Print dit verslag
    Stuur door naar vriend(in)
Info verslag
Verslagtype: Werkstukken
Taal: Nederlands
Vak: Lichamelijke opvoeding
Commentaar: -
Aantal keer bekeken: 18222
Lichamelijke opvoeding

Sport & Gezondheid

LET OP: Dit verslag is uitsluitend bedoeld als hulpmiddel bij het maken van je eigen verslag en niet om zomaar in te leveren bij je docent(e).

Voorwoord


Ik heb gekozen voor Beweging & Gezondheid, omdat ik denk dat er genoeg informatie over te vinden is. Ik ga eerst in de bibliotheek kijken of ze wat boeken hebben over blessures, bewegen enz. Het enige probleem dat ik verwacht is de tijd. Ik begin namelijk altijd nogal laat met dit soort opdrachten. Verder verwacht ik geen problemen en ik denk dat het allemaal wel zal lukken.



De invloed van Sport en bewegen op je lichamelijke & geestelijke gezondheid:


Lichamelijke gezondheid:

Wat gebeurt er nu eigenlijk met je lichaam als je sport? Het bekendste is dat je spieren worden getraind. Getrainde spieren worden over het algemeen dikker en sterker dan ongetrainde spieren. Hun omvang, doorsnede en volume nemen toe. De getrainde spier wordt dikker, omdat de afzonderlijke spiervezels groeien door toename van de hoeveelheid spiereiwit. Dit wordt hypertrofie genoemd. Bij plaatselijke belasting van de spieren worden vele nieuwe haarvaten (de kleinste bloedvaten) gevormd, die ervoor zorgen dat afvalproducten van de stofwisseling worden afgevoerd. Tevens verzorgen ze de zeer belangrijke zuurstoftoevoer. Hoe meer haarvaten er beschikbaar zijn, hoe meer bloed er vervoerd kan worden naar de spieren die arbeid moeten verrichten. Hierdoor neemt het uithoudingsvermogen van de spieren toe. De verklaring hiervoor ligt in het feit dat de grotere hoeveelheid bloed meer zuurstof kan aanvoeren voor de biologische verbrandingsprocessen in de spieren. Als de sporter alleen maar zware duurtrainingen zou doen ontstaat er een soort littekenvorming in de spieren tijdens het herstel. Het gevolg hiervan is dat de spieren korter worden. Het nadeel hiervan is dat ze harder en minder elastisch worden, waardoor ze kunnen gaan irriteren, ontsteken en zelfs scheuren.

Langdurig sporten heeft niet alleen invloed op je spieren, maar ook op het hart, longen, het bloed en sommige klieren. Het hart van een professioneel sporter kan wel 2 maal zo groot en zwaar worden als een gewoon hart. Zo'n gezond hart kan bij het leveren van prestaties veel meer bloed door de aderen pompen. Bij ongetrainde personen is dat ongeveer 20 tot 25 liter per minuut; bij getrainde personen kan dat oplopen tot wel 35 liter. Ook de hoeveelheid bloed en bloedlichaampjes nemen onder invloed van trainingen toe. Het voordeel hiervan is dat het bloed weer meer zuurstof kan vervoeren. De inhoud van de longen kan toenemen tot waarden tegen de 7 liter. Hierdoor wordt het opnemingsvermogen van zuurstof in verhouding tot het lichaamsgewicht verbeterd.

Ook kan door sporten de sofwisseling beÔnvloed worden. Onder het proces stofwisseling vallen alle processen die de opbouw, verandering of afbraak van lichaamsstoffen tot gevolg hebben. Iedere lichaamsfunctie is afhankelijk van de afbraak van stoffen. Bij deze afbraak komt energie vrij, bijvoorbeeld in de vorm van warmte. De biochemische reacties die zorgen voor die afbraak kunnen plaatsvinden onder toevoeging van zuurstof (aŽroob) of zonder zuurstof (anaŽroob). Dat hangt af van de tijdsduur en de intensiteit van de verrichte inspanning. De stofwisseling is aan het begin van iedere inspanning anaŽroob Er ontstaat dan een zuurstofschuld, die een verhoogde zuurstofopname op gang brengt. De prikkel tot een verhoogde zuurstofopname wordt groter naarmate de zuurstofschuld groter is.

De anaŽrobe energievorming is gekoppeld aan prestaties die gekenmerkt worden door een korte duur en een hoge intensiteit, bijvoorbeeld de sprint over 100 meter. De zuurstofopname speelt bij deze korte explosies nauwelijks een rol. Als het zuurstofaanbod te klein is om de behoefte eraan compleet te dekken spreken we dus van zuurstofschuld. De anaŽrobe energievorming is gekoppeld aan inspanningen van langere duur en lagere intensiteit. Deze stofwisselingsprocessen, waarbij zuurstof wordt gebruikt, zijn veel economischer, omdat het organisme al na korte tijd een evenwicht tot stand brengt tussen de vrijkomende energie en het energieverbruik


Geestelijke gezondheid:

Als je sport wordt niet alleen je lichamelijke gezondheid verbeterd, maar ook je geestelijke gezondheid. Als je het erg druk hebt of je voelt je erg rot kun je gaan sporten. Je vergeet dan alle problemen om je heen. In oorlogsgebieden wordt erg veel gesport om je problemen te vergeten. Als je veel beweegt blijf je ook scherp. Als je gaat bewegen voel je je daarna ook veel beter. Meestal doe je sporten ook niet alleen. Het is erg sociaal. Als een teamsport beoefent levert dit ook weer vriend(inn)en op. En als je meer vrienden en vriendinnen hebt voel je je beter. Zo verdwijnen door sporten spanningen en andere geestelijke problemen.


Een gewoonte die je gezondheid negatief beÔnvloed:


Roken:

Roken is niet goed. Dat weet iedereen met een beetje verstand. Maar wat gebeurt er nu eigenlijk met je als je rookt? Je hart, longen en bloedvaten worden aangetast, en die 3 dingen bepalen juist hoe je conditie is (zie het hoofdstuk lichamelijke gezondheid). Ik zal nu gaan vertellen wat er nu allemaal met je gezondheid gebeurt als je rookt.

DE STRUCTUUR EN HET FUNCTIONEREN VAN DE LONGEN

De lucht die we inademen wordt in de neusgaten gefilterd. Grote stofdeeltjes blijven achter tussen de neusharen. De lucht komt daarna in de neusholte, een geplooide ruimte met veel smalle openingen. Het weefsel is hier goed doorbloed. Net als in een warme radiator neemt de ingeademde lucht de temperatuur van het bloed aan. De lucht giert daarop met grote snelheid door het eerste stuk van de luchtweg. De wanden van de luchtweg hebben een vochtig
De Longen

slijmlaagje. Daardoor wordt het vochtgehalte van de lucht op peil gebracht. Het fijne stof dat aan de neusharen ontsnapt is blijft, als op een kleverige vliegenvanger, op de slijmlaag plakken. Het slijm op de wanden van de luchtwegen wordt getransporteerd door trilhaartjes. Zo'n trilhaartje is maar net een honderdste millimeter lang, dus een gigantisch aantal vormt samenwerkend een soort bewegend tapijt dat onafgebroken het verontreinigde slijm afvoert naar de keelholte. Zo houden de luchtwegen zich doorlopend schoon. Ze monden uit in de longblaasjes. Verontreinigingen die toch nog tot hier weten door te dringen worden door opruimcellen ingekapseld. De longblaasjes zijn doorweven met onnoemelijk veel kleine bloedvaten. Hierdoor kunnen de longen grote hoeveelheden zuurstof aan het bloed doorgeven dat, via de bloedbaan, het hele lichaam bereikt. Het bloed loopt door haarvaatjes die net groot genoeg zijn om ťťn rood bloedlichaampje tegelijk door te laten. Het bloed is bij aankomst in de longen rijk aan kooldioxide een restproduct van verbranding in het lichaam, en arm aan zuurstof. In de longblaasjes is de situatie juist andersom; daar is veel zuurstof en weinig kooldioxide aanwezig. De wanden van de haarvaatjes in de longblaasjes zijn zo flinterdun dat de zuurstof en kooldioxide er vrijwel ongehinderd doorheen kunnen. Zo verwisselen ze van plaats in het bloed en de zuurstof kan weer door het lichaam rondgepompt worden. Het kooldioxide in de longblaasjes wordt uitgeademd.


AANTASTING VAN DE STRUCTUUR EN HET FUNCTIONEREN VAN DE LONGEN DOOR TABAKSROOK

Tabaksrook bevat een groot aantal chemische verbindingen, waaronder nicotine, koolmonoxide teer en andere agressieve gassen. Nicotine irriteert de slijmlaag, en ook de agressieve gassen beschadigen het slijm. De normale afweerprocessen die in de slijmlaag plaatsvinden worden hierdoor op den duur verstoord. Schadelijke stoffen zakken door de slijmlaag en dringen door de wanden van de cellen. De cellen raken ontstoken en witte bloedlichaampjes schieten te hulp. De zieke cellen worden afgestoten en verdwijnen samen met de witte bloedlichaampjes in de slijmlaag. Door de plotselinge activiteit zwelt het weefsel op en zorgt voor een vernauwing van het luchtkanaal. De cellen op de basislaag delen zich nu en vormen nieuwe gezonde cellen. Als de vervuiling echter maar door blijft gaan komen er voor de trilhaarcellen slijmproducerende cellen in de plaats. Die gaan veel slijm produceren om de vervuiling buiten te houden. Dit dikkere, taaie slijm zakt tussen de trilharen in waardoor ze bijna niet meer kunnen bewegen. Ze kunnen hun werk niet meer doen en voeren de grote hoeveelheden slijm niet meer af. Alleen door regelmatig hoesten is het opgehoopte slijm nog uit de longen te verwijderen. Mensen die lang roken hebben dan een rokershoest. Ze zijn vaak kortademig en hebben een slechte conditie. In feite zijn de luchtwegen dan voortdurend ontstoken. Een chronische bronchitis. Door de rook raken ook de longblaasjes ontstoken. Opruimcellen gaan de ontstekingen te lijf en produceren een stof die het normale evenwicht verstoort. Bij een deel van de rokers wordt de elastische steunstructuur, die de longblaasjes in vorm houdt, langzaam aangetast. Elke keer als er een elastiekje knapt verdwijnt de rek uit het weefsel en op den duur scheuren de wanden van de longblaasjes en de bloedvaatjes ofwel er ontstaat longemfyseem. Het totale werkzaam oppervlak van de longblaasjes wordt steeds kleiner en er ontstaat een zuurstof tekort en kooldioxideoverschot in het bloed. Dat leidt tot kortademigheid en het slechter functioneren van het lichaam. Door de ophoping van vervuild slijm kunnen er steeds meer schadelijke stoffen in de cellen doordringen. Die stoffen kunnen een mutatie in het DNA van de celkern veroorzaken. De zieke, onbestuurbare cel gaat zich in hoog tempo delen. Zo ontstaat er een tumor die het weefsel om zich heen aantast.


DE STRUCTUUR EN HET FUNCTIONEREN VAN HART EN BLOEDVATEN

Er zijn 3 deeltjes in het bloed, rode bloedlichaampjes, witte bloedlichaampjes en bloedplaatjes. Rode bloedlichaampjes zijn cellen die zuurstof transporteren door het lichaam. In de longen dringt zuurstof door de wand van de haarvaatjes en hecht zich aan de rode bloedlichaampjes. Via de slagaders stroomt het zuurstofrijke bloed naar de verschillende delen van het lichaam. Daar laat de zuurstof los en verdwijnt door de wand van de haarvaatjes in het lichaam. Witte bloedlichaampjes zijn opruimcellen. Als, bijvoorbeeld bij ziekte, een bacterie in het lichaam binnendringt, zal het witte bloedlichaampje de bloedbaan verlaten en in het weefsel op zoek gaan naar de ziektebron. De bacterie wordt daarop ingekapseld en verteerd. De bloedplaatjes zijn afgeplatte schijfjes, die voor de bloedstolling verantwoordelijk zijn. Als iemand zich verwondt komt er in het beschadigde weefsel een stof vrij die de bloedplaatjes activeert. Ze spoeden zich naar de plek van de beschadiging en sluiten het gat af. Er vormt zich een korstje en het weefsel kan herstellen. Het bloed wordt door het lichaam getransporteerd in de bloedbaan. De bloedbaan is een complex netwerk van bloedvaten, waarin het bloed rondgepompt wordt door het hart. Het hart zit opgesloten tussen de longen en bestaat vrijwel geheel uit spieren. Het is opgebouwd uit boezems en kamers. Via de rechterboezem en rechterkamer komt het zuurstofarme bloed aan uit het lichaam en wordt doorgepompt naar de longen. Verzadigd met zuurstof stroomt het via de linkerboezem en -kamer naar de aorta; eerst door de elastische grote slagaders naar alle delen van het lichaam en dan, via plaatselijke vertakkingen, naar de haarvaten. Hier nemen de lichaamscellen zuurstof op uit het bloed en staan er kooldioxide en afvalstoffen aan af. Van de haarvaten wordt het zuurstofarme bloed weer teruggevoerd naar het hart en het proces begint opnieuw, 70 keer per minuut zonder te stoppen. Door het pompen van het hart ontstaat er druk in de bloedbaan, de bloeddruk. Om variaties in de bloeddruk op te kunnen vangen zijn de bloedvaten omgeven door een mantel van elastische vezels en spiermagen Aan de binnenkant zijn de wanden van de bloedvaten bekleed met platte gladde cellen. Deze cellen maken daarnaast hormonen aan die in de bloedbaan vrijgelaten worden. Die hormonen zorgen ervoor dat onder normale omstandigheden de bloedplaatjes en de bloedvaten niet geactiveerd worden.


AANTASTING VAN DE STRUCTUUR EN HET FUNCTIONEREN VAN HART EN BLOEDVATEN

Als iemand rookt, komen er via de longen een groot aantal chemische stoffen in het bloed terecht, waaronder nicotine en koolmonoxide Samen hebben ze een aantal zeer negatieve effecten op het functioneren van het bloed en de bloedbaan in ons lichaam. In de longen dringt tegelijk met zuurstof ook koolmonoxide door de wand van de bloedvaatjes en hecht zich, net als de zuurstof, aan de rode bloedlichaampjes. Daardoor kan er minder zuurstof met het bloed mee dan normaal. Als er minder zuurstof in het bloed zit, moet er meer bloed rondgepompt worden. Dus het hart moet harder werken. Via de longen komt ook nicotine in de bloedbaan. Het geeft een signaal aan de bijnieren om adrenaline vrij te maken. Het hart gaat hierdoor sneller kloppen. Dit vergroot de kans dat het elektrisch signaal in het hart in de war raakt. Het bloed stroomt dan niet meer rond en je kunt er zomaar plotseling aan dood gaan. Nicotine heeft ook een slechte invloed op de conditie van de beschermende bekleding van de bloedvaten. De wanden worden ruw en de hormoonproductie in de cellen wordt ontregeld. Hierdoor worden de bloedplaatjes ineens actief, ze plakken aan de ruwe en beschadigde vaatwand en vormen als het ware korstjes op de wanden. Door de nicotine gaan de spieren in de wand rond de bloedvaten samentrekken. Hierdoor worden de bloedvaten nauwer en de bloeddruk hoger. De bloedcirculatie in de kleinste bloedvaten kan daardoor vertragen of afgesloten worden. Het meest uitgesproken gebeurt dit in de huid. Daarom hebben rokers vaak last van koude handen en voeten. Rokers lopen ook de kans dat het gehalte van een schadelijk type vet in hun bloed verhoogt. Door de verhoogde bloeddruk en de verslechterde conditie van de vaatwand, wordt vet geperst onder de cellen van de vaatwand. Er ontstaat een verdikking die de slagader geleidelijk aan afsluit. Men noemt dit arteriosclerose Iemand die daarbij rookt, loopt een nog groter risico. Op de verdikking in de wand staan de cellen onder spanning en worden uitgerekt. Door hun slechte conditie verliezen ze hun grip en er ontstaan kieren tussen de cellen. Als er eenmaal een beschadiging is komen meteen de bloedplaatjes in actie. Ze vormen een korstje om de beschadiging af te dichten. Zo'n korstje in de bloedbaan heet trombose. In de nauwe opening vormt zich een stolsel waar ook andere cellen in vast kunnen raken. In de kransslagader van het hart groeit een dergelijk stolsel vaak uit en sluit tenslotte de kransslagader af waarna een hartinfarct ontstaat. Door de snelle bloedstroom in zo'n vernauwing kan een stolsel ook losbreken. Het stroomt dan mee met het bloed en kan ergens verderop vastraken in een kleinere slagader of een andere vernauwing. Als dit in de hersenen gebeurt, spreken we van een herseninfarct.

Dit gebeurt er nu met je als je rookt. Ik zal dus nooit gaan roken!!!!!!!



Sportblessures:


Iedere sporter die intensief traint, zal wel eens te maken krijgen met sportblessures. Door het lichaam vaak te belasten, stel je grote eisen aan het bewegingsapparaat. Als te hogen eisen aan het lichaam worden gesteld, zal het signalen geven, die vertaald worden in pijn, verrekkingen ontstekingen enz. Het is voor de sporter belangrijk deze signalen te herkennen, zodat maatregelen getroffen kunnen worden. Blijf je doortrainen met een blessure, dan gaat het van kwaad tot erger.

Nu zal ik vertellen over een veel voorkomende sportblessure: De Spierverrekking

De Spierverrekking:

Bij de spierverrekking of ook de spierverrekking gaat het om een in de lengterichting van de spiervezel inwerkende trekkracht, die de blessure veroorzaakt. Daarbij wordt alleen het bindweefselnetwerk dat de spiervezel omhult uitgerekt, zonder dat de spiervezel zelf beschadigd wordt en bloedt. De verrekking kan met variŽrend heftige pijn gepaard gaan. Afhankelijk van de grootte van het getroffen spiervezelomhulsel kan de functiestoornis tot 6 dagen duren. Vaak kondigt de blessure zich al aan door coŲrdinatiestoornissen en bange voorgevoelens, die zich uiten in een krampachtige houding. Dergelijke spierverrekkingen komen vaak in de been musculatuur en ook in de buig- en strekspieren van het dijbeen voor en dan vooral bij loop- en springdisciplines.



Hoe kun je het behandelen?

Een spierverrekking, die met weinig pijn en nauwelijks enige functievermindering gepaard gaat, verbetert in de praktijk duidelijk door ijsmassage en voorzichtig rekken, waarbij gebruik gemaakt kan worden van bijvoorbeeld biologische sportmassage-olie. Omdat hevige pijn en zeer duidelijk functieverlies nauwelijks is uit te maken of de geblesseerde kampt met een verrekking, vezelscheuring dan wel spierscheuring, is de eerste hulp gericht op de ernstigst denkbare schade, dus de spierscheuring.
De eerste maatregel is gedurende een tot twee uur koelen, een drukverband aanleggen en het geblesseerde lichaamsdeel laten rusten. Na 24 uur kan een warmtebehandeling worden gegeven en mag de geblesseerde loopbelasting worden gegeven met een drukverband. Verdwijnen de symptomen na 4 tot 6 dagen dan zijn de maatregelen die de doorbloeding bevorderen, als warme baden en lichte ontspannende massages, zinvol om hernieuwde belasting sneller mogelijk te maken. Houdt de pijn daarentegen aan en blijft het functieverlies en zijn bovendien lokale veranderingen zicht- en tastbaar, dan moet worden geconcludeerd, dat het om een spierscheuring gaat. De geblesseerde moet dan langer rust nemen.


Hoe kun je het vermijden?

Je kan een blessure voorkomen: blessurepreventie. Blessurepreventie neemt tegenwoordig een belangrijke plaats in de moderne geneeskunde in.
De volgende punten spelen een rol bij blessurepreventie:

- Training & trainingsopbouw
- Juiste dosering van trainingsarbeid en rust
- Leefwijze van de persoon
- Het herkennen van overtraining

Met name bij het voorkomen van een spierverrekking is het belangrijk een goede training en trainingsopbouw te hebben.
Je moet bijvoorbeeld voordat je begint met een wedstrijd of training een goede warming-up hebben. Ook moet je rustig trainen en zeker niet in een te hoog tempo. Ook moet je bij hardlopen veel aandacht geven aan je techniek. Bij een slechte of matige techniek is de kans op een blessure groter dan bij een goede techniek.
Je moet er ook op letten dat je genoeg rust krijgt. In een rustpauze herstelt het organisme zich van de voorafgaande belasting. Elke lichaamscel verkeert tijdens de rust in een soort evenwicht. Tijdens de trainingsprikkel wordt dit evenwicht verstoord. In de rustfase zal het lichaam, via het herstel van de beschadigde cellen, proberen naar die evenwichtssituatie terug te keren. Dit kost tijd.
Als je je hier aan houdt is de kans groot dat een spierverrekking wordt voorkomen.



Literatuurlijst

Ik heb de volgende bronnen gebruikt:

- Het boek Hardlopen van Bart de Ruyter
- Een internetsite waar ik het adres van kwijt ben


Nawoord

Ik ben geen problemen tegengekomen tijdens het maken van mijn werkstuk. Het was in de bibliotheek wel even zoeken, want er waren heel veel boekjes uitgeleend over blessures en sporten, maar gelukkig ben ik op tijd begonnen zodat ik alles nog op tijd heb afgekregen.
Terug Stuur je eigen verslag op Opnieuw zoeken