Grant. ‘the war is over, the rebels are our countrymen again.’
14 april 1865: Lincoln vermoord. Lincoln had aanzien, was redelijk en gematigd, had noord en zuid misschien kunnen verzoenen. Opvolger lukte het niet.

Paragraaf 8

- tijdelijk politieke gelijkheid voor negers
Congres: Zuiden o. militaire controle tot 1877. Zwarte gelijke rechten. Oorlogsmensen geen stemrecht of recht op politieke positie.
Blanken telden zwarte stemmen niet of hielden plaats stembus geheim. Na enkele jaren vulden ze grondwet aan met eis dat kiezers moesten kunnen lezen, schrijven en grondwet begrijpen en sloten zo veel zwarten uit.
1865: Ku Klux Klan. -> geheim lidmaatschap, kappen met gaten en jurken voor angst, belangrijkheid en anonimiteit. Zwarten die gebruik wilden maken van rechten gegeseld, gebrandmerkt, doodgeschoten, opgehangen, verbrand.
1865-1875= reconstruction: heropbouw zuiden.
Na 1877 was er geen zuidelijke staat meer met gelijke politieke rechten.
- ook ongelijkheid voor de zwarten op economisch en sociaal gebied.
Tot 1877 freedmen’s bureau, regeringsorganisatie van na de oorlog. Verstrekte zwarten voedsel en kleding, richtte scholen en hospitalen op.
Er werd geen land verdeeld, dus zwarten werkten onder blanken en moesten land, gereedschappen en onderdak bij pachter lenen en een deel v.d produktie afstaan.
Trekkers naar het Noorden -> getto’s (Harlem in New York), slecht betaalde banen, eerder ontslagen. -> rassenonlusten.
Trekkers naar het Westen (in 1879 ongeveer 40 000) -> armoedig als overal, maar kans op verbetering.
Vooral zuiden discriminatie. Misdadiger blanke: persoonlijke schuld. Zwarte misdadiger: hele volk schuld. Onbekende dader zwart.
Eind 17e eeuw: segregatie: nieuwe wetten scheiding blank en zwart. Spoorwegen, wachtkamers, trams, parken, scholen enz. werden gesplitst.
- de zwarten gaan zich organiseren
(Pas na 2e wereldoorlog hulp van blanken) eind 19e eeuw: Booker T. Washington: zwarte leider. Vooral onderwijs. Eerst economisch onafhankelijk en dan gelijke rechten.
Anderen stichten beweging die eerst gelijke rechten en dan economische onafhankelijkheid wilden. Dit was de NAACP (National Association for the Advancement of Coloured People)
Zij wilden vreedzaam hun doel bereiken.
Terug Stuur je eigen verslag op Opnieuw zoeken