Print dit verslag
    Stuur door naar vriend(in)
Info verslag
Verslagtype: Werkstukken
Taal: Nederlands
Vak: Nederlands
Commentaar: -
Aantal keer bekeken: 1518
Nederlands

Vriend of vijand

LET OP: Dit verslag is uitsluitend bedoeld als hulpmiddel bij het maken van je eigen verslag en niet om zomaar in te leveren bij je docent(e).

"Dit is hem dan" zei de koning, de ridder bekeek hem nauwkeurig. Het was een grote, gespierde jongen vond hij, maar er was een ding, hij was bruin. De koning vertelde dat de jongen op één van de kruistochten ergens was opgepikt en met iemand mee terug was gereisd, de jonge was toen nog maar een paar jaar oud, hij zou het zich denk ik niet meer herinneren, maar hij is hier goed opgevoed en een sterke knul geworden," ik denk dat hij een goede knecht zal zijn, hij is erg gehoorzaam ".
"Ik hoop het maar" zei de ridder en keek erg neerbuigend neer op de jonge knul, "ga de stal maar aanvegen" snauwde de ridder tegen de knul, "trouwens, hoe heet je eigenlijk " vroeg de ridder, " Hassan, heer" antwoordde de jongen, 'heb je ook nog een familienaam, jongen" vroeg de ridder, " nee, heer" antwoordde de jongen en hij keek afwachtend naar z' n heer die zich omdraaide en met de koning wegliep naar één van de deuren in dit gigantische kasteel, de jongen liep nadat ze de deur achter zich hadden gesloten naar de stallen en vroeg aan een knul die daar aan het vegen was of dat hij wist waar de stal was waar het paard van zijn heer staat , de stalknecht wees naar een stal en ging zonder verder iets te zeggen door met het vegen.
Hassan veegde dag na dag het stro in de stal op en gaf het paard van zijn heer te eten, verder deed hij niets, dit was heel anders dan wat hij gewend was, nu werd er alleen maar naar hem gesnauwd door z'n heer en andere rijk uitziende mensen die hier wel eens langsliepen, vroeger, ja vroeger, toen mocht hij zelf paardrijden. 's Avonds was hij blij wanneer hij mocht gaan liggen, maar hij kon meestal toch niet slapen, de stank in de stal was onverdraaglijk, wanneer zou hij eens uit het kasteel kunnen gaan, gewoon om eens weg te zijn van al deze rommel, wanneer zou hij het bos is in kunnen gaan. Dagen gingen voorbij, maar iedere dag was voor deze stalknecht hetzelfde, hij hoorde de andere stalknechten vaak verhalen vertellen over hun heren die gevechten hadden gehouden met ridders uit andere hertogdommen, waarom deed zijn heer dat nooit, waarom , van het leven in de stal had hij genoeg , hij moest en zou ook eens naar een ander kasteel gaan en een groot riddertoernooi meemaken.

De stalknecht had de hele ochtend zijn heer nog niet gezien, normaal kwam hij in de ochtend altijd langs om z' n knecht te vertellen wat hij vandaag moest doen, maar vandaag was hij er nog niet. Hassan liep maar een beetje rond de stallen en merkte op dat hij helemaal geen ridder te zien was, normaal liepen overal ridders met hun stalknechten rond op weg naar één of ander gevecht. Hassan liep steeds grotere rondjes om de stallen, huizen en andere gebouwen heen totdat hij bij een poort kwam, hij keek erdoor en zag een grote houten brug, hij liep de brug op en keek terug naar het kasteel en zag een gigantisch hoge en lange muur, toen hij zich omdraaide en vooruit liep, liep hij op een breed , met stenen geplaveid pad, links en rechts van hem passeerden karren hem die helemaal vol waren geladen met grote zakken met graan of ander voedsel, toen hij verder liep zag hij boerderijen staan waar niemand te bekennen was, wat was hier aan de hand?

Alle mensen die hij zag liepen of reden richting het kasteel, maar hij niet, hij wilde weg, hij wilde even weg van alle bevelen van zijn heer . Opeens was er niemand meer, waar hij ook keek, geen enkele boer die op weg was naar het kasteel was er meer te zien en er waren ook geen boerderijen meer, toen hij weer een klein heuveltje was opgelopen zag hij opeens een gigantisch groot bos, tot aan de horizon waren alleen maar bomen. Dat zou hij doen, het bos in gaan en vanavond als het donkerder wordt pas terugkomen, misschien zal zijn heer boos zijn, maar hij zal zeggen dat een andere ridder hem een bevel had gegeven en hij daarom niet hem had kunnen helpen.

Het was niet echt een pad waar hij op liep, het lag helemaal bezaaid met takken en overal staken de wortels uit de grond, die hem al een paar keer hadden laten struikelen, maar dat hield hem niet tegen, vandaag zou hij het bos in gaan.
Aan de stand van de zon te zien was het al laat in de middag toen hij op een open plek in het bos aankwam, het was ongeveer twintig voeten breed en hij kon hier goed even op een boomstronk gaan zitten om even uit te rusten, hij had heel de dag achter elkaar door gelopen. Hassan merkte niet dat achter een paar bomen iemand naar hem keek, Hassan dacht aan het leven als ridder, hij wil later ook iemand hebben die alles doet wat hij tegen hem zegt, hij zal wanneer hij rijk is een eigen landgoed kopen en een nog groter kasteel als St. Laloinne, waar hij nu woont. Opeen s sprong de knul achter de bomen vandaan en vloog Hassen om zijn nek , Hassan schrok vreselijk en begon gelijk om zich heen te slaan en schreeuwde zo hard als hij kon, maar de knul die hem half wurgde legde een hand op zijn mond en zei dat hij dat hij stil moest zijn, want er waren vijanden in de buurt, Hassan wist niet waar hij het over had, en probeerde te vragen wat er aan de hand was, de knul stelde zich voor en vertelde dat hij Marius heette en dat hij stalknecht was in een kasteel hier vlakbij, Hassan wist dat er in de wijde omtrek van St. Laloinne geen enkel kasteel was, dus vermoedde hij dat de jongen, Marius genoemd, hem alleen maar voor de gek hield.
Marius vroeg aan de jongen die hij net was tegengekomen hoe hij heette en kreeg als antwoord dat de jongen Hassan heette en op St. Laloinne werkte als stalknecht bij ridder Kasper . "Dat is wel enkele mijlen hier vandaan" zei Marius tegen Hassan, "daar doe je een dag over om te komen hiervandaan. Dat wist Hassan niet, hij wist wel dat hij al de hele dag had gelopen maar hij had niet door dat hij al zo ver van het kasteel weg was, misschien is hij nu wel op vijandelijk grondgebied, misschien hangen ze hem wel op als spion. "Waarom ben je hier" vroeg Marius, "weet je niet dat de Koning van St. Laloinne mijn Koning Alberton heeft uitgedaagd voor een veldslag achter het woud in het dal van Crannaie". "Daarom trekken alle boeren het kasteel in" zei Hassan. Marius vertelde aan Hassan dat zijn Koning Alberton al jaren het landgoed Lalooinne wil veroveren en het kasteel het zijne wil maken. Hassan snapt niet dat deze Marius dit allemaal aan hem verteld en zo aardig tegen hem doet, hij zal maar zeggen dat hij maar eens moet gaan, want anders is hij morgen nog niet terug in het kasteel en dit deed hij.

De volgende morgen werd hij wakker in het stro, hij hoorde buiten hard trompettergeschal en ging eens kijken wat er aan de hand is, hij stapt de stal uit en loopt naar de binnenplaats achter de stallen, hij ziet honderden soldaten van het soort die hij hier nog nooit heeft gezien, "huursoldaten" hoort hij ergens iemand zeggen," de koning heeft soldaten gehuurd voor de veldslag tegen Koning Alberton". Hassan merkt dat het erg rumoerig is in het kasteel, alle ridders berijden zich voor op de veldslag, alle ridders, nee, niet alle ridders, de heer van Hassan, ridder Kasper is er niet, waar zou hij zijn?

De dagen die hierop volgden waren gruwelijk, in het dal van Cronnaie werd een bloederige veldslag gepleegd, ridders die elkaar uitdaagden stootten de ander van het paard, de huursoldaten vechten voor hun geld, en Hassan, die loopt er ook, aan de rand van het slagveld, op zoek naar zijn heer. Hassan vind zijn heer niet, maar hij vindt wel iemand anders, Marius, de schildknaap, maar wat doet hij hier, Hassan probeert bij hem te komen, maar Marius ziet hem al aankomen en wenkt hem weg te gaan, maar Hassan loopt door tot hij bij Marius is en vraagt hem wie hij dient en Marius antwoordt dat hij Koning Alberton dient en schildknaap is van ridder Kasper. "Maar dat kan niet" antwoord Hassan, "ik ben de schildknaap van heer Kasper, heer Kasper vecht voor de Koning van St. Laloinne", maar voordat Hassan uitgepraat is , is Marius al verdwenen.

Daar in de verte, aan de andere kant van het dal staat de Koning van St. Laloinne, Hassan springt op een paard dat zielsalleen zonder ridder (die waarschijnlijk is vermoord) en rijdt zo snel als hij kan naar de Koning en vraagt hem hoe het zit met zijn heer , een woordvoerder van de Koning zegt tegen hem dat ridder Kasper voor een groot bedrag is overgelopen en nu in dienst is van Koning Alberton en hij alle ridders van ons uit het zadel wipt en vermoord, geen enkele ridder is zo goed als ridder Kasper.

Hassan merkt dat de strijd uit gaat lopen tot een verlies van de Koning van St. Laloinne, ridder Kasper is te sterk, maar hij is ook laf en daar zal hij hem voor laten boeten, Hassan zoekt een goede spies op bij de gesneuvelde ridders en springt op het paard en rijdt naar ridder Kasper, deze heeft niet door dat dit zijn vroegere stalknecht is en rijdt op hem in om ook hem net als de anderen uit hun zadel te wippen, maar dit is niet een gewone ridder, dit is een gewone stalknecht, maar deze stalknecht wipt wel ridder Kasper uit het zadel en steekt hem met zijn spies door de borst.

De volgende dag komt Hassan in een zeer duur gewaad de troonzaal binnenlopen, met veel trompettergeschal en trommelgeroffel loopt hij op de Koning af en knielt voor hem neer, de Koning heft zijn zwaard op en legt deze op de schouder van Hassan, Hassan is tot ridder geslagen, zijn droom kan eindelijk in vervulling gaan.
Terug Stuur je eigen verslag op Opnieuw zoeken