Print dit verslag
    Stuur door naar vriend(in)
Info verslag
Verslagtype: Werkstukken
Taal: Nederlands
Vak: Geschiedenis
Commentaar: -
Aantal keer bekeken: 8915
Geschiedenis

Theresienstadt

LET OP: Dit verslag is uitsluitend bedoeld als hulpmiddel bij het maken van je eigen verslag en niet om zomaar in te leveren bij je docent(e).

Theresienstadt.


1. Inhoudsopgave

- Voorwoord.
- Inleiding.
- Ontstaan van theresienstadt.
- Werk en leven in het getto van Theresienstadt.
- Huisvestiging en voedselvoorziening.
- Waarom wilden de nazi's niet dat de buitenwereld het 'modelgetto' Theresienstadt zouden zien?
- Conclusie.
- Slotwoord.


2. Voorwoord

We moesten allereerst een onderwerp bedenken voor een werkstuk. Het eerste wat mij toen te binnen schoot was Theresienstadt. Dit was een plaatsje waar ik in de zomervakantie was geweest en dat heel veel indruk op me heeft gemaakt. Theresienstadt is niet een gewoon plaatsje. Het heeft in de Tweede Wereldoorlog gediend als een Joods getto. Dit getto werd een ‘modelgetto’ genoemd.
In de zomervakantie ben ik met mijn ouders door het stadje gelopen en heb daar ook een museum bezorgd. De stad bestaat uit het grote fort, de stad zelf en het kleine fort, dat in eerste instantie meer indruk op mij heeft gemaakt dan het stadje zelf.
Pas sinds ik bezig ben met dit werkstuk ben ik erachter gekomen waar Theresienstadt werkelijk voor was bedoeld. Als ik van tevoren had geweten wat ik nu weet had het een nog grotere indruk op mij gemaakt. Ik wist ook niet echt dat Theresienstadt een getto was geweest.
Ik had meer verwacht dat ik het over een soort concentratiekamp zou doen. Dit pakte echter anders uit. Het bleek dat Theresienstadt over het algemeen diende als getto en niet als concentratiekamp.
Ik vond dit echt een heel interessant werkstuk om te maken. Vooral omdat ik hier anders nooit meer over geweten zou hebben en er ook heel anders over gedacht zou hebben.


3. Inleiding

Omdat er overal achter Theresienstadt ‘modelgetto’ staat wilde ik wel eens weten of Theresienstadt ook daadwerkelijk een ‘modelgetto was. Dit is dan ook de hoofdvraag van mijn werkstuk geworden.
Ik ben om dit uit te zoeken naar de bieb gegaan en heb daar maar één boek kunnen vinden. Op internet viel echter heel veel te vinden. Pas toen ik wist dat er wel informatie over Theresienstadt was ben ik deelvragen gaan bedenken.
De deelvragen die mij van toepassing leken op de hoofdvraag heb ik in dit werkstuk verwerkt.
Ik ben begonnen met het ontstaan van Theresienstadt zelf. Daarna heb ik uiteengezet hoe het getto tot stand is gekomen.
In de hoofdstukken 5 en 6 heb de leefomstandigheden van de Joodse mensen in het getto beschreven, die niet zo rooskleurig waren als je van een modelgetto zou verwachten.
In hoofdstuk 7 heb ik duidelijk proberen te maken dat de Nazi’s zelf heel goed wisten dat dit geen modelgetto was, maar dit alleen voor de buitenwereld zo wilden laten overkomen.

Legenda bij de plattegrond van het getto van Theresienstadt

1. Dit was de school van Theresienstadt. In de tijd dat de stad als getto functioneerde was dit een tehuis voor jongens. Nu is in dit gebouw het museum van het getto.
2. Het stadhuis van Theresienstadt. Hier was de plaats waar de “bank” van het Joodse zelfbestuur en andere kantoren gevestigd waren.
3. Werd eerst gebruikt door de SS-leiding. Werd later gebruikt als kindertehuis en postkantoor.
4. Woonoord voor jonge meisjes. Hier werd tekenles gegeven voor jonge meisjes onder leiding van Friedl Dicker-Brandejsová.
5. Marktplatz Het terrein was omheind; het was streng verboden het te betreden.
6. Eén van de winkels, die zich vooral in de straten L3 en L4 bevonden.
7. In dit huis werd in september 1942 een café gevestigd.
8. Hoofdkantoor van de SS-leiding. De beruchte kelder deed ook dienst als bunker.
9. In de voormalige kazerne voor geniesoldaten werden oude gevangenen ondergebracht. Het gebouw werd ook gebruikt als hulpziekenhuis.
10. Het hoofdkwartier van de bewakers die tot taak hadden de orde te handhaven.
11. Onderkomen voor kleine kinderen en lagere schooljeugd.
12. Blok F III Woonvoorziening voor kinderen en ambachtskinderen.
13. Blok G II Hoofdkwartier van de gendarmerie, die belast werd met het bewaken van het kamp.
14. Blok H II Het zogenoemde “Bauhof” was een plek waar ambachtelijke werkplaatsen waren.
15. In het gebouw dat “Viktoria” genoemd werd waren de eetzaal en de woningen van de SS-leiding gevestigd.
16. Blok H IV De Podmokly-kazerne; onderkomen voor gevangenen. Het gebouw zou halverwege het jaar 1943 dienst gaan doen als een hulpvoorziening voor het personeel van het RSHA-archief in Berlijn.
17. Blok J IV De Ustí-kazerne was in gebruik als centrale opslagplaats van in beslag genomen kleding en koffers van de gevangenen.
18. Blok H V De Dresden-kazerne; onderkomen voor vrouwen. De kelders functioneerden als de kerkers van het kamp.
19. Blok G VI Gebouwen voor zuigelingen en kleine kinderen. In één van deze objecten waren een bibliotheek, een leeszaal en een schouwburg gevestigd.
20. Stadspark
21. Blok E VI De Vrchlabí-kazerne; centraal ziekenhuis en badhuis.
22. Blok E VII De Kavalír-kazerne was bestemd voor ouderen en zwakkelingen.
23. Blok D VI De voormalige bierbrouwerij werd het desinfecteerstation.
24. De militaire manege zou dienst gaan doen als timmerwerkplaats.
25. Blok B V De maagdenburgkazerne werd het hoofdkantoor van de Raad van Ouderen en van de administratie van het Joodse zelfbestuur.
26. Blok B IV De Hannoverkazerne was bestemd voor mannen die in staat waren dwangarbeid te verrichten.
27. Blok A IV Broodbakkerij en hoofdopslagplaats voor levensmiddelen.
28. Bahnhofstrasse Een gedeelte van de spoorlijn moest door de gevangenen zelf aangelegd worden. De afhandeling van transporten verliep daarna sneller.
29. Blok C III De Hamburgkazerne; woonvoorziening voor vrouwen. Vanaf 1943 werden hier voornamelijk Nederlandse gevangenen ondergebracht. Hier werden ook de transporten afgehandeld, daarom werd deze plaats de “Schleuse” of de “sluis” genoemd.
30. Blok A II De Boswachterskazerne; onderkomen voor oude van dagen.
31. Südberg De zuidelijke heuvelrug werd in 1942 voor gevangenen opengesteld; in datzelfde jaar werden hier ook sportvelden aangelegd.
32. Blok E I De Sudetenkazerne was het eerste gebouw van het getto en deed dienst als onderkomen voor dwangarbeiders. Nadat het gebouw in 1943 werd ontruimd, werd er een gedeelte van het Berlijnse RSHA-archief heengebracht.
33. Gebouw C I Gymnastiekzaal; aanvankelijk in gebruik als ziekenhuisafdeling.
34. Südstrasse Hier bevinden zich het mortuarium en de zaal voor begrafenisplechtigheden; aan de overkant is het columbarium.
35. Het Joodse kerkhof en het crematorium.
36. De plaats aan de Eger, waarin het jaar 1944, op bevel van de nazi’s, de as van de gestorven gevangenen in de rivier werd gegooid.


4. Het ontstaan van Theresienstadt

Theresienstadt is een plaatsje in Tsjechië, ongeveer 45 km ten noorden van Praag en net ten zuiden van Litomerice. Theresienstadt is gebouwd in 1780 onder leiding van Keizer Josef II uit Oostenrijk. Hij heeft de stad vernoemd naar zijn moeder Keizerin Maria Theresa. Theresienstadt bestaat uit het grote fort en het kleine fort. Het grote fort was de stad zelf. Dit werd in de tweede wereld oorlog als getto gebruikt. Het kleine fort is gebouwd als versterking om tegen vijandige troepen maar is nooit als zodanig gebruikt. In de tweede Wereldoorlog is het in gebruik genomen als gevangenis voor politieke gevangenen en als militaire gevangenis
Op 10 november 1941 gaven de nazi’s de Gemeinde, de officiële organisatie van de joodse gemeenschap, het bevel vijftien dagen later een bouwploeg klaar te hebben voor het vertrek naar Theresienstadt, om omvorming tot een joodse getto uit te voeren. Omdat de nazi’s beloofden de mannen en hun gezinnen niet alleen vrij te stellen van deportatie naar het oosten, maar hen ook toe te staan naar familie en vrienden te schrijven en zelfs ‘s zondags voor bezoek terug te keren, had de Gemeinde geen moeite om vrijwilligers te vinden. De eerste groep van 342 vertrok op 24 november 1941 naar Theresienstadt, gevolgd door een tweede groep van 1.000 op 4 december en door een derde groep zo’n drie dagen later. De laatste groep werkers arriveerde in opgewekte stemming. Het station, dat het dichtste bij het nieuwe getto lag, was dat van Bauschowitz, een Tsjechische stad op ongeveer drie kilometer afstand van Theresienstadt.
De SS wachtte niet tot de joodse bouwploegen klaar waren met hun werk, met het sturen van andere joden naar Theresienstadt. Op vier december, de dag dat de tweede ploeg naar Theresienstadt vertrok, gingen nog twee transporten van elk duizend personen vanuit Praag en Brünn naar het ‘Paradijsgetto’. Onder hen waren vrouwen en kinderen, bejaarden en zieke joden. Tegen het eind van de maand woonden er 7.350 Tsjechische joden in de stad.
De deportaties versnelden in de eerste helft van 1942, toen nog eens 50.000 mensen per trein in Bauschowitz aankwamen, vanwaar ze te voet of, als ze bejaard of zwak waren, met een vrachtwagen naar Theresienstadt gingen. In het begin van de zomer was de overgrote meerderheid van de joden uit het protectoraat gearriveerd. In juli stuurden de nazi’s ook het merendeel van de functionarissen van de Gemeinde naar Theresienstadt, terwijl ze slechts een beperkte staf in Praag achterlieten. Ze lieten ook een kleine groep specialisten in Hebreeuwse cultuur achterom in het joodse museum te werken. Naziwetenschappers wilden de artefacten en archieven in stand houden van wat ze als ‘uitgestorven ras’ hadden bestemd, en hadden Praag als centrum van dit streven gekozen.
Eind juni 1942 haalden de nazi’s de 3.400 Tsjechische niet-joden weg die nog in Theresien-stadt woonden en op 2 juli droegen ze de stad officieel aan de Raad van Ouderlingen over. De evacuaties van de niet-joden vormden het begin van een nieuwe golf deportaties, ditmaal uit het Reich zelf. Vanaf begin juni tot midden herfst kwamen in Theresienstadt 33000 Duitse joden en 14.000 Oostenrijkse joden uit Berlijn, Hamburg, Wenen en andere Duitse steden en 213 joden uit Luxemburg en 3 uit Frankrijk.
In de eerste helft van 1943 volgden meer gedeporteerden uit Tsjechië, het Reich en Luxemburg. In april kwam de eerste groep van 297 personen uit Nederland aan. Deze nieuwkomers waren echter allemaal voormalige Duitse joden die voor de oorlog naar Nederland waren gevlucht. De 4.597 bevoorrechte Nederlandse joden die in Theresienstadt zouden belanden, zouden later komen, net zoals kleinere groepen uit Denemarken, Slowakije en Hongarije.
Tegen maart 1942 vormden vrouwen een kleine meerderheid van de inwoners. Midden in 1943 waren er zelfs op elke twee mannen bijna drie vrouwen. Alleen in de leeftijdsgroep zestien jaar en jonger waren er iets meer mannen. Veel werknemers van de Weense Gemeinde, onder wie artsen en verpleegsters van het enige joodse ziekenhuis van de stad, begonnen in het najaar van 1942 te arriveren.


5. Werk en leven in het getto van Theresienstadt

Alle nieuwkomers vulden bij aankomst uitgebreide formulieren in met vragen over hun opleiding, vaardigheden, werkervaringen enz. Na onderzoek door een arts werden de mensen in één van de vier categorieën ingedeeld: zwaar werk, gewoon werk, licht werk en vrijgesteld van werk. Wie in de eerste twee groepen was ingedeeld werd in eerste instantie onderverdeeld in een werkbrigade van honderd personen. Hierin moesten ze alles doen wat er te doen viel, tot ze een vaste baan toegewezen kregen. Ook vrouwen werden geacht te werken, hoewel hun werkbrigades zich gewoonlijk met schoonmaakwerk bezighielden, terwijl de mannen de bouw- en onderhoudswerkzaamheden voor hun rekening namen.
Tegen eind januari 1942, nauwelijks meer dan twee maanden voordat de eerste bouwploeg was gearriveerd, waren voorzieningen voor slotenmaken, naaimachinereparatie, timmerwerk, glasfabricage, schilderwerk, schoenmaken, leerbewerking en verpakkingswerk volop aan de gang. De timmerwerkplaats alleen al had 39 werknemers plus twee voorwerkers in dienst en de kleermakerij 33. In het begin was de meeste economische activiteit gericht op het produceren van goederen voor de gemeenschap zelf, maar de werkplaatsen van Theresienstadt begonnen al snel leren laarzen, uniformen, inktpotten, vulpennen, lampenkappen, zoutstrooiers en zelfs speelgoed voor de Duitsers te leveren. Alleen al in september 1942 produceerde de gemeenschap onder meer 1000 tenues en 400 paar laarzen.
In september 1942 werd het de inwoners toegestaan elke maand een briefkaart met 30 woorden naar wie dan ook in het Reich of Protectoraat te sturen. Later mochten de inwoners voedselpakketten ontvangen van verwanten of vrienden.
Intussen werkten de nazi’s eraan om Theresienstadt meer op een normale gemeenschap te laten lijken. In de zomer van 1942 besloten ze een gettobank op te richten en elke inwoner een vaste som geld te laten ontvangen, afhankelijk van de categorie waartoe diegene behoorde: Raad van Ouderlingen, Prominenten, verrichters van zwaar werk, van gewoon werk of niet-werkenden. De bank zou 50 tot 60 mensen in dienst nemen en 53 miljoen kronen in biljetten van 1 tot 100 kronen in omloop brengen.
In het najaar van 1942 werden enkele winkels en een bibliotheek geopend. Ook konden de kronen worden gebruikt om te douchen en de was te doen. Vervolgens werd op 8 december een koffiehuis geopend. Hier konden inwoners voor twee gettokronen gedurende twee uur een kop koffiesurrogaat drinken. Toen dit koffiehuis werd geopend hieven de nazi’s hun muziekverbod op. Ze gaven nu zelfs bevel dat er een band moest spelen.
Een vrouw die uit Auschwitz kwam zei over Theresienstadt. ‘Het was een stad voor gevangenen en je kon er met een ster vrij rondlopen. Het was hemels.’


6. Huisvestiging en voedselvoorziening

De evacuatie van de Tsjechische stadsbewoners leidde tot een minder strenge toepassing van de regels voor de joden. Mannen en vrouwen mochten nu na het werk elkaars barakken bezoeken. De kinderen mochten min of meer gaan en staan waar ze wilden. Ook op de trottoirs lopen was toegestaan.
Door de verwijdering van de vaste inwoners van de stad opende de poort zich echter voor de komst van Duitse en Oostenrijkse joden. Ook Tsjechische joden bleven maar komen. Hiermee verergerde het ruimtegebrek steeds meer.
In juni 1943 was de bevolking met vijftig procent toegenomen. Tegen half september woonden 58.000 mensen in een gebied dat niet groter was dan zeven voetbalvelden lang en vijf voetbalvelden breed. Geen enkel ander joods getto kwam tot zo’n groot niveau van overbevolking. Als een gewone stad ook zo’n hoge bevolkingsdichtheid zou hebben gekend dan zou Berlijn 100 miljoen inwoners hadden gehad. Dit is meer dan de bevolking van Duitsland en Oostenrijk samen.
De leefruimte die in het begin iets minder was dan twee vierkante meter per persoon, nam steeds meer af. Pas aangekomenen werden op zolders of in kelders gestopt. Ook al hadden zulke ruimtes vaak geen ramen, sanitair en verwarming. Kamers waarin eerst drie of vier mensen woonden waren nu bezet door soms wel 60 mensen. Driedubbele stapelbedden met twee personen per bed stonden overal tegen elkaar aangeschoven. Er was dan ook nauwelijks genoeg ruimte om erin en uit te klimmen. Verticaal was er zo weinig plaats tussen de bedden dat men naar voren moest leunen om het hoofd niet te stoten. Op een stoel zitten was een luxe.
Toch hadden diegenen die een bed hadden het eigenlijk goed getroffen. Sommige mensen sliepen ineen gedoken op de grond. Iemand herinnerde zich nog dat elk gebouw er hetzelfde uitzag. Hij zei: “overal is hetzelfde schouwspel te zien: een van kelder tot nok met mensen volgestouwd gebouw (…). Gezonde mensen lagen naast zieken, individuen die mobiel waren lagen naast mensen die zich niet meer konden verroeren. Er was nergens tussenruimte en mensen moesten over elkaar heen kruipen wanneer ze ergens naartoe wilden.”
De sanitaire voorzieningen van de stad waren primitief, doorspoeltoiletten en waterleidingen waren maar geïnstalleerd voor 6.000 mensen. Door de overbevolking stroomden ze al snel over. Elk toilet moest nu meer dan 50 en soms wel 100 mensen bedienen. Er was geen licht op de toiletten. Door het overmatige gebruik en het weinige licht waren de toiletten moeilijk schoon te houden. Kranen waren er heel weinig en je kon ze maar één uur per dag gebruiken. Mensen konden zich maximaal één keer in de twee maanden onder de douche wassen en eens in de drie à vier maanden de centrale wasserij gebruiken. Wie zijn beddengoed wou wassen kon zijn kleren niet wassen omdat, er strenge regels waren voor de hoeveelheid die gewassen mocht worden.
Dergelijke omstandigheden bevorderden de toename van ongedierte natuurlijk. Artsen die gips weghaalden vonden een zwerm van wandluizen op dat lichaamsdeel.
Het meest beruchte soort ongedierte waren luizen die tyfus konden verspreiden. Met gasmaskers uitgeruste ontluizingploegen brachten ook geregeld een bezoek aan de woonkwartieren en sproeiden, na iedereen naar buiten te hebben gestuurd en de ramen te hebben gesloten, met Cyclon-B. Dit gas werd ook in de gaskamers van Auschwitz gebruikt. Een paar dagen na de ontluizing waren alle luizen weer terug.
Hoe afschuwelijk de huisvestiging in Theresienstadt ook is geweest, dit was niet het ergste dat er voor hen bestond. Voedsel, of het gebrek eraan, was veel belangrijker voor hen.
Het dagmenu bestond uit 50 gram brood, 30 gram aardappelen en dunne soep. De bedoeling was dat ze ook wekelijks 120 gram vlees, meestal paardenvlees, en zo’n kwart liter magere melk kregen, maar het gebeurde vaak dat deze levensmiddelen niet aanwezig waren.
Mensen deden van alles om voedsel te krijgen. Mensen die de kans hadden gezien om sieraden of andere dingen van waarde binnen te smokkelen ruilden dit voor een paar hapjes extra voedsel. Zelfs kledingstukken die ze hard nodig hadden werden verhandeld. Emma Fuchs een inwoner van Theresienstadt schreef: “Na drie maanden Theresienstadt, was er in mijn lichaam nog maar één gevoel over: honger.”
Werk waarbij iemand contact had met voedsel werd een zegen, omdat het de gelegenheid bood een paar extra hapjes te nemen. Velen bedachten manieren om voedsel te smokkelen.
Er toegestaan voedselpaketten van familie en vrienden te ontvangen Tegen het voorjaar van 1943 stroomden maandelijks omstreeks 3000 van zulke pakketten de stad binnen. Rond die tijd begon de SS ook joodse organisaties toe te staan via het Internationale Rode Kruis voedsel naar Theresienstadt te zenden. Voordat het jaar voorbij was, had het Internationale Rode Kruis bijna 6000 kilo gecondenseerde melk, gedroogde pruimen en andere levensmiddelen en 86 kisten medicijnen naar de gemeenschap verzonden. Er werden ook voorbereidingen getroffen om vanuit Portugal afzonderlijke pakketten met sardientjes te sturen.
De pakketten die in Theresienstadt aankwamen verbeterden niet alleen de lichamelijk gezondheid, maar ook het geestelijke welzijn. Ze werden gerust gesteld dat de buitenwereld hen niet vergeten was. De pakketten die in Theresienstadt aankwamen verbeterden niet alleen de lichamelijk gezondheid, maar ook het geestelijke welzijn. Ze werden gerust gesteld dat de buitenwereld hen niet vergeten was. Tegen het voorjaar van 1943 stroomden maandelijks omstreeks 3000 van zulke pakketten de stad binnen. Rond die tijd begon de SS ook joodse organisaties toe te staan via het Internationale Rode Kruis voedsel naar Theresienstadt te zenden. Voordat het jaar voorbij was, had het Internationale Rode Kruis bijna 6000 kilo gecondenseerde melk, gedroogde pruimen en andere levensmiddelen en 86 kisten medicijnen naar de gemeenschap verzonden. Er werden ook voorbereidingen getroffen om vanuit Portugal afzonderlijke pakketten met sardientjes te sturen.
De laatste 18 maanden van het kamp ontvingen de mensen echter zelf nauwelijks geen pakketten meer. Al zouden de pakketten evenredig zijn verdeeld dan nog zouden de inwoners er minder dan één per inwoner per jaar hebben gekregen. De grote voedselzendingen uit Zwitserland werden door de SS voor eigen gebruik ingenomen. Geen enkele overlevende herinnert zich nog enig extra voedsel te hebben gekregen.


7. Waarom wilden de nazi’s niet dat de
buitenwereld het ‘modelgetto’ Theresienstadt zouden zien?

Tegen het einde van het voorjaar 1943 was Herr Gottsche, de SS-Referent voor joodse immigratie in Hamburg nieuwsgierig geworden naar het ‘modelgetto’ in Bohemen. Hier had hij zijn meest vooraanstaande joden heen gestuurd. Dus besloot hij op 6 juni met een deportatietrein mee te reizen naar Theresienstadt om zelf eens te kijken. Toen hij op het station van Bauschowitz aankwam maakte hij zijn plannen bekend aan een SS-officier, die in rang hoger dan hij stond. De officier verzocht hem eerst naar Praag toe te gaan. In Praag kreeg hij het bevel om onmiddellijk terug te gaan naar Hamburg.
In de verwarring op het station raakte Gottsche gescheiden van de twee jonge assistenten die hem hadden vergezeld. Zij waren intussen doorgelopen naar Theresienstadt. Toen zij bij de stadspoort waren aangekomen en hun opdracht bekend hadden gemaakt, werden ze haastig via een afgezette weg, die om de stad heen liep, naar Seidls kantoor gebracht. Daar zei de commandant dat ze direct moesten verdwijnen. Hun tassen, die ze bij hun vertrek uit Hamburg bij de bagage van de gedeporteerde joden hadden gegooid, vonden ze niet meer terug.
Wat maakte de SS zo gevoelig voor een dergelijk onverwacht bezoek. Ook als dit van hun eigen mensen was. Als Herr Gottsche één van de andere gedeporteerden had kunnen vergezellen, dan had hij begrepen waarom. Mensen die de bevoorrechte gemeente betraden vielen bijna flauw van de gecombineerde stank. Die stank werd veroorzaakt door de ontluizingspost, de latrines, de aardappelkelders en vele andere voorzieningen. Het stof van de onverharde straten van de stad maakte het allemaal nog erger.
De tiener Ditta Jedlinsky uit Wenen vond de stank ook verpletterend. Toen zij bij Theresienstadt aankwam, was haar eerste aanblik echter ook een lijk dat van de trap werd gesleurd, terwijl ze boven aan de trap het achterste van een zich ontlastende vrouw zag.
Op de een of andere manier was Theresienstadt een grote schok voor de mensen die de stad voor het eerst betraden. Zoals Elsie Dornitzer het uitdrukte: ‘Bij aankomst in Theresienstadt kregen mijn man en ik de gebruikelijke binnenkomstschok, die je hele wezen verlamde. Mijn man is er nooit bovenop gekomen (…).’
Vanaf het allereerste begin van haar bestaan was het duidelijk dat Theresienstadt niet te vergelijken zou zijn met het ‘paradijsgetto’ dat de nazi’s hadden afgeschilderd. De mannen van de eerste bouwploeg waren op 21 november nauwelijks in Bauschowitz uit de trein gestapt of ze bleken omringd door Tsjechische gendarmes die vanaf dat moment alles wat ze deden in het oog hielden. Ze mochten ‘s avonds niet eens op straat komen, laat staan dat ze naar Praag mochten voor zondagvisites. Ze mochten ook geen post versturen of ontvangen.
Ze woonden in barakken en sliepen op de vloer. In het begin hadden ze geen plank om hun eigendommen op te leggen laat staan een spijker om hun jas op te hangen. Toen het voedsel dat ze hadden meegebracht op was, kregen ze slechts een uiterst karig rantsoen en werkten ze met een constant knagende honger. Toen een van hen acute blindedarmontsteking kreeg en de arts die met hen was meegekomen vroeg of de patiënt naar een ziekenhuis kon worden overgebracht, weigerde Seidl niet alleen, maar dreigde hij de arts ook te straffen als hij nog eens met zo’n verzoek kwam. De patiënt, een jonge man, stierf zes dagen later onder hevige pijnen.
Voor latere gedeporteerden begon het trauma van Theresienstadt wanneer ze hun deportatiebericht ontvingen, dat hun slechts drie dagen gaf om hun zaken af te wikkelen, en de instructie bevatte dat ze niet meer dan 55 kilo bagage per persoon mochten meenemen. In de praktijk namen de meesten uiteindelijk veel minder mee, want de gezonde volwassenen moesten de spullen dragen van bejaarde ouders, zieke familieleden en kinderen, en soms de kinderen zelf. Het feit dat joodse ordonnansen in plaats van SS-mannen werden gebruikt kan het deportatieproces wat hebben verzacht, maar voor degenen die uit Praag kwamen betekende het dat ze te maken kregen met Robert Mandler, een voormalige reisagent die op het station van de stad voor de SS toezicht hield op de vertrekkende treinen. In zijn zwarte jas en zwarte laarzen zag hij er uit, en gedroeg hij zich vaak, als een SS’er, en hij intimideerde de Tsjechische gendarmes zelfs door erop te staan dat ze hem alleen in het Duits zouden aanspreken.
De reis naar Bauschowitz duurde vanuit Praag twee tot drie uur en vanuit Duitsland vaak twee of meer dagen. Bij aankomst op het station van de stad werden de gedeporteerden in rijen van vier bijeengedreven. Ze moesten hun bagage en soms hun kinderen de drie kilometer naar Theresienstadt tillen. Hoewel velen van de Tsjechische gendarmes die toezicht op hen hielden medeleven toonden, gedroegen enkelen zich wreed door hen telkens wanneer ze langzamer gingen lopen op de armen te slaan.
De bejaarden en zwakken werden op vrachtwagens geladen. Ze stonden zo dicht opeengepakt dat invalide mensen op krukken zelfs nog moesten blijven staan. Een jonge SS-officier maakte een keer een te scherpe bocht, zodat de 27 bejaarde passagiers allemaal in een sloot werden geslingerd. Minstens tien van hen waren direct dood. De overige mensen overleden een paar dagen of waren voor de rest van hun leven kreupel.
Eenmaal in Theresienstadt werden de pas aangekomenen door spookachtige straten naar het gebouw gevoerd dat als opnamecentrum diende en dat later bekend werd als de Schleuse of de sluis. De straten waren spookachtig omdat iedereen in de stad het bevel had gekregen binnen te blijven en de gordijnen dicht te houden wanneer er een groep gedeporteerden aankwam. In het opnamecentrum vulden de gedeporteerden uitgebreide formulieren in en werden ze ondervraagd en onderzocht. Sommigen moesten zich uitkleden voor een lichamelijk onderzoek. Dit onderzoek maakte vrouwen het meest overstuur. Seksuele activiteiten hebben hier echter niet plaats gevonden. Alles van waarde, zelfs maandverband, werd in beslag genomen. Trouwringen was echter het enige dat de joden zelf mochten houden.
De gearriveerden bleven soms wel vijf dagen inde Schleuse en sliepen in die tijd op de grond of als je veel geluk had in een stapelbed. Geen enkele inwoner mocht de Schleuse bezoeken om familieleden of vrienden te begroeten of te helpen. Wie geen eigen voedsel mee had genomen had het zwaar te verduren. Men kreeg namelijk weinig van de autoriteiten. Je kreeg de dag na aankomst voedsel voor drie dagen. Dit moesten ze echter al de tweede dag weggooien omdat het beschimmeld was.
Wanneer ze door de Schleuse heen waren, volgden meer onaangename verrassingen. Tot de evacuatie van de niet-joodse bevolking van de stad, werden de gedeporteerden in kazernes geplaatst. Er werd hier gescheiden naar geslacht. Vrouwen en kinderen in het ene gebouw en mannen en opgroeiende jongens in het andere gebouw. Contact tussen de groepen was streng verboden behalve ‘s zondags, wanneer de kinderen onder toezicht van gendarmes voor een bezoek van twee uur naar hun vaders werden gebracht.
Er werd streng de hand gehouden aan dit scheidingsbesluit. Als je dit besluit overtrad kreeg je tien stokslagen of meer. Straffen voor andere overtredingen waren even streng. Men kon tien stokslagen of meer plus gevangenisstraf krijgen wanneer men zonder toestemming de kwartieren verliet, de hoed niet afzette voor een passerende SS’er of gendarme, een elektrische kookplaat gebruikte of wanneer men een SS’er of gendarme voor iets anders aansprak dan voor officiële zaken. Als collectieve straf sloten de nazi’s soms na 6 uur ‘s middags alle elektriciteit in een barak af.


Conclusie

Theresienstadt had misschien voordelen ten opzichte van concentratiekampen en andere getto’s, waar Joden naar gedeporteerd werden. Ze hadden bewegingsvrijdheid binnen de stadsmuren, ze verdienden hun eigen geld, ze hadden hun eigen bestuur en andere sociale voorzieningen.
Het was echter beslist geen modelgetto. De overbevolking was enorm. De daarmee gepaard gaande vervuiling en ziekten en het voedselgebrek waren er de oorzaak van dat zeer veel mensen hier gestorven zijn.

Het feit, dat de Nazi’s zelfs hun eigen mensen buiten de stadspoort probeerden te houden uit angst dat bekend zou worden hoe het er in werkelijkheid aan toe ging in Theresienstadt zegt wel genoeg.


Slotwoord

Ik was al heel geïnteresseerd in Theresienstadt, maar naarmate ik er meer over las is mijn belangstelling gegroeid. Ik vind het heel erg dat onder het mom van modelgetto er zulke erge dingen zijn gebeurd in Theresienstadt. Ik vind dat we in deze tijd dan ook goed moeten nagaan of iets wel echt zo is als gezegd worden als we daar onze twijfels over hebben.
Terug Stuur je eigen verslag op Opnieuw zoeken