Print dit verslag
    Stuur door naar vriend(in)
Info verslag
Auteur: Vandeloo, Jos
Verslagtype: Uittreksels
Literatuurtype: Literatuur
Maker: Bekend
Taal: Nederlands
Vak: Nederlands
Commentaar: -
Cijfer: niet bekend
Beoordeling scholier:  (21 stemmen)
Beoordeling docent: GoedGoedGoed
Aantal keer bekeken: 2007
Relevante documenten
Beoordeel dit verslag
slecht
matig
voldoende
goed
uitmuntend
Nederlands

Vandeloo, Jos
De vijand

LET OP: Dit verslag is uitsluitend bedoeld als hulpmiddel bij het maken van je eigen verslag en niet om zomaar in te leveren bij je docent(e).

Samenvatting:

Op een regenachtige dag gaat een jongen naar een tent in het veld dichtbij het dorp.
In de tent zitten Amerikaanse militairen met wie hij bevriend is.
Als hij daar komt krijgt hij altijd wat te eten van de soldaten.
Hij krijgt eten van de soldaten omdat hij als het koud is steenkolen brengt.
Er zijn vier Amerikaanse soldaten in de tent.
De eerste heeft een rood gezicht en wordt Paps genoemd, en hij is de oudste.
Hij is ook een fanatieke Amerikaan, en heeft in Amerika een winkeltje.
De tweede man is een magere en lange en heet Mac-Donald.
De derde man is nog jong 22 jaar en is altijd bleek en hij heet Karl.
De vierde heet Houston en ziet er net zo uit als de jongens uit het dorp.
Hij heeft blond haar en hij is niet overdreven groot en is zwijgzaam.
Hij heeft ook een fijnbesneden gezicht.
Achter de tent staat een uitkijktoren.
Dit keer staat Paps op wacht, de jongen gaat een praatje met hem maken.

Er was ook weinig voedsel in het dorp, maar de boeren verkochten alleen aan mensen die rijk waren of die grote hoeveelheden kochten.
Dit deden ze omdat er dan na de oorlog niet gezegd kon worden dat ze de arme mensen veel vroegen voor het eten.
De broers van de jongen gingen meestal op de fiets bij de grens eten halen.

De soldaten zijn er nu vijf weken, ze blijven er zo lang omdat de oorlog stil ligt door de regen die veel modder maakt en daar kunnen geen tanks doorheen.
Als hij in de uitkijktoren zit ziet hij een meisje naar de tent rennen dat zijn vriendinnetje is ze heet Bea.

Zijn vader heeft met andere vaders een schuilkelder gegraven.
Want ze wonen op de vlieglijn naar Berlijn, en dan vielen er af en toe bommen en vliegtuigen naar beneden. De bommen en vliegtuigen vielen op bruggen, fabrieken, spoorwegen, opslagplaatsen of op huizen. De schuilkelder was een grote kuil in de grond overdekt met balken en takken, aarde en graszoden.
En aan 1 kant was er een nauwe opening waar zandzakken voorgezet konden worden.
Binnenin op de grond lag stro en er waren banken, dekens, drinkwater, een bijl en een spade die ze konden gebruiken. Ze hadden er weken aan gewerkt. In de schuilkelder brachten ze wel eens een nacht in door. De Duitsers trokken steeds meer terug, en Geallieerde vliegtuigen beschoten de terugtrekkende Duitsers en daarom moesten de bewoners van het dorp weer veel in de schuilkelder zitten. Het werd een tijd van angst en hoop, afwachten en twijfel. De vaders hoefden niet meer in de mijn te werken.
En na een paar dagen kwamen de eerste Amerikanen, maar ze bleven niet lang want het was een verkenningspost. Maar de volgende dag zouden ze voorgoed komen.
Maar toen de Amerikanen vertrokken kwamen de Duitsers weer met nieuwe troepen terug.
En toen de Amerikanen de volgende dag kwamen gingen ze met de Duitsers vechten.
Telken veroverden en heroverden ze weer stukjes land. Iedereen in het dorp zat in de schuilkelder en in niemandsland. Niemand begreep iets van de situatie, en toen iemand een keer de zandzakken voor de ingang wegtrok zagen ze soldaten lopen met angst op hun gezichten. Er waren momenten waarop veel geschoten werd en momenten waarop weinig werd geschoten. De derde nacht brachten ze ook in de schuilkelder door.
Maar buiten werd er niet gevochten. Er werd ook telkens een schildwacht gezet bij de ingang van de schuilkelder. De grootvader van zijn vriendinnetje had in de schuilkelder de leiding. Hij heet Kosterman en had de leiding omdat hij veel boeken had gelezen en al een oorlog had meegemaakt. Niemand had hem aangesteld als leider maar het was vanzelf gegaan. Er zaten ongeveer dertig mensen in de schuilkelder en voor meer dan de helft kinderen. Ze lagen te slapen als familie aan familie. Het bleef de hele nacht stil.
Die volgende ochtend bleef het stil en het werd middag. In de middag begon het weer met schieten en werd iedereen weer zenuwachtig. Maar na een tijdje werd het weer stiller en hoopte iedereen dat de oorlog afgelopen was. Na een paar uur hoorden ze iemand over de schuilkelder rennen en vallen. En later klonk er een schot.
Toen ging zijn vader met een man die Gorrez heet kijken wat er gebeurd was.
Na een tijdje kwamen ze terug en vertelden ze dat ze een Duitser hadden gevonden die door een kogel in zijn buik getroffen was. Hij leefde nog wel en hij lag te kreunen, de twee mannen hebben hem in een schuurtje gelegd. Na een tijdje stond een man op die Albert heet en wou even bij de Duitser gaan kijken. Albert is een vreesachtige en terug getrokken man, en heeft een tengere lichaamsbouw en zijn gezicht was bijna even wit als zijn haren.
Zijn beroep was bediende.Toen hij terug kwam zei hij dat de Duitser telkens om zijn moeder vroeg en dat hij veel pijn had en bloedverlies. Toen gingen Arthur en de oude Kosterman de Duitser jenever geven. In tegenstelling met de anderen bleven ze een tijd weg, en toen ze terug kwamen zeiden ze niet veel. Na een poos zei de oude Kosterman dat hij minder hard bloedde maar hij nog wel veel pijn had en dat hij lag te rillen van de kou.
Ze waren ook nog in de omgeving wezen kijken en hadden overal handgranaten, kogels en helmen gevonden. Ook in het dorp zitten allemaal soldaten, maar niemand wist of het Duitsers waren of Amerikanen, en later begon de oorlog weer.
Een keer ging Gorrez bij de Duitser kijken maar die was toen net dood gegaan.
De vader van de hoofdpersoon ging ook nog een keer kijken bij de dode Duitser en toen hij daar wat over aan het vertellen was trok iemand de zandzakken bij de ingang van de schuilkelder weg. Ze zagen een geweerloop de kuil insteken, en toen zie een stem dat ze allemaal de schuilkelder uit moesten komen. Op het erf stonden twintig Duitse soldaten.
En een Duitse officier stond bij de dode soldaat en hij was woedend.
Daarna begon hij in de richting van de groep te schelden en de soldaten kwamen om de groep heen staan. Toen werden de mannen hardhandig van de groep gescheiden.
Toen werden de mannen weggebracht en de soldaten liepen erachter.
En zo werden ze weggevoerd.

1: De naam van de schrijver.
- Jos Vandeloo.
2: De uitgever.
- Manteau Antwerpen /Amsterdam.
3: Het soort boek en het aantal bladzijden.
- Het is een roman en heeft 108 bladzijden en 22 hoofdstukken.
4:Het soort verhaal.
-Het is een oorlogsverhaal.
5: Uitleg van de titel.
-Als ze in de schuilkelder zitten denken de mensen er steeds aan of de vijand (De Duitsers) al verdreven zijn door de Amerikanen.
6: Mijn mening over het verhaal:
-Ik vond het boek niet zo leuk omdat die jongen de hele tijd zat te denken aan vroeger en het boek is in de ik persoon geschreven, ik vond dit boek ook saai.

7: Personen die in het boek voorkomen en de beschrijving en de plaats die ze in het boek innemen.
- De hoofdpersoon is een jongen van 15 jaar, maar zijn naam wordt in het boek niet genoemd.
De hoofdpersoon gaat vaak op bezoek bij de soldaten aan de rand van het dorp.
De hoofdpersoon denkt telkens terug aan wat hij vroeger in de oorlog heeft beleefd.
De hoofdpersoon heeft nog een moeder, vader, twee broers en een zus.
Over de moeder, vader enz wordt niet veel verteld.
- Paps is een Amerikaanse soldaat die met drie andere soldaten in een tent buiten het dorp
staat.
Hij is een fanatieke Amerikaan en heeft een rood gezicht en wordt Paps genoemd en hij
Heeft in Amerika een winkeltje
- Mac- Donald is de tweede soldaat in de tent en is een magere en lange man.
- Karl is de derde soldaat in de tent en is altijd bleek en is 22 jaar oud.
- Houston is de vierde soldaat in de tent en hij ziet er net zo uit als de jongens uit het dorp.
Hij heeft blond haar, en is niet overdreven groot en zwijgzaam en hij heeft een fijnbesneden gezicht.
- Kosterman is de grootvader van Bea ( Bea is het vriendinnetje van de hoofdpersoon) de
grootvader van Bea heeft de leiding in de schuilkelder omdat hij in zijn leven veel
boeken heeft gelezen en omdat hij al een oorlog heeft meegemaakt.
Niemand had hem tot leider gemaakt maar dat was vanzelf gegaan.
- Albert is een man die naar een gewonde Duitser wilde gaan kijken, omdat die was
neergeschoten.
Albert is een vreesachtige en teruggetrokken man, en heeft een tengere lichaamsbouw
En zijn gezicht was bijna net zo wit als zijn haren, zijn beroep was bediende.

8: Verandert het karakter van de hoofdpersoon.
- De hoofdpersoon verandert, alleen als er een Duitser overlijdt in het schuurtje
dichtbij de schuilkelder en dan denkt hij “elke keer als er iemand de schuur in gaat denkt
hij/ zij aan de Duitser die daar gestorven is.”
Ik denk dat de hoofdpersoon door de oorlog wel veranderd is.

9: Mening over de hoofdpersonen.
- de hoofdpersoon vindt ik sympathiek omdat hij altijd iedereen helpt en naar iemand
luistert als hij problemen heeft.
- Alle vier de soldaten vindt ik ook sympathiek omdat ze altijd voor de dorpsbewoners
klaar staan en ze eten geven ook als ze zelf niet zoveel hebben.
- Albert vindt ik ook sympathiek omdat hij de gewonde Duitser wilde gaan helpen, en het
was zijn eigen vijand.

10: Met welke problemen krijgt de hoofdpersoon (hoofdpersonen) te maken?
- De hoofdpersoon komt er achter dat zijn vriendinnetje een ander vriendje heeft.
Maar het komt vanzelf weer goed.
- Als de dorpbewoners in de schuilkelder zitten komt er een gewonde Duitser die ze moeten
verzorgen maar later dood gaat.

11: Is het boek in de tegenwoordige tijd geschreven of in de verledentijd?
- Het boek is in de verledentijd geschreven.
- Enkele voorbeelden: - Nieuws was in ieder geval beter dan de knellende onzekerheid
- Hij keek niemand aan.
- Hij wist dat het oorlog was.
- Wij aten van hetzelfde brood.
- Wij hadden alleen maar onze fierheid.
12: Hoe verloopt het boek?
- het boek gaat over een jongen die telkens terug denkt aan de oorlog en aan wat hij daar
heeft meegemaakt. Een voorbeeld: mijn vader en de andere vaders uit de buurt hadden
tijdens de oorlog een schuilkelder gemaakt.
13: In welke tijd speelt het boek?
- In het verleden in de tweede wereldoorlog, jaartallen worden niet gegeven in het boek.
14: Hoeveel tijd verloopt er tussen het begin en het einde van het boek?
- Dat wordt niet precies verteld in het boek, maar ik denk dat het ongeveer 1944 is aan het
begin van het boek omdat er dan Amerikanen in het dorp zijn en de Amerikanen zijn in
1944 in Normandië geland en het boek eindigt denk ik in 1945 want er wordt dan veel
gevochten.
15: Waar speelt het verhaal zich af?
- Ja, het speelt zich af in een Belgisch dorpje dichtbij de Nederlandse grens.
Terug Stuur je eigen verslag op Opnieuw zoeken