Print dit verslag
    Stuur door naar vriend(in)
Info verslag
Verslagtype: Samenvattingen door scholieren
Maker: Bekend
Taal: Nederlands
Vak: Nederlands
Opleiding: n.v.t.
Leerjaar: Alle leerjaren
Commentaar:
Aantal keer bekeken: 1710
Nederlands

Het huis van Oranje

Inleiding

Dit jaar moet ik voor VWO 6 een profielwerkstuk maken over een vak dat in mijn profiel zit. Als vak heb ik geschiedenis gekozen. Een onderwerp bedenken viel niet mee. Na veel nadenken en surfen op het internet ben ik tot het volgende onderwerp gekomen: Het Huis van Oranje. Iedereen heeft wel gehoord van het Huis van Oranje, Prinsjesdag, de troonrede en Koninginnedag. Onder het Huis van Oranje verstaan we het Koninklijk Huis Der Nederlanden.
Ik ben op dit onderwerp gekomen tijdens een les maatschappijleer, wij hadden het over het koningshuis en toen kwam mijn begeleidster op het idee waarom ik mijn profielwerkstuk niet over het Huis van Oranje zou doen. Ik heb dit onderwerp altijd al interessant gevonden. Het zoeken van informatie heeft veel tijd in beslag genomen. Ik heb informatie gezocht op het internet en in de Openbare bibliotheek. Mijn werkstuk verdeel ik chronologisch in 5 hoofdstukken. Per hoofdstuk behandel ik één of twee eeuwen.
Mijn hoofdvraag is: Hoe is het Huis van Oranje ontstaan?
Naast mijn hoofdvragen heb ik ook vijf deelvragen.

1. Wie is de grondlegger van het Huis van Oranje?
Hierin vertel ik wanneer het Huis van Oranje tot stand is gekomen, wie voor de tot stand koming gezorgd heeft en hoe de economische, politieke en sociale situatie was toen der tijd.

2. Wat was de rol van de belangrijkste personen van het Huis van Oranje op politiek, economisch en sociaal gebied in de zestiende en de zeventiende eeuw?
Nederland heeft vele stadhouders, stadhouder-koningen, koningen en koninginnen gekend. Welke van de regeerders in de zestiende en de zeventiende eeuw Nederland regeerde vertel ik in dit hoofdstuk.

3. Wat was de rol van de belangrijkste personen van het Huis van Oranje op politiek, economisch en sociaal gebied in de achttiende eeuw?

In dit hoofdstuk ga ik vertellen welke stadhouders allemaal invloed hebben gehad in de achttiende eeuw. Hierbij behandel ik ook hoe de politieke, economische en sociale situatie was tijdens deze periode.

4. Wat was de rol van de belangrijkste personen van het Huis van Oranje op politiek, economisch en sociaal gebied in de negentiende eeuw?
Vanaf de negentiende eeuw kent Nederland koningen. Hoe de situatie toen op politiek, economisch en sociaal gebied was vertel ik in dit hoofdstuk.

5. Wat was de rol van de belangrijkste personen van het Huis van Oranje op politiek, economisch en sociaal gebied in de twintigste en de eenentwintigste eeuw?
De twintigste eeuw is een eeuw van koninginnen. De eenentwintigste eeuw is een eeuw van zowel koninginnen als een koning. In mijn laatste hoofdstuk vertel ik wat het verschil is van de positie en rol van het staatshoofd vergeleken met vroeger.



Hoofdstuk 1 De grondlegger van het Huis van Oranje

§1.1 Wanneer is het Huis van Oranje tot stand gekomen?

Het Nederlandse Koninklijk Huis is het Huis Oranje-Nassau. De geschiedenis van dit Huis is sinds de vijftiende eeuw nauw verbonden met die van Nederland. Vanaf die tijd leveren de Oranjes en hun verwanten als stadhouders, koningen en koninginnen een belangrijke bijdrage aan het bestuur van Nederland.

§1.2 Het Prinsdom Orange.

Hendrik III trouwt met de Bourgondische edelvrouwe Claudia van Chalon. Hun zoon is René van Chalon. René van Chalon heeft het prinsdom Orange van zijn oom geërfd. Het prinsdom Orange, ook wel Oranje zoals het nu genoemd wordt, is een kleine landstreek in het zuiden van Frankrijk ten oosten van de Rhône. Vanaf het begin valt het René zwaar zich in zijn prinsdom te handhaven. Hij is goed bevriend met Karel V, landsheer der Nederlanden. Hierdoor haalt hij zich de woede van de Franse koning op zijn nek. In 1542 trekt hij ten strijde tegen Frans I van Frankrijk. Hij overlijdt tijdens de oorlog. Wettige kinderen heeft René van Chalon niet, zijn vele kostbare bezittingen laat hij na aan zijn volle neef van de tak Nassau-Dillenburg: Willem, de in 1533 geboren zoon van René’s oom Willem, de broer van Hendrik III, en Juliana van Stolberg. Met deze Willem begint het huis Oranje-Nassau.1

§1.3 Waarom is het Huis van Oranje tot stand gekomen?

Door het huwelijk van Engelbert I, graaf van Nassau, en Johanna van Polanen, enig erfgename van Jan III, heer van de Lek en Breda (1403), is de naam Nassau in onze contreien een begrip. Engelberts nazaten en erfgenamen breidde de Nasause bezittingen in de Nederlandse gestaag uit, ze behoren al snel tot de hoogste edelen van ons land. Ze krijgen steeds belangrijkere functies toegewezen van de Bourgondische en Habsburgse hertogen, die grote delen van de Nederlanden als landheren besturen. Toen Engelberts achter- achterkleinzoon, Willem van Nassau-Dillenburg, in 1544 die bezittingen erft omdat zijn kinderloze neef, René van Chalon, overleed, die tevens prins van Oranje is, benoemt hij Willem tot erfgenaam van het Prinsdom Orange en de bij behorende titel prins van Oranje.2

1.4 Prins Willem I van Oranje, Vader des Vaderlands.

§1.4.1 Willems kinderjaren.

Willem is de achter- achterkleinzoon van Engelbert I en de oudste zoon van Graaf Willem van Nassau en Juliana van Stolberg. Elf jaar is Willem van Nassau-Dillenburg, toen bekend werd gemaakt dat zijn neef hem al zijn bezittingen nalaat. Voordat de keizer instemde met de bepalingen van het Testament vinden er lange en pijnlijke onderhandelingen plaats. Keizer Karel V heeft nogal wat bedenkingen tegen de Lutherse leer waarin de jonge erfgenaam wordt opgevoed op het slot Dillenburg. Willem mag de rijke erfenis aanvaarden op voorwaarde dat hij verder als Nederlands edelman in het katholieke geloof zal worden opgevoed. Hij zal weg moeten uit zijn vertrouwde omgeving, ver weg van zijn Duitse en gelovige lutherse ouders. De keizer zal zijn verdere opvoeding en opleiding op zich nemen. De eerste jaren gebeurt dit vooral in het kasteel te Breda, later aan het Keizerlijke hof te Brussel. De jonge prins wordt vertrouwd gemaakt met de zeden en de gebruiken van zijn nieuwe vaderland.

§1.4.2 Willems tienerjaren.

De Keizer is zelf zeer blij met de Oranje-erfgenaam. Wanneer Willem vijftien is mag hij Karel V al vergezellen naar de Rijksdag te Augsburg en bij alle belangrijke beraadslagingen betrekt de oude keizer zijn pleegkind. Karel V hecht meer waarde aan de opvoeding van Willem dan aan die van zijn eigen zoon, Filips, die tevens zijn erfgenaam is. Willem kan in vijf verschillende talen spreken. Hij wordt erg populair aan het hof in Brussel. Er wordt druk nagedacht over een mogelijke katholieke gemalin voor de jonge prins. De keuze valt op Anna, gravin van Buren. Deze verbintenis maakte de prins nog vermogender en hij krijgt er twee titels bij: Heer van Egmond en graaf van Buren. Hierdoor was hij de meest vooraanstaande en machtigste Nederlandse edelman. Anna schonk Willem een zoon: Filips Willem.
In 1551 krijgt hij zijn eerste aanstelling als kapitein van een ruiterafdeling; een paar maanden later wordt hij kolonel over tien vendels Nederduitserts. Nog voor zijn tweeëntwintigste verjaardag wordt hij tot opperbevelhebber van het Maasleger benoemd. In 1555 wordt hij lid van het hoogst adviserende college, de Raad van State. Op 25 oktober 1555 wordt Filips II, aan wie Karel de regering overdraagt, Keizer. Deze gebeurtenis kondigt het begin van de grote rol die Willem zal gaan spelen op het politieke toneel aan. Filips II en Willem liggen elkaar helemaal niet. In 1556 neemt Filips II, als soeverein van de orde van het Gulden Vlies3 in Antwerpen negentien nieuwe ridders op in de Orde, waaronder Willem.

§1.4.3 Grote verliezen voor de prins.

In 1558 overlijden Karel V, Anna en een jaar later zijn eigen vader. Tijd om lang te treuren heeft Willem niet. Hij speelt namelijk een belangrijke rol bij de vredesonderhandelingen met Frankrijk, die uiteindelijk tot een succesvol einde worden gebracht. Filips en Willem krijgen steeds vaker meningsverschillen. De opvattingen die Filips over het regeringsbeleid in de Nederlanden heeft, wijken niet veel af van zijn vader. Het verschil tussen hun is dat zijn vader veel nauwere contacten had met de Nederlanders. De spanningen tussen hem en de edelen blijven voorlopig nog verborgen omdat de oorlog met Frankrijk en de afwikkeling daarvan hem volledig in beslag nemen.




§1.4.4 De centraliserende politiek.

Zodra de vrede in 1599 gesloten is en de koning vertrokken is naar Spanje, beginnen de moeilijkheden. Willem van Oranje, die benoemd is tot stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht, behoort met Egmond en Horne, zijn collega’s in de Raad van Sate, tot de initiatiefnemers van het verzet tegen de politiek van de koning. Filips’ eerste minister, Granvelle, heeft een te grote invloed op Margaretha van Parma. Die bij de afwezigheid van de koning het land als landvoogdes regeert. De centraliserende politiek benadrukt de zelfstandigheid der Staten en dat staat de prins niet aan. Hij schrijft samen met Egmond een brief aan de koning waarin hij de grieven van de edelen samenvat. Willem wil een nieuw huwelijk aangaan met de vrouw Anna van Saksen. Anna is een lutherse prinses. Zowel Filips als de grootvader van Anna zijn hier fel op tegen. Het lukt hem om beide partijen om te praten. Anna is doodongelukkig op Dillenburg en sterft uiteindelijk krankzinnig. Uit het huwelijk van zijn tweede vrouw zijn één dochter en één zoon geboren, Anna en Maurits. De onrust in het land neemt toe. De oppositiegroep breidt zich uit en er wordt een Liga van Hoge Edelen gevormd, de leider van deze groep is de broer van Willem, Lodewijk van Nassau. Het verzet tegen Granvelle groeit enorm en de Liga eist het vertrek van Granvelle. De koning heeft geen keus omdat de Liga de zittingen van de Raad boycotten. Door het vertrek van Granville krijgt de hoge adel een grotere invloed in het landsbestuur, maar dit lost de verschillen tussen de koning en de edelen niet op.

§1.4.5 Het Compromis der Edelen.

In 1565 komt een aantal leden van de lage adel bijeen en dit resulteert in het ‘Compromis der Edelen4’. Willem wordt gevraagd zich hier bij aan te sluiten, maar hij is liever neutraal en zwijgt. Zo blijft hij op zijn hoede wanneer tweehonderd ongewapende edelen aan landvoogdes Margaretha van Parma hun smeekschrift aanbieden. Ondanks dat Willem neutraal is staat hij in nauw contact met de edelen. Margaretha reageert terughoudend en aarzelt. Bij deze politieke en religieuze problemen krijgt het land ook nog te maken met een ernstige economische crisis. De handel met Scandinavië stagneert door de oorlog daar, de graanoogsten zijn kleiner door de strenge winters, de prijzen stijgen en dit resulteert in het hongerjaar 1566. Het volk wordt wanhopig en opstandig en de situatie wordt met de dag verwarender en onoverzichtelijker. In de zomer barst de beeldenstorm5 los. Ontevreden protestanten vernielen katholieke heiligdommen. Willem stelt vele mensen teleur door hardhandig op te treden. Hij weigert de nieuwe eed van trouw aan Filips II af te leggen. Van Egmond en Horne gaan wel akkoord.

§1.4.6 De ‘nieuwe regering’.

De koning is het zat, Margaretha kan haar taak niet aan en er moet hard opgetreden worden tegen de rebellen. De hertog van Alva gaat regeren. Voor Oranje ziet het er niet gunstig uit want hij heeft zijn vertrouwen bij de koning verspeeld. Hij vlucht samen met zijn dochter en vrouw naar Dillenburg. Veel edelen worden onthoofd. Willem is gevangen genomen en verblijft in Spanje. Willem wil niet machteloos toezien en wil zijn bezittingen terug. Hij huurt een leger die hij betaalt door een aantal Nasausse bezittingen te verkopen. Hij verliest en keert vernederend terug uit de Nederlanden. Hij geeft niet op en keert nog een keer terug. Zijn leger is niet zo goed getraind als dat van Alva. Willem besluit om zelf naar Holland te gaan om daar “zijn graf te vinden”. Juist op het moment dat hij naar Holland gaat, beginnen de succes voor de opstandelingen op te komen. Nadat Willem zich in 1573 heeft aangesloten bij de calvinisten, treedt hij twee jaar later weer in het huwelijk. Zijn derde vrouw is de aan het Franse koningshuis verwante Charlotte de Bourbon. Alva wordt in 1573 weer teruggeroepen naar Spanje en laat het land in slechte toestand achter. Oranje brengt de Pacificatie van Gent6 tot stand. Hierin verklaren alle Nederlanden zich solidair tegen Spanje. Louise de Coligny is de vierde vrouw van Willem. Zij schenkt hem één zoon, Frederik Hendrik.

§1.4.7 De moord op de geliefde prins.

Filips II besluit zijn tegenstander Willem, die niet van wijken weet, te laten vermoorden. Wie erin slaagt de verrader en vijand van de mensheid te doden, zal vorstelijk beloond worden en in adelstand worden verheven. Het antwoord hierop is de beroemde Apologie, een scherp en gloeiend manifest, waarin Oranje de koning, die bedrieger en huichelaar evenmin spaart. De slotwoorden van deze Apologie zijn : Je maintiendrai. Willem van Oranje, stadhouder, Vader des Vaderlands, prins van Oranje, wordt vermoord op 10 juli 1584.7

Conclusie
De grondlegger van het Huis van Oranje is Willem van Oranje. Willem erft van zijn neef, René van Chalon, het prinsdom van Orange en daarbij de titel prins van Oranje. Prins Willem viel erg in de smaak bij Karel V. De opvolger van Karel V, Filips II, had geen goede relatie met Willem. Alva, de Spaanse afgezant, onthoofd heel veel edelen. Willem vlucht voor Alva en trekt jaren later nog vele malen ten strijde tegen Alva. Alva keert weer terug naar Spanje en Willem weer naar Holland. Willem wordt vermoord op 10 juli 1584.
















Hoofdstuk 2 De stadhouders in de zestiende en zeventiende eeuw

Dit hoofdstuk gaat over de personen die in de zestiende en in de zeventiende eeuw invloed hebben gehad in de Nederlanden en zo bijdroegen tot het tot stand komen van ons huidige koningshuis. Met behulp van dit hoofdstuk wil ik laten zien hoe de economische, sociale en politieke situatie was bij elke stadhouder.

§2.1 De stadhouders van de zestiende en de zeventiende eeuw.

De stadhouders van de zestiende en de zeventiende eeuw zijn geen absoluut regerende vorsten, maar ze vormen wel degelijk een belangrijke politieke factor. De stadhouders stonden in dienst van de afzonderlijke Staten van de zeven gewesten. De stadhouders hebben vooral militaire taken en zijn daardoor nauw betrokken bij het buitenlandse beleid van de Republiek. Dit bezorgt hen een bijna vorstelijke positie. Nederland heeft in de zestiende en de zeventiende eeuw een aantal stadhouders gekend, namelijk: prins Willem van Oranje, prins Maurits, prins Frederik Hendrik en Koning-stadhouder Willem III. In de zeventiende eeuw was er van de periode 1650 tot en met 1675 sprake van een stadhouderloos tijdperk. De periode van Willem van Oranje heb ik uitvoerig besproken in hoofdstuk 1, dus nu ga ik naar de andere stadhouders.

§2.2 Prins Maurits, militair en strateeg. (1567-1625)

Direct na de moord op stadhouder Willem van Oranje, die leider is van de opstand tegen Spanje, komen de Staten-Generaal bijeen om te beraadslagen over de nieuw ontstane situatie. Maurits wordt benoemd tot voorzitter van de Eerste raad en is de opvolger van zijn vader. Wie de nieuwe landsheer wordt is de grote vraag. Uiteindelijk werd het graaf Leicester die als luitenant-generaal de opstand in de Nederlanden leidde. Maurits is aangesteld als stadhouder van Holland en Zeeland en tevens als kapitein-generaal en admiraal. Na zijn achttiende verjaardag wordt hem de titel prins van Oranje toegewezen, die eigenlijk Filips Willem toebehoort. Het volk vindt het acceptabel en rechtvaardig dat de zoon van Willem van Oranje deze belangrijke titel krijgt. Leicester blijkt een mislukking in zijn vak en de Spanjaarden rukken steeds verder op onder leiding van veldheer Parma. Het volk wordt onrustiger waardoor men de macht van de prins wil vergroten. Maurits keert zich tegen Leicester. Leicester keert terug van Engeland en hij heeft zich de woede van het volk op zijn hals gehaald met het hem door koningin Elisabeth opgedragen voorstel om vrede met Spanje te sluiten. Leicester vertrekt en Maurits krijgt weer meer macht. Na zijn aanstelling tot bevelhebber van alle Staatse troepen, krijgt hij in 1590 ook nog de stadhouderschappen opgedragen van Utrecht, Gelderland en Overijssel. Zijn belangstelling gaat meer uit naar de militaire dan naar de politieke zaken. De prins is een uitstekende veldheer. Hij verovert Axel in 1586. Zijn prestige als legerbevelhebber stijgt snel, zowel door de militaire successen die hij behaalt door zijn organisatietalent en methode van oorlogvoeren. Maurits zet zich samen met Willem Lodewijk in voor hervorming van het leger. Met behulp van Simon Stevin stelt hij een nieuwe gefundeerde wijze van oorlogvoeren op. Hiedoor maakt Oranjes tweede zoon het Staatse leger tot een gevreesde macht in Europa. Hij is de grootse veldheer van deze tijd. Hij neemt zijn eigen stad Breda weer in, daarna volgen nog vele steden. Zijn aanzien stijgt mettertijd in de buitenlandse betrekkingen. Maurits neemt nog meer steden in beslag. Het oorlog voeren kost natuurlijk handenvol geld, maar Maurits blijft doorgaan. De oorlog te land en ter zee stimuleert de handel en de scheepsvaart en ook in de kaperij worden grote winsten behaald. In 1609 beginnen de onderhandelingen over vrede. De prins weigert zelf deel te nemen aan de besprekingen, wel legt hij de nodige beleefdheidsbezoeken af. Op 9 april 1609 besluit men, na eindeloos heen en weer gepraat, tot een onderbreking van de oorlog. De soevereine onafhankelijkheid van de Republiek wordt door Spanje en de aartshertogen erkend en voor de duur van een bestand van twaalf jaar mogen beide partijen in bezit blijven van hetgeen zij op dat moment hebben. De erfenis van de vader van Maurits en zijn broers wordt verdeeld. De oudste zoon, Filips Willem krijgt het meeste, maar dit staat Maurits niet aan. Filips Willem krijgt het prinsdom van Oranje en de baronie van Breda, Maurits krijgt het grootste deel van de bezittingen in de Republiek en de Lek en Polanen. De overblijvende bezittingen gaan naar Frederik Hendrik, de jongste zoon. Het privé leven van de prins is niet denderend, hij heeft geen vrouw en geen kinderen evenals Filips Willem. Wanneer hij sterft erft Maurits zijn bezittingen. De eerste jaren van het Twaalfjarig bestand8 verlopen rustig voor de prins. De prins heeft steeds meer bezwaren tegen de politiek. In 1618 treedt de prins hard op. In Utrecht dankt hij overeenkomstig een machtiging van de Staten-Generaal en de waardgelders af en vervangt er de remonstrantse regenten in de vroedschap. Vanaf dit moment bezit de prins nog veel meer macht dan voorheen. Op 9 april 1621 loopt het bestand af en beide veldheren, Maurits en Spinola, staan weer in volle wapenrusting tegenover elkaar. De prins is na de dood van Willem Lodewijk ook stadhouder van Groningen en Drenthe geworden. Maurits lichamelijke toestand verslechtert en op 23 april 1625 overlijdt hij. Het volk rouwt om hun geliefde prins, er werd een symbolisch gedicht voor hem gezongen.

§2.3 Frederik Hendrik, de stedendwinger. (1584-1647)

De Staten van Holland benoemen Frederik Hendrik in 1593 tot kolonel over een regiment van 20 vendels en tot gouverneur van Geertruidenberg. De prins heeft gestudeerd aan de Leidse universiteit. De militaire carrière van Frederik is begonnen met de slag bij Nieuwpoort. Hij wordt benoemt tot generaal van de cavalerie. Vanaf 1600 neemt hij actief deel aan de oorlog die zijn broer volgt. Zijn aanzien steeg doordat hij zijn neef graaf Hendrik van den Bergh, die aan de Spaanse zijde vocht, persoonlijk gevangen neemt. In de jaren van het Twaalfjarig bestand is er weinig te doen op krijgsgebied en Frederik Hendrik verveelt zich. Frederik Hendrik is, aangezien Filips Willem’s huwelijk kinderloos blijft en dat Maurits nooit zal trouwen, de enige die overblijft om als zoon van de Vader des Vaderlands het geslacht Oranje-Nassau voort te zetten. Halverwege het bestand, in 1615, krijgt hij een nieuwe kans om krijgsroem te krijgen. Met een leger van 5000 voetknechten trekt hij in opdracht van de Staten dwars door neutraal gebied naar Brunswijk. Zijn taak is de opstandige stad te ontzetten. Na het overlijden van Filips Willem van Oranje-Nassau krijgt Frederik in 1618 een nieuwe missie, maar ditmaal een politieke missie. Zijn broer, Maurits, die nu officieel prins van Oranje geworden was, stuurt hem naar het verre prinsdom om daar orde op te stellen. Afgezien van Filips Willem zelf is Frederik Hendrik en koningin Juliana de enige der Oranjes die het prinsdom ooit bezocht heeft. Gedurende de godsdiensttwisten weigert hij openlijk een zijde te kiezen. De vijandelijkheden worden na het Twaalfjarig bestand weer hervat. Maurits verzoekt op zijn sterfbed dat Frederik Hendrik moet trouwen en kinderen moet gaan krijgen. Op 4 april 1625 is Frederik getrouwd en op 25 april is Maurits gestorven. De Staten-Generaal treffen direct maatregelen nu het leger zonder opperbevel is. Frederik Hendrik wordt het kapitein- en admiraalgeneraalschap van de Unie opgedragen. De strijd met Spanje ziet er niet hoopgevend uit. Veldheer Spinola slaagt erin Breda te veroveren. Alle hoop gaat uit naar de nieuwe prins van Oranje, Frederik Hendrik. Niet iedereen heeft zoveel vertrouwen in de nieuwe prins. Hij heeft meer aandacht voor liefde dan voor oorlog. In 1627 begint Frederik Hendrik dan toch zijn carrière als veldheer. Zijn eerste wapenfeit is de succesvolle belegering van Groenlo, het laatste op Nederlands grondgebied gelegen Spaanse bolwerk. Deze belegering heeft een grote winstmarge. De verovering van ’s-Hertogenbosch twee jaar later is een militair-technisch meesterstuk, dat als een van de knapste krijgsgeschiedenis in Europa bewondering afdwingt. Hierdoor heeft hij ook de naam stedendwinger gekregen. De belegering van deze stad is een bijzonder kostbare aangelegenheid en de financiering is mogelijk gemaakt door Piet Heins verovering van de Spaanse zilvervloot in 1628. De financiën zijn zo erg uitgeput dat er voorlopig geen oorlog gevoerd kan worden. De prins probeert toch een oorlog te voeren en belegt Maastricht, Venlo en Roermond. In 1635 komt er een alliantie tussen de Republiek en Frankrijk tot stand. Het is de prins van Oranje zelf die dit bondgenootschap op eigen gezag doorzet. Hiermee pleegt hij verraad aan de traditie van de familie. De leden van de commissie van buitenlandse zaken van de Staten-Generaal hebben niet veel in te brengen. Het beleid werd al jarenlang door Frederik Hendrik gevoerd. Op allerlei manieren slaagt Frederik Hendrik er in de loop van de jaren in om zijn positie zowel op landelijk als op Europees niveau te versterken. Binnenlands worden de eerste schreden gezet in de richting van een erfelijk huis van Oranje. Het begint met de benoeming door de Staten-Generaal van zijn drie-en-een-half-jarig zoontje, Willem, in 1630 tot generaal der cavalerie. Hierop volgt de acte de survivance, waarbij het recht van opvolging in het stadhouderschap wordt vastgelegd. Buiten de grenzen verhoogt het aanzien van de Oranjevorst. De Engelse koning verleent hem de Orde van de Kouseband9. De Franse koning spreekt hem voortaan aan met Altesse, hiermee wordt de gelijkwaardigheid van het huis Oranje-Nassau door de andere Europese vorstenhoven erkend. Veel buitenlandse vorsten en edelen sturen hun zoons naar het verblijf van Oranje om er goede manieren te leren en hun kennis op het gebied van letteren en kunst te vergroten. Frederik Hendrik had een aanzienlijk inkomen. Hierdoor kon hij het zich veroorloven meerdere paleizen te bouwen zoals het Huis ten Bosch. Om zijn aanzien nog hoger te maken zoekt Frederik huwelijkspartners voor zijn kinderen van koninklijken bloede. Prins Willem werd op veertienjarig leeftijd uitgehuwelijkt aan de Engels koningsdochter Mary Stuart. Hierdoor is het vermogen van het Oranjehuis ontzettend groot geworden. Frederik Hendrik slaagt erin de Staten-Generaal naar zijn hand te zetten. Hij heeft zoveel macht dat hij mensen kan laten aftreden die hem niet zinnen. De dienaar der Staten wordt de heerser. Frederik Hendrik herwint in 1637 Breda, maar zijn aanval op Antwerpen is mislukt. Zowel lichamelijk als geestelijk takelt hij in de jaren langzaam af. Op 14 maart 1647 sterft deze beroemde Oranjetelg, die door sommige ‘het sieraad van zijn eeuw’ word genoemd. De periode van Frederik Hendriks regering wordt ook wel de Gouden Eeuw genoemd, vanwege de economische successen die hij heeft gemaakt.

§2.4 Willem II, de prins voor Amsterdam. (1625-1650)

Willem II, Prins van Oranje, was de zoon van stadhouder Frederik Hendrik.
Hij trouwde op vijftienjarige leeftijd met de tienjarige Mary Stuart, dochter van Koning Karel I van Engeland. Dit huwelijk zal het geslacht Oranje-Nassau op een lijn stellen met de overige Europese vorstenhuizen. Dit huwelijk was voor de Engelse koning ook een houvast, want het geslacht Oranje-Nassau is zeer vermogend. Mary zal op twaalfjarige leeftijd naar Holland gestuurd worden, maar doordat er een burgeroorlog is uitgebroken in Engeland komt zij al eerder. Door de komst van een koningskind in het Haagse hofleven verandert er nogal wat. Men is meer eerbetoon schuldig. De bruid wordt door het volk als arrogant, hooghartig en prinses royale omschreven. De jonge prins heeft alleen maar interesse in de oorlogvoering en niet in studeren. Willem verlangt naar soldatenroem en naar de lauwerkransen. De moeder van Willem, Amalia, wordt steeds bijdehanter en invloedrijker. Er dreigt een vredesverdrag te komen tussen de Republiek en Spanje, het verdrag van Munster. De Fransen zijn het hier niet mee eens en vestigen hun hoop op de jonge stadhouder. Na de dood van Frederik Hendrik heeft Willem II geen interesse meer in oorlogvoeren en staatszaken. Het verdrag van Munster wordt ondertekend in januari 1648 en word in mei geratificeerd. In het eerste artikel bevestigt de Spaanse vorst de soevereiniteit en onafhankelijkheid van de Verenigde Nederlanden; een triomf voor de Republiek na tachtig jaar oorlog voeren. In de zomer van 1648 verandert er iets in Willem II. Hij deelt mee dat hij de ambten van stadhouder en kapitein-generaal serieus wil gaan nemen. De geheime contacten die prins Willem al had met de Fransen worden nu intensiever. Er worden plannen gesmeed de oorlog met Spanje te hervatten in samenwerking met de Fransen. De prins gaat recht tegen het verdrag in. In januari 1649 wordt de Engelse koning Karel I onthoofd. Karel II roept zich tot koning uit en de prins van Oranje steunt hem aan alle kanten. Holland gaat in verzet tegen de politiek van de stadhouder. Men wilt niet een oorlog voor de Stuarts riskeren. De handelsbelangen die de gewesten Holland en Zeeland ertoe brengen vast te houden aan de neutraliteit. Het zijn deze zelfde handelsbelangen die maken dat Holland, gesteund door Amsterdam, zich uit alle macht blijft verzetten tegen een hervatting van de oorlog met Spanje. Holland is beducht voor de toenemende macht en de vorstelijke aspiraties van de jonge en onervaren stadhouder. Het gevaar van een staatsgreep is niet denkbeeldig. De prins is niet van plan zijn ideeën te laten dwarsbomen door een weerspannige provincie. De prins krijgt de pokken en overlijdt onverwachts op 6 november. Hij is vierentwintig jaar geworden. Zijn vrouw beviel acht dagen later van de latere stadhouder-koning, Willem III. Een groot deel van het volk was blij dat Willem II dood was. De Staten-Generaal zegeviert: het tijdperk van de ware vrijheid breekt aan. De weg voor de Oranjes naar de soevereiniteit is versperd. De Staatsgezinden maakten gebruik van de verwarring in het vijandelijke kamp en het Eerste Stadhouderloze Tijdperk was geboren.

§2.5 Het Eerste Stadhouderloze Tijdperk en de jeugd van Willem III. (1650-1672)

Het Eerste Stadhouderloze Tijdperk is van 1650 tot en met 1672. De Nassaus zelf spelen in het Eerste Stadhouderloze Tijdperk een rol in de Republiek. Snel na de dood van Willem II verklaren vijf van de zeven gewesten geen stadhouder meer te benoemen. In Friesland en Groningen blijft deze functie in handen van graaf Willem Frederik van Nassau-Dietsz. Een ander familielid, Graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen, bekleedt de positie van veldmaarschalk. Deze besluiten worden besloten in de Grote Vergadering, die zeven maanden duurde. De eenheid van legerleiding gaat verloren. In plaats van één staatsleger komen er zeven kleine provinciale legers. De macht berust officieel bij de gewesten, de Republiek is een statenbond geworden.
Er komt veel concurrentie op zee. De concurrentie tussen de Republiek en Engeland leidt tot de Eerste Engelse Zeeoorlog. Johan de Witt wordt benoemd tot raadpensionaris van Holland. Hij is consequent verdediger van de gewestelijke zelfstandigheid en een even consequent tegenstander van een te grote macht der Oranjedynastie. Overal in het land vinden Orangistische relletjes plaats. De Witt ziet neer op de volkse Oranje-aanhang. Het volk wil zo graag weer een stadhouder dat ze een lied voor hem zingen: ‘Al is ons Prinsje nog zo klein, alevel zal hij stadhouder zijn’. In Westminster in 1654 wordt vrede gesloten. Een belangrijke vredesvoorwaarde was dat de prins van Oranje en al zijn nakomelingen uitgesloten worden van het stadhouderschap van Holland en van het kapitein-generaalschap van de Unie. Hiertegen groeit in de Republiek verzet. De Franse vorst Lodewijk XIV heeft het prinsdom Orange bij zijn rijk gevoegd; pas achttien jaar later, bij de vrede van Nijmegen10, zal de Franse Zonnekoning Orange aan de rechtmatige eigenaar teruggeven. Karel II Stuart komt terug op de Engelse troon. De Witt vreest voor een versterking van de positie der Oranjegezinden. Hij legt de toekomst van Oranje in handen van de Staten van Holland.

§2.6 Willem III, de Koning-stadhouder. (1650-1702)

Welke naam de pas geboren jonge Prins van Oranje moet krijgen is een groot gevecht. De prinses royale wil dat hij Karel heet, naar haar vader, maar ze houdt toch vast aan de familienaam, Willem. Er wordt ook getwist wie de opvoeding op zich neemt. De moeder of de schoonmoeder van de prins. De moeder krijgt het recht. Het volk is hier niet blij mee want zij heeft nu de toekomst van Oranje in handen. De moeder van de prins overlijdt op 3 januari in Londen aan de pokken. Tot de woede van Amalia, Willems schoonmoeder, blijkt uit het testament dat de opvoeding wordt opgedragen aan Karel II. Na vijf jaar discussiëren wordt Willem kind van de Staat. De Witt krijgt veel macht en treedt op tegen de intrigerende Orangisten die het hoog tijd vinden de prins van een hoog ambt te voorzien. In 1667 nemen de Hollandse Staten het Eeuwig Edict11 aan, waarmee het stadhouderschap voor altijd wordt afgeschaft. Zeeland benoemt Willem een paar jaar later tot de eerste Edele. Hij krijgt een zetel in de Raad van de State. In 1670 gaat Willem met zijn oom naar Engeland. Tijdens zijn verblijf wordt de politiek besproken met zijn Stuart-oom Karel II. Karel II heeft een paar maanden geleden met Lodewijk VIX een verdrag gesloten de Verenigde Nederlanden aan te vallen. In 1672 verklaren Frankrijk, Engeland, Munster en Keulen de Republiek de oorlog. Om dit gevaar te overwinnen benoemen ze de prins van Oranje tot kapitein-generaal. De Witt is hier sterk op tegen. Gelukkig is de vloot van de Republiek in goede staat. De inwoners van de Republiek zijn redeloos, reddeloos en radeloos. De prins van Oranje treedt op. Alle gewesten benoemen hem tot stadhouder. De schuld van de ellende wordt aan de Witt gegeven en alle hoop is gevestigd op prins Willem III. De eenheid in de Republiek komt weer terug. Willem III heeft succes met zijn veldslagen en verovert een paar stukken grondgebied terug. De vloot behaalt onder leiding van Michiel de Ruyter de ene zege na de andere voor reusachtige zeeslagen. In 1673 zijn alle vijandige troepen uit de Republiek teruggetrokken. Met Engeland, Munster en Keulen werd in 1674 al vrede gesloten, maar met Frankrijk pas vier jaar later, bij de vrede van Nijmegen. Willem heeft één doel voor ogen, namelijk het in stand houden van het Europese machtsevenwicht tegenover het imperialisme van Frankrijk. De prins wordt met lof overladen. Hij krijgt de benaming “Restaurateur van Onse Staet. Het stadhouderschap en het kapitein-generaalschap wordt in mannelijke erflijn bepaald. Nu heeft hij meer macht dan ooit een van zijn voorouders had. Willem III krijgt de pokken, maar geneest. Amalia overlijdt.Willem III trouwt met Mary Stuart, zijn nichtje. Haar vader is de katholieke Koning Jacobus II. De Engelsen zien het geloof van de Koning steeds meer als een bedreiging voor de positie van het protestantse geloof in hun land. Zij roepen daarom in 1688 met succes de hulp in van Willem III en zijn vrouw. In de “Glorious Revolution” wordt Jacobus II van de troon verdreven. Het echtpaar wordt een jaar later tot Koning en Koningin van Engeland, Schotland en Ierland gekroond. Met het Groot Verbond van Den Haag is het Willem gelukt de Franse agressie tegen te gaan. Juist op het moment dat er een nieuwe oorlog tegen Frankrijk uitbreekt, overlijdt de Koning-stadhouder in 1702 kinderloos. Hiermee is in feite het huis Oranje-Nassau uitgestorven. In Engeland volgt zijn schoonzus hem op. In de Republiek begint, met uitzondering van Friesland, het Tweede stadhouderloze tijdperk.

Conclusie
De Republiek heeft in de zestiende en de zeventien eeuw een handjevol stadhouders gekend. Wie van hun voor de meeste verandering heeft gezorgd is moeilijk te zeggen, elke stadhouder heeft namelijk voor veel veranderingen gezorgd. De laatste Koning-stadhouder heeft wel de meeste macht gehad in deze twee eeuwen. Door het kinderloze overlijden van Willem III is het geslacht Oranje-Nassau in feite uitgestorven.



















Hoofdstuk 3 De stadhouders in de achttiende eeuw

Dit hoofdstuk gaat over de regering van de Republiek in de achttiende eeuw. In de achttiende eeuw was er voor de tweede keer een Stadhouderloze Tijdperk. Na het Tweede Stadhouderloze Tijdperk heeft de Republiek in de achttiende eeuw twee stadhouders gekend: prins Willem IV en prins Willem IV.

§3.1 Het Tweede Stadhouderloze Tijdperk.

De voortzetting van de Dynastie na het overlijden van Willem III wordt gedaan door de Friese Nassaus. Willem III laat al zijn rechten en bezittingen na aan zijn Friese neef Prins Johan Willem Friso. Tot dat moment zijn deze Nassaus nooit zo op de voorgrond getreden als hun Hollandse neven. Maar de Pruisische Koning Frederik Willem I, kleinzoon van Frederik Hendrik, vecht die erfenis aan. Prins Johan Willem Friso verdrinkt in het Hollands Diep als hij onderweg is naar Den Haag voor de onderhandelingen over de erfenis. Er komt daardoor geen akkoord. De vrouw van Johan Willem Friso, Maria-Louise van Hessen-Kassel houdt met veel succes de positie van het Huis van Oranje-Nassau hoog. In 1732 bereikt zij een akkoord over de erfenis met de Pruisische verwanten. Dit akkoord legt de materiële basis voor het huwelijk tussen haar zoon, Prins Willem IV en de Engels koningsdochter, prinses Anna van Hannover. Zij trouwen in 1734.

§3.2 Willem IV, weifelend en weinig bekwaam. (1711-1751)

Willem IV erft van zijn overleden vader het markiezaat van Veere en Vlissingen. Dit is voor zijn politieke ambities zo belangrijk omdat hij door deze erfenis kan beschikken over twee stemmen in de Zeeuwse staat. Maar zijn erfgoed werd hem ontnomen. Talen, staatsrecht en geschiedenis zijn de passies van Willem IV. Op het militaire gebied is Willem IV minder succesvol dan zijn voorganger. Dit komt door zijn lichaamsgebrek en zijn ziekelijkheid. Hierdoor wordt het kapitein-generaalschap van de Unie, wat een traditionele waardigheid is, hem onthouden. Hij wil toch ontwikkeld blijven op militair gebied en huurt de beroemde veldheer, Eugenius van Savoye in. Er dreigt een nieuwe oorlog aan te komen met Duitsland. Hij sluit in het legerkamp vriendschap met de kroonprins van Pruisen, Frederik de Grote. Willem IV trouwt met de Engelse koningsdochter, Anna van Hannover. Dit huwelijk opent vele gunstige perspectieven. De nieuwe protestantse Hannoverdynastie verwacht meer populariteit. Het staatse bewind doorziet de Engelands bedoelingen. Een betrouwbare bondgenoot kan zowel Engeland als de Republiek goed gebruiken. De Engelsen willen een krachtiger Nederlands beleid. Het volk is niet blij met hun huwelijk. Ze stemmen niet toe dat de prins en zijn echtgenote Friesland mogen binnenkomen, waar de prins zelfs paleizen heeft. Binnen enkele jaren na hun huwelijk sterven alle Nassau takken uit. Al hun bezittingen worden toegewezen aan Willem IV. De prins noemt zichzelf nu anders, niet meer prins van Oranje maar prins van Oranje en Nasau. Na enkele miskramen van zijn vrouw wordt een dochter geboren, Carolina. In 1748 word eindelijk de stamhouder geboren, Willem V. In 1740 breken er nieuwe Europese oorlogen uit. Deze Oostenrijkse Successie oorlogen betwisten verschillende pretendenten de Oostenrijkse keizerin Maria Theresia het recht van opvolging. De republiek, die al jarenlang een neutralisatiepolitiek voert, heeft door geldgebrek het leger en de vloot niet op peil gehouden. Nederland zal zich amper kunnen verdedigen. De staatslieden trekken zich terug voor beraadslagingen. Wanneer de Fransen in 1744 een aantal Zuid-Nederlandse steden veroveren neemt de onrust toe in de Republiek. In 1747 doen de Fransen een inval in Staats-Vlaanderen. Er ontstaan volksbewegingen die de regenten de schuld geven van al deze problemen. Het volk ziet maar één oplossing : Oranje. Het stadhouderlijke gezag wordt hersteld. Willem IV wordt stadhouder van alle gewesten. Hij wordt ook aangesteld tot kapitein-generaal. Deze ambten worden bovendien erfelijk verklaard in zowel mannelijk als vrouwelijke lijn. Hij wordt ook nog aangesteld als directeur van de West-Indische Compagnie en de Oost-Indische Compagnie. Er werd een gedicht geschreven over Willem :
‘Wilhelmus van Oranje,
geteeld uit Nassaus bloed,
vermaagschapt aan Brittanje,
zal zwaagen lijf en goed.
Voor Kerk en Staat te stryden
is deeze Held van zins,
Hij zal het land bevrijden,
Vivat! Lang leev’ de Prins!’
Willem IV mist het inzicht en de kracht. Vol goede bedoelingen staat Willem IV, de eerste algemene erfstadhouder, daar met meer macht dan één van zijn voorgangers ooit gehad heeft, maar hij kan zijn macht niet gebruiken. Willem blijkt ook geen politieke kunsten in zich te hebben en laat alles vallen. De gevolgen van zijn slap beleid blijven niet uit. Het gedicht wordt vervangen door de kreet ‘Oranje Onder’.Uiteindelijk wordt na veel angst in oktober 1748 de vrede gesloten in Aken. De prins laat zijn binnenlands beleid vallen. Belastingen verdwijnen, er wordt veel fraude gepleegd. De regeringsstructuur van de Republiek is verouderd en onbruikbaar. Het leger is een deplorabele toestand, de economische situatie is tot een dieptepunt gekomen en het gevolg is dat er veel honger is. Willem IV zorgde voor hervormingen. De gewestelijke staten kregen het gezag over de posterijen. Deze provinciale centralisatie was nodig. De regenten worden steeds hebzuchtiger en beulen het volk af. Iedereen wijst Willem aan voor terugdraaing van de hervormingen. Willem IV doet dit niet. In de omgeving van Willem IV zijn er mensen die hem willen helpen. Baron Bentinck stelt de hoofdlijnen van de nieuwe politiek op, er zouden vijf departementen komen: van defensie, financiën, marine, handel en binnen- en buitenlandse zaken. Willem wijst dit voorstel af. Hij stelt wel iemand op tot veldmaarschalk in het Staatse leger. Deze man is hertog van Brunswijk. Hij krijgt de opdracht het leger te hervormen. Willem, de stadhouder, die het allemaal zo goed bedoelt, heeft het vertrouwen van het volk verloren. Er wordt door het volk gezegt : ‘Kerel, doe het oranje weg, want het is nu geen mode meer’ Willem heeft geluk dat hij zo jong sterft. Op 22 oktober 1752 sterft hij. Ondanks deze slechte periode is niet alles op de stadhouder af te schuiven. Hij werd tot zijn ambt geroepen op een moeilijk moment in de Republiek en van hem werd verwacht dat hij in een handomdraai de redding zou zijn. Ten eerste had hij daarvoor noch de geaardheid noch de ambitie; ten tweede liep hij tijdens zijn bewind voortdurend te rommelen met zijn gezondheid; ten derde was de structuur van de Unie al zo vermolmd, dat hij er nauwelijks in zo’n korte tijd een wezenlijke en blijvende verbetering in had kunnen aanbrengen. Door Willems nalatigheid en gebrek aan initiatieven viel de Unie steeds verder uit elkaar.

§3.3 Willem V, stadhouder in de Regententijd. (1748-1806)

Na de dood van Willem IV is Willem V nog te jong om zijn vaders functies over te nemen. Zijn moeder, de Engelse prinses Anna, wordt daarom regentes, onder de naam ‘gouvernante’. De kleine Willem heeft wel al de titels: prins van Oranje en Nassau, algemeen erfstadhouder der Verenigde Nederlanden. Hij wordt opgevoed door zijn moeder. Op vierjarige leeftijd ontvangt Willem V de Orde van Kouseband. Op politiek gebied is het deze tijd erg onrustig. Gouvernante Anna kost het heel veel moeite de partijen bij elkaar te houden. De prinses is niet ontwikkeld genoeg en ze mist als vrouw zijnde het gezag. Zij overlijdt in 1759. Haar slechte regeerperiode wordt op haar Engelse gezindheid gewezen. Nu krijgt hertog van Brunswijk het voogdijschap over die tienjarige prins. Hertog van Brunswijk krijgt ook de titel kapitein-generaal. De jonge prins is erg liergierig. De prins heeft jammer genoeg een aantal zwakheden. Hij blijkt niet berekend te zijn op de last die hij op zijn schouders draagt. Hij twijfelt veel en laat de juiste momenten voorbijgaan. Hij trouwt met prinses Wilhelmina van Pruisen, nicht van koning Frederik de Grote. Het volk wijst de schuld van de zwakheden van de prins aan zijn onzelfstandigheid en onbekwaamheid. Kortom Willem was niet geschikt als politicus. Zo klein als het staatkundig vermogen van de prins is, zo groot is zijn liefde voor pracht en praal. Hij bouwt een vleugel bij het Stadhouderlijke Binnenhof. Hij laat ook een paleis in ’s-Gravenhage bouwen. Het stadhouderlijk paar heeft 165 echte lijfgardes en 174 schimmels. Er lopen Zwitsers in nationale dracht rond, zes hellebaardiers in de zestiende-eeuwse kostuums met een in goud geborduurd prinselijk wapen op de rug. Ook de economie loopt goed. Het leven in de Republiek loopt op aangename wijze. Helaas, wordt een oud erfgoed der Oranjes, het stamslot Dillenburg, na beschieting door de Fransen verwoest in 1764. Met de regering van stadhouder Willem V verloopt het niet goed. Er is wel vrede en er is zelfs sprake van een redelijke welvaart. In 1774 breekt de Amerikaanse vrijheidsoorlog uit. Deze leidt zes jaar later tot een vierde oorlog tussen de Republiek en Engeland. Door de onderlinge verdeeldheid en door de volslagen machteloosheid te land en ter zee staat de Republiek er hopeloos voor. Het volk is erg onrustig. Er werd een Acte van Consulentschap gemaakt. Dit zegt dat hertog van Brunswijk Willem V advies blijft geven. De verontwaardiging in groot bij de prins en hij eist dat Brunswijk de Republiek moet verlaten. Het dragen van Oranje wordt verboden. De haat tussen de partijen is zo groot dat er een burgeroorlog op gang komt. Willem V raakt steeds verder verstrikt in zijn onmacht. In 1785 neemt de spanning toe en de stadhouder verschijnt in de Staten van Holland en doet bleek en hakkelend het voorstel maatregelen te nemen om de rust en gehoorzaamheid te herstellen. De burgeroorlog is nu volop in gang. Willem en zijn vrouw vestigen zich in het Valkhof te Nijmegen. De verbazing is heel groot als de koning van Pruisen zijn zwager en nicht te hulp schiet met een leger van 20.000 man. De burgeroorlog kwam hierdoor tot een einde. Prins Willem V keert weer terug naar zijn residentie. Bij de ‘Acte van Garantie’ verklaren alle gewesten de stadhouderlijke erfelijke waardigheden tot een essentieel deel. Niet slechts der constitutie van iedere provincie maar van de gehelen staat. Willem en Wilhelmina krijgen drie kinderen. De welvaart neemt af en de economie stagneert. De VOC en de WIC staan voor de ondergang. In Frankrijk breekt de Revolutie uit en verklaart Willem V de oorlog. Frankrijk bezet delen van de Republiek. Willem V vlucht naar Engeland. Hij beslist de gezaghebbers in de koloniën hun bestuursgebied aan de Engelsen over te dragen. Willem protesteert tegen de afschaffing van het stadhouderschap. De prins moest toezien hoe al zijn bezittingen werden afgepakt, Het Loo, het Huis te Dieren, het kasteel van Breda etc. Hij richt zijn hoop op Engeland. Er worden slagen geleverd en erfprins Willem Frederik, de latere koning Willem I, die namens zijn vader optreedt om een Oranjerestauratie voor te bereiden, maakt bekend dat de oude constitutie herstel d zal worden. Willem V komt erachter dat hij geen hulp van Engeland hoeft te verwachten. Hij beslist te verhuizen naar zijn bezittingen in Nassau. Hij vestigt zich in het paleis Oranienstein bij Dietz. Na zijn aankomst geeft hij de verklaring van Oranienstein uit, waarin hij de Bataafse Republiek erkent en zijn onderdanen van hun verplichting aan hem als stadhouder ontslaat. Napoleon Bonaparte biedt de Oranjestadhouder in ballingschap ter compensatie het bisdom Fula en de abdij Corvey aan. Willem weigert. Als regerend vorst van Nassau blijft hij op Oranienstein, waar oude aanhanger uit de Republiek welkom zijn. Zijn oudste zoon, Willem Frederik bezoekt zijn ouders regelmatig. Tijdens zijn bezoek aan zijn dochter Louise in Brunswijk, wordt hij door een beroerte getroffen. In de nacht van 8 op 9 april 1806 overlijdt hij. Hij wordt begraven in Brunswijk. Anderhalve eeuw later, op 29 april 1957, wordt het stoffelijk overschot van de laatste stadhouder naar Nederland vervoerd en in de Grote Kerk te Delft bijgezet.

Conclusie
In de achttiende eeuw heeft de Republiek maar twee stadhouders gekent en een Stadhouderloos Tijdperk. Willem IV blijkt een complete mislukking te zijn in zijn vak. De erfopvolging van het stadhouderschap wordt in deze eeuw ingevoerd in zowel mannelijke als vrouwelijke lijn. Willem V heeft een tijdje gezorgd voor een welvarende Republiek. Deze periode was jammer genoeg van korte duur. Hij is net als zijn voorganger een grote kluns. De VOC en de WIC staan voor de ondergang. In Frankrijk is er sprake van een revolutie en heeft de Republiek de oorlog verklaard. Willem V overlijdt in de nacht van 8 op 9 april 1806.
















Hoofdstuk 4 De koningen in de negentiende eeuw

§4.1 Bataafse Republiek en Koninkrijk Holland

De Bataafse Republiek wordt in 1806 omgedoopt in het Koninkrijk Holland. De oudste zoon van Prins Willem V, Willem Frederik, bestuurt vanaf 1802 de Duitse vorstendommen Fulda en Corvey. Hij heeft deze gekregen van Napoleon voor het verlies van de Nederlandse gebieden. Deze vorstendommen verliest hij weer als hij zich samen met Pruisen tegen Napoleon keert. De Fransen hebben de oude Republiek der Nederlanden omgetoverd tot een moderne eenheidsstaat. Deze heeft de naam de Bataafse Republiek gekregen. De Bataafse Republiek krijgt de naam het Koninkrijk Holland onder de broer van keizer Napoleon, Lodewijk Napoleon. Het Koninkrijk Holland wordt ingelijfd bij het Franse keizerrijk. Drie jaar later trekken de Fransen zich terug en komt er een einde aan de overheersing.

§4.2 Willem I, de Koning-Koopman. (1772-1843)

De jonge erfprins kijkt tijdens zijn jeugd machteloos toe naar het geblunder van zijn vader. De spanning binnen het gezin van Willem V is om te snijden. Willem peinst er niet over de aanspraken van het Huis van Oranje op te geven. Willem trouwt met de Pruisische prinses Mimi op 1 oktober 1791. Hij wordt gouverneur van Breda en generaal der Staatse Infanterie en neemt zitting in de Raad van State. De prins wil graag de Oranje-bezittingen weer in zijn bezit hebben. Willem ontpopt zich tot een koopman. Hij moet wel afstand doen van het stadhouderschap en zijn Nederlandse domeinen; waarover het Oranjehuis vijf miljoen gulden als schadeloosstelling krijgt en de toewijzing van de bisdom Fulda en de abdij Corney. De prins heeft een aantal uitgestrekte landgoederen gekocht. Hij vecht mee als Pruisische generaal. Hij wordt krijgsgevangen genomen. Hij wordt pas vrijgelaten als hij zijn woord van eer geeft niet meer tegen Napoleon te strijden. Het zijn geen vrolijke jaren voor Willem. Zijn vader overlijdt en hij kan amper zijn erfenis aanvaarden of Napoleon ontneemt hem Nassau en Fulda omdat de prins weigert toe te treden tot de Rijnbond12. De prins heeft geen bezittingen meer op Posen en Silezië na. De prins is een strijder en legt zich niet bij de situatie neer. Hij stuurt drie smeekbrieven naar Napoleon maar krijgt op allen een minachtend antwoord. Hij trekt zich tijdelijk terug in de wetenschap dat Napoleon niet altijd zo machtig zal zijn. Hij besluit naar Engeland te reizen. Hij bespreekt daar met Lord Castlereagh of Engeland bereid is steun te verlenen aan een restauratie van het Oranjehuis in Nederland. Engeland blijft terughoudend en ontwijkend. De keizer van Frankrijk wordt verslagen in de volkerenslag bij Leipzig. De Franse troepen trekken zich terug uit Nederland. Het volk wil weer een Oranje vorst en roept om ‘vrijheid onder Oranje’. Onder leiding van Gijsbert Karel van Hogendorp komt er een bevrijdingsbeweging op gang. In de naam van de prins van Oranje neemt van Hogendorp voorlopig het algemeen bestuur op zich. Gezanten worden naar Engeland en Duitsland gestuurd om de prins van Oranje naar Nederland te halen. Deze keert natuurlijk zo snel mogelijk terug. Duizenden mensen juichen hem toe tijdens zijn aankomst. Jubelgedichten verschijnen, waarin Willem als de bevrijder, de redder van het vaderland wordt bezongen. Op 2 december 1813 wordt Willem te Amsterdam ingehuldigd, niet als stadhouder Willem VI, maar als soevereine vorst Willem I. Het oude bestel van de Republiek wil men niet meer terug. Tijdens het Congres van Wenen13, waar de kaart van Europa wordt herzien, onstaat het Koninkrijk der Nederlanden. De Zuidelijke Nederlanden wordt verbonden in een constitutionele monarchie14. Ook krijgt Koning Willem I het Groothertogdom Luxemburg in personele unie toegewezen als schadeloosheidstelling voor het verlies van de Nassause stamlanden. Koning Willem I van Oranje-Nassau werkt hard en met grote inzet voor het opbouwen van het land en er vindt na verloop van tijd een economische bloei plaats. Dit wekt bewondering op voor de Koning en hij krijgt bijnamen als; de 'koop-koning' of 'kanalen-koning'. Op 25 april 1814 worden de eerste Nederlandse geld-biljetten afgedrukt. Koning Willem I verleent eerder het octrooi aan de Nederlandsche Bank. Koning Willem I van Oranje-Nassau krijgt veel macht, hij beheert de financiën, de buitenlandse zaken, het leger en de vloot en de kolonieën van Engeland teruggekregen. Samen met de Staten-Generaal heeft hij ook de wetgevende macht. Het grondwetsvoorstel in 1815, van het 'nieuwe' Nederland wordt goedgekeurd in de beide kamers van de Staten-Generaal, in België loopt het een beetje anders. Daar was een grote meerderheid tegen. Het grondwetsvoorstel loopt vast, de Noordelijke-Nederlanden aanvaardt het voorstel en de Zuidelijke-Nederlanden wijzen het af. Koning Willem I heeft hier een goede oplossing voor bedacht, na bestudering van de tegenstemmen blijkt dat 126 tegenstemmers als belangrijkste bezwaar hebben sommige bepalingen over de godsdienst. Omdat volgens de Koning die bepalingen zijn opgelegd door de mogendheden als voorwaarde voor de eenwording, kan men niet anders dan ze in de grondwet opnemen. De 126 tegenstemmers zijn dus opeens voorstemmers waardoor het verschil tussen voor-en tegenstemmers te klein wordt en de belangen te groot dat het grondwetsvoorstelvoorstel aangenomen wordt. Overeenkomstig met het grondwetsvoorstel wordt een nieuwe Staten-Generaal gekozen. De Eerste Kamer bestaat uit leden van de adel en de Tweede Kamer bestaat uit 55 afgevaardigden van de Noordelijke en 55 van de Zuidelijke Nederlanden, voornamelijk mensen van adel. Op 7 November 1816 ontslaat Koning Willem I zijn secrataris en Vice-President van de Raad van State, Van Hogendorp, vanwege openlijke kritiek op de Koning. Op 19 februari 1817 wordt Prins Alexander Paul Frederik Lodewijk, Prins van Oranje-Nassau geboren te Brussel en in 1818 wordt zijn tweede zoon Prins Willem Alexander Frederik geboren.
Koning Willem I der Nederlanden vaardigt in 1819 een taalwet uit waarin hij de provincies Vlaanderen, Antwerpen, Limburg en Brabant vanaf 1823 officieel Hollandstalig wil maken. Iedereen die zich niet wil schikken zou uit hun ambt ontheven worden. Meer dan 100.000 Belgen tekenen tegen de taalwet, zij worden aangevuurd door de pro-Franse Adel en de Katholieke Kerk. Het noorden van Brabant verbindt zich economisch meer aan de Noordelijke Nederlanden, hierbij speelt mee dat Breda en Tilburg sterke banden hadden met de Oranjes. Ondanks alles weet de Koning de infrastructuur en de steden in het zuiden en Noorden te verbeteren. De Koning kreeg ook steun vanuit de Belgische hoek. In 1820 wordt zijn derde zoon Prins Willem Frederik Hendrik van Oranje-Nassau geboren. De industrieële revolutie is in Engeland al flink op gang gekomen en in Nederland wil het nog niet zo lukken dus wordt de Nederlandse Handels Maatschappij (N.H.M) opgericht in 1824. Het is een maatregel die de tot doel heeft de internationale handel te bevorderen. Koning Willem I der Nederlanden neemt voor 4 miljoen gulden aan aandelen in de N.H.M. Koning Willem I garandeerde een dividend van 4% waar destijds een basis rente van 2% gold, hierdoor nemen veel kapitaalkrachtige Nederlanders aandelen in de N.H.M. In het begin van het bestaan van de N.H.M. gaat het goed, het drijgt handel met de landen rond de Oostzee en met Zuid-Amerika. In de zuidelijke staten wordt de roep om vrijheid van drukpers en onderwijs groter. Op 28 april 1829 neemt de Kamer met grote meerderheid de nieuwe Drukperswet aan. Deze wet geeft meer vrijheid, maar gaat volgens velen niet ver genoeg. De Kamer verwerpt de begroting als demonstratie tegen de Koning. De spanning tussen het parlement en de Koning over het taalbesluit, persvrijheid en onderwijs loopt op. In 1830 matigt Koning Willem I de perswet, de taalbesluiten en versoepelt de regels van het onderwijs. Koning Willem I der Nederlanden valt in 1830 met 10.000 man België binnen en verovert Leuven en Hasselt. Dit is voor korte duur omdat het Franse leger de grens met België vertrokken om de Belgen bij te staan, Nederland trekt zich terug.
Op 25 augustus 1831 bevordert Koning Willem I zijn zoon, de Prins van Oranje-Nassau, tot Veld-Maarschalk. Koning Willem I wordt in 1832 gedwongen door Engeland en Frankrijk de nog bezette gebieden in België op te geven. Koning Willem I weigert en daarop wordt er in november een vlootblokkade gelegd. De Fransen bestoken de Antwerpse citadel die nog in Nederlandse handen is. De strijd wordt op 23 december opgegeven. In 1833 blijven Frankrijk en Engeland aandringen op zelfstandigheid van België. Koning Willem I der Nederlanden wil daar niet op ingaan. Hierop wordt de Nederlandse kust geblokkeerd en komt er een embargo op het gebruik van de Nederlandse vloot. Later in 1833 geeft Koning Willem I der Nederlanden zijn aanvals-politiek uiteindelijk op. De onafhankelijkheid van België erkennen komt niet in hem op. Het duurt uiteindelijk tot 1839 totdat hij een grensregeling wil treffen.
In april 1838 neemt de kamer een negatief besluit, 46 tegen 2, over de spoorlijn Amsterdam, Utrecht, Arnhem, Pruisische grens. Koning Willem I drijft zijn zin door en geeft bij Koninklijk Besluit opdracht voor de aanleg. De eerste trein rijd in 1845.
Aan het einde van de jaren 30 groeit in Nederland de weerstand tegen Koning Willem I. Vernieuwers nemen hem de restauratie van de monarchale macht kwalijk en de conservatieven nemen zijn vrijzinnigheid en vooruitstrevendheid op velerlei gebied kwalijk. De oorlog met België heeft veel geld gekost en ons land met enorme schulden opgezadeld. In deze tijden van grote maatscappelijke onrust maakt Koning Willem I huwelijksplannen met Henriëtte d'Oultremont-Wégimont, Gravin van Nassau in 1841, de voormalige hofdame van zijn overleden gemalin. Ze is Belgisch, katholiek. Dit valt niet zo goed bij de Hollanders. De pers levert veel kritiek, de bevolking moppert en wordt daarbij aangemoedigd door Prins Willem II Frederik Georg Lodewijk, Prins van Oranje-Nassau die zijn kansen schoon zag voor de troonopvolging. Voordat Koning Willem I aftreedt heeft hij nog een paar grondwetsvoorstellen ingebracht, volgens de nieuwe grondwet worden de ministers strafrechtelijk en verantwoordelijk en dienen ze in het vervolg hun handtekeningen te zetten onder Koninklijke Besluiten, het zogenaamde Contra-sign. Koning Willem I treedt af, uit onvrede met de nieuwe grondwet en vertrekt naar Duitsland. Hij trouwt in 1841 alsnog met Henriëtte d'Oultremont-Wégimont. Na de troonafstand heeft Willem I niet meer lang te leven, op 12 december 1843 krijgt hij in Berlijn een beroerte en dezelfde dag sterft hij. Het is het einde van een waardige en zeer begaafde vorst.


§4.3 Willem II, de Held van Waterloo en de eerste constitutionele Monarch. (1792-1849)

Een vaste, krachtige, mannelijke hand, jeugdiger leeftijd worden voortaan tot het bestuur van Ons Koninkrijk vereischt en daarom hebben Wij, na rijp beraad, uit eigene en geheel vrije wille, besloten Onze lange regeering op den dag van heden onherroepelijk te eindigen en Ons Koninkrijk en Groothertogelijk gezag over te dragen op Onzen beminden Zoon den Prins van Oranje. Met deze woorden neemt koning Willem I afstand van de troon ten gunste van zijn zoon prins Willem. Willem II heeft een dure levenstijl. Hij geeft handenvol geld uit aan schilderijen. Koning Willem II is getrouwd met Anna Paulowna, Pauwlona is aan het tsarenhof in St.Petersburg opgegroeid en is de zuster van de Russische tsaar Alexander I. Willem beheerst de Nederlandse taal nauwelijks. Voor Anna is een speciale Russische orthodoxe kapel ingericht waar ze haar eigen ikonen, bidstoel en zangeres heeft. Willem II is zeer populair bij het volk. Willem en Anna Pauwlona krijgen samen vijf kinderen. Willem Alexander Paul Frederik Lodewijk is de oudste zoon en erft het koningsschap. Willem II is avontuurlijk ingesteld en handelt vaak naar een plotselinge opwelling. Hij is een man met groot economisch inzicht, die zijn geld met zorg besteedt. Hij leeft weelderiger dan de schatkist wettigt. Hij laat dan ook na zijn dood vijf miljoen schuld na. De Nederlanders hadden met de komst van Willem II een liberaler bewind verwacht maar hierin werd het volk teleurgesteld. Een staatsbankroet lijkt onvermijdelijk. De Tweede Kamer eist volledige opening van het financiele beleid. Het blijkt dat de rente die de staatschuld geeft bijna de helft van de totale begroting opslokt. De begroting is na drie jaar weer in evenwicht. Het volk wil een wijziging van de grondwet. In 1844 wordt door een commissie van ‘Negen Mannen’, met Thorbecke als stuwende kracht, een voorstel over grondwetsherziening in liberale zin ingediend. Koning Willem II voelt hier niets voor. Willem II is bang voor het volk vanwege de Februari-revolutie in Parijs en het afzetten van de Franse vorst. Hij benoemt een grondwetcommissie. In 1847 laat Willem een paleis voor zichzelf bouwen, dat ook als stadshuis dienst doet. Met de gezondheid van Willem is het nooit goed geweest. Hij had een zwak hart en was vaak ziek. Op 13 februari 1849 opent de koning voor de laatste maal de zitting van de Staten-Generaal. Op een reis naar Tilburg krijgt de koning last van zijn hart. Zijn arts vreest het ergste en laat Anna Pauwlona overkomen. De ontsteltenis over de dood van de man die te lang kroonprins en te kort koning is geweest is groot. Willem II was ontzettend populair bij het volk.

§4.4 Willem III, Majesteit in Onmatigheid. (1817-1890)

Willem III is geboren op 17 februari 1817. Deze jonge prins krijgt een indrukwekkende rij namen: Willem Alexander Paul Frederik Lodewijk. Hij wordt vernoemd naar twee Russische tsaren: Paul en Alexander. Willem III volgt een militairistische opleiding. Deze opleiding van de prins is gericht op het voorbereiden van het koningschap. Een studie aan de universiteit van Leiden mag niet ontbreken. Willem III lijkt tot spijt van zijn ouders heel erg op zijn grootvader, tsaar Paul. Hij heeft plotselinge driftbuien, deze eigenschap heeft hij gemeen met tsaar Paul. Willem stort zich een paar jaar lang in het uitgaansleven. Op 18 juni 1839 besluit Willem III te gaan trouwen met Sophie Württembergse. Sophie is de dochter van de koning van Württemberg en Catharina Paulowna. Catharina Paulowna is de zus van Anna Paulowna. De liefde in dit huwelijk ontbreekt. Er wordt een echtscheiding overwogen maar dit voornemen wordt niet uitgevoerd. Het prinselijk paar neemt hun intrek in het Paleis aan het Plein en op Het Loo. De drie zoons die uit dit huwelijk geboren worden brengt hun niet dichter bij elkaar. Het volk juicht na de dood van Willem II. Ze zongen: Willem II is dood, leve Willem III. Koning Willem III en koningin Sophie hebben een grote liefde voor pracht en praal. De derde Oranjevorst staat formeel boven alle partijen, maar hij zal gedurende zijn lange regering een grote invloed uitoefenen op de Nederlandse politiek. Het zittende ministerie neemt ontslag en er moet een nieuwe gevormd worden. Thorbecke wordt formateur. Thorbecke is in de ogen van de koning ongemakkelijk, heeft veel geleerdheid, veel schoolkennis maar geen praktische kennis. Dit staat Zijne Majesteit niet aan. Willem legt zich erbij neer. Het eerste ministerie Thorbecke treedt af. Willem is het nooit eens met deze liberale staatsman. Desondanks volgen er nog twee regeringen Thorbecke. Wanneer Willem III de kans krijgt Thorbecke te ontslaan grijpt hij die. Er komt een volksoproer. De val van Thorbeckes liberale ministerie heeft weinig gevolgen, de koning heeft heel snel een nieuw conservatief ministerie bijeen. Willem is zeer tevreden met zijn nieuwe regering. De koning schept een eigen vorm van het constitutionele koningschap. Willem heeft een grote belangstelling voor militaire zaken. De binnenlandse politiek ondergaat een hevige partijstrijd. Het zijn vooral de onderwijskwestie en de koloniale politiek waar deze strijd om gaat. In 1860 is het boek ‘Max Havelaar” van Multatuli verschenen. Door dit boek komt groothertogdom Luxemburg in het centrum van de belangstelling te staan. Er zijn geruchten dat de koning Luxemburg wil verkopen aan Napoleon III. Pruisen accepteert dit niet. Otto von Bismarck laat weten dat de verkoop van Luxemburg oorlog met Pruisen betekent. De koning trekt zich terug. De groeiende macht en invloed van het ambitieuze Pruisen worden de koning steeds meer een doorn in het oog. Na de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 verdwijnt Napoleon III van het toneel. De arbeidersbeweging komt op gang. In de jaren tachtig vinden vele socialistische demonstraties plaats die onrust veroorzaken onder het volk. Velen zijn bang voor het felle socialisten-rood en houden liever het oude vertrouwde Oranje. Er wordt veel kritiek geleverd op het privé-leven van de koning. Hij heeft veel buitenechtelijke relaties en vele liefdesaffaires. Koningin Sophie overlijdt op 3 juni 1877. Het vorstenhuis van Oranje is deze laatste jaren getroffen door een groot aantal sterfgevallen en men begint zich zorgen te maken over het voortbestaan van de dynastie. De oudste zoon van Willem III overlijdt, en de andere zonen spoedig ook. De koning besluit te trouwen met de eenentwintigjarige prinses Emma van Waldeck-Pyrmont. Willem is dan bijna 62 jaar oud. Ondanks dit grote leeftijdverschil zijn ze beiden gelukkig, er komt nog een dochter uit hun huwelijk: Wilhelmina. De laatste levensjaren van de koning verlopen kalm. Met zijn gezondheid gaat het steeds slechter. In mei 1889 wordt Willems 40-jarige regeringsjubileum gevierd. Anderhalf jaar later komt het einde van koning Willem III nabij. Op 18 november 1890 legt zijn vrouw Emma als regentes de eed af. Op 23 november sterft de vorst, de laatste mannelijke Oranje. Twee vrouwen, de koningin-weduwe Emma en het jonge koninginnetje Wilhelmina blijven over om het Huis van Oranje te vertegenwoordigen.

Conlusie
De negentiende eeuw heeft drie koningen gekend: Koning Willem I, koning Willem II en koning Willem III. Door het spoedige trouwen van koning Willem III met prinses Emma is er nog sprake van troonopvolgers. Ditmaal is er sprake van een vrouwelijke lijn. Er blijven na het overlijden van Willem III twee vrouwen over: koningin Emma en prinses Wilhelmina die de positie van het Huis van Oranje hoog moeten houden.




































Hoofdstuk 5 De koninginnen en de koning in de twintigste eeuw en in de eenentwintigste eeuw.

De twintigste eeuw is een eeuw waarin drie koninginnen geregeerd hebben: Wilhelmina, Juliana en Beatrix. Beatrix is nog steeds de koningin in de eenentwintigste eeuw. Binnen een niet al te lange tijd maakt de vorstin van Nederland plaats voor een vorst.

§5.1 Wilhelmina, wilskracht en waakzaamheid. (1880-1962)

De eerste weken na de geboorte van prinses Wilhelmina staan de kranten vol van de consequenties hiervan voor de troonopvolging. De vrees voor een vrouwenregering maakt vele Nederlanders bezorgd. Na de dood van koning Willem III wordt de tienjarige prinses: Hare Majesteit Koningin Wilhelmina der Nederlanden. Koningin-weduwe Emma neemt totdat Wilhelmina meerderjarig is het regentschap op zich. Wilhelmina krijgt allerlei officiële plichten zoals stad- en provinciebezoeken, de eerste steen leggen voor de bouw van een ziekenhuis etc. Kort na haar achtienjarige verjaardag in 1898 vindt de inhuldiging plaats. De jonge vorstin houdt geregeld conferenties met haar ministers, ze redeneert methodisch en aangenaam. Bijna twintig jaar is de vorstin als ze trouwt met hertog Hendrik van Mecklenburg-Schwerin. Er word besloten dat de kinderen uit deze verbintenis de titel Oranje-Nassau zullen dragen. Het volk en de regering begint zich na een aantal miskramen zorgen te maken over de voortzetting van de Dynastie. Na acht jaren huwelijk wordt prinses Juliana geboren, vernoemt naar de naam van de moeder van Willem de Zwijger. De eerste zestien jaren van Wilhelmina’s regering verlopen, voor wat de binnenlandse politiek betreft, betrekkelijk ongestoord. De economische bedrijvigheid neemt enorm toe en het gevolg hiervan is meer welvaart. Tijdens de elkaar afwisselende liberale en confessionele ministeries is er veel sociale onrust. In 1903 wordt de regeringsleider Kuyper geconfronteerd met de algemene spoorwegstaking, een gebeurtenis die heel Nederland diep beroerd heeft. De spanningen buiten de grenzen nemen gevaarlijk toe. Tijdens de Boerenoorlog trekt de koningin de internationale aandacht door de Zuid-Afrikaanse vrijheidsstrijder Paul Kruger naar Nederland te laten komen. Hiermee betuigt Wilhelmina sympathie met de boeren als slachtoffer van het Britse imperialisme.
De uitbarsting van de Eerste Wereldoorlog komt voor de meeste Nederlanders als een verrassing. Voor Wilhelmina is het een tijd vol onrust en spanningen. Na de mobilisatie van leger en vloot is zij voortdurend in touw. Zij houdt inspectietochten langs de grenzen, zij confereert met de leiding van land- en zeemacht, zij zorgt voor de oprichting van het Koninklijk Nationaal Steuncomité. Wilhelmina kent goed de grenzen die haar als constitutionele monarch zijn gesteld. Het einde van de wereldoorlog in november 1918 brengt voor veel landen een totaal gewijzigde politieke situatie. Op 11 november lijkt de revolutie ook naar ons land over te slaan wanneer de socialist Pieter Jelles Troelstra in een bijeenkomst aankondigt: ‘De arbeidersklasse in Nederland grijpt thans de politieke macht’. De staatsgreep blijkt een tragische vergissing te zijn. Er vindt een grote demonstratie plaats van trouw aan het gezag aan het Oranjehuis. Wilhelimina dankt de bevolking voor de betuigde steun. Zij heeft een revolutie teruggedraaid. In 1922 wordt na jaren van strijd het vrouwenkiesrecht ingevoerd. Het overlijden van de moeder van Wilhelmina in maart 1934 is een schok voor de bevolking, ze was een geliefde koningin. Wilhelmina voelt zich sterk verbonden met de Vader des Vaderlands, hij is dan ook haar voorbeeld bij het vervullen van haar taak. Handelen is voor de koningin gevolg geven aan de hoge Leiding. In de meidagen van 1940 wijken de Nederlandse vorstin, haar dochter en schoonzoon met hun twee kinderen en de regering, na de verraderlijke inval der Duitsers, uit naar Engeland. De positie van koningin Wilhelmina ten opzichte van de Nederlandse regering in ballingschap is beduidend sterker door het wegvallen van de volksvertegenwoordiging. Wilhelmina geeft niet toe aan de nazi-Duitsers. De universiteit van Oxford geeft de vorstin het eredoctoraat in het burgelijke recht omdat zij in de oorlog doet blijken dat de ‘aloude deugden’ van haar geslacht in haar voortleven, dat ze geen haarbreed is afgeweken van de plichten harer hoge waardigheid, maar zich heeft doen kennen als een getrouwe en standvastige leidster. Na de bevrijding wordt zij door een jubelende bevolking welkom geheten. Na de Duitse capitulatie van de Duitsers zet zij zich vol idealistische geestdrift aan haar nieuwe taak, het herstel van Nederland. Dit viel zwaar tegen. Nederlandse-Indië had zwaar geleden onder de Japanse bezetting en riep twee dagen na de capitulatie van Japan onder leiding van Achmed Soekarno de onafhankelijke republiek Indonesia uit. Na moeizame onderhandelingen vindt de soevereiniteitsoverdracht plaats. Wilhelmina besluit af te treden. Kort na haar gouden regeringsjubileum doet de oude koningin in het paleis op de Dam op 4 september 1948 afstand van de troon. Na haar aftreden heeft ze nog 14 jaar geleefd. De dood van Wilhelmina wordt diep betreurd. Wilhelmina werd gezien als een moderne monarch, ze was een verzoenende, samenbindende macht die niet wilde heersen, maar dienen. Daarmee was zij ‘een zegen voor ons volk’.

§ 5.2 Juliana, de monarchie in de moderne tijd. (1909-2004)

Juliana is vernoemd naar de grondlegger van de afhankelijkheid, Juliana van Stolberg. Juliana wordt in tegenstelling tot haar moeder niet opgevoed in een ‘kooi’. Juliana moet vele sociale contacten hebben van haar moeder. Op jonge leeftijd ontkomt Juliana niet aan de officiële plichten. Kort na haar achtiende verjaardag krijgt de troonopvolgster zitting in de Raad van State. Zij studeert aan de universiteit van Leiden. In 1930 rondt ze haar studie af met het in ontvangst nemen van een eredoctoraat in de letteren en wijsbegeerte. Nederland wordt in deze jaren geteisterd door een economische crisis, die de welvaart, die stukje bij beetje terugkeerde, helemaal omlaag drukte. Er heerst veel werkloosheid, een opbouwend regeringsbeleid lijkt onmogelijk. Prinses Juliana doet het voorstel een soort charitatieve instelling te stichten, die als taak het verlenen van steun aan de noodlijdenden zal krijgen. Haar plan wordt realistisch gemaakt, de Nationaal Crisis Comité wordt opgericht. Prinses Juliana wordt ere-presidente van het Comité en is in die functie zeer actief. De Prinses volgt haar vader, na diens overlijden in 1934, op als voorzitter van het Nederlandse Rode Kruis. Op 8 september 1936 verlooft prinses Juliana zich met de Duitse prins: Bernhard Leopold Frederik Everhard Julius Koert Karel Godfried Pieter van Lippe Biesterfeld. 7 januari 1937 wordt het huwelijk voltrokken, ze nemen hun intrek in paleis Soestdijk. Beatrix, Irene en Christina worden hier geboren. Magriet wordt in Ottawa geboren tijdens de jaren van ballingschap door de Tweede Wereldoorlog. Na de Duitse capitulatie in mei 1945 werkt de Prinses mee aan diverse andere hulpacties voor de getroffen bevolking. Juliana treedt op als voorzitter van de Stichting Nederlands Volksherstel. In het voorjaar van 1946 brengt de Prinses, samen met Prins Bernhard, bezoeken aan landen die veel voor Nederland hebben betekend tijdens de bezetting. In het najaar van 1947 treedt Prinses Juliana enkele weken op als Regentes, toen Koningin Wilhelmina om gezondheidsredenen het Koninklijk gezag voor een korte periode neerlegde. Dit herhaalt zich in 1948. In dat jaar kondigt Koningin Wilhelmina aan afstand te doen van de troon. Op 4 september aanvaardt Juliana de regering. Op 6 september vindt in de Nieuwe Kerk te Amsterdam de inhuldiging als Koningin der Nederlanden plaats. Juliana heeft van haar moeder de wilskracht en het doorzettingsvermogen geerfd. Juliana wilt liever mevrouw genoemd worden dan majesteit, wat veel bewondering en respect van het volk oplevert. Het nieuwe staatshoofd begint haar taak in een moeilijke periode, Nederland is in ernstig conflict geraakt met Nederlands-Indië, dat zich heeft uitgeroepen tot ‘Republiek Indonesia’. Tweemaal moeten de Nederlandse troepen ingrijpen in Nederlands-Indië. Onder Amerikaanse druk besluit de koningin de soevereiniteit over te dragen. De verhouding met de voormalige kolonie blijft jarenlang gespannen. Een groot verschil tussen Wilhelmina en Juliana is, is dat koningin Wilhelmina weigert haar medewerking te verlenen aan gratiëring van ter dood veroordeelden bij de bijzondere rechtspleging, die is na WOII tijdelijk ingesteld voor de berechting van politieke delinquenten. Koningin Juliana is openlijk tegen de doodstraf. Zij ondertekent de gratieverleningen aan onder andere de beruchte ‘drie van Breda’15, Hieruit blijkt de grote betrokkenheid van de vorstin bij haar ambt. Een tragische zaak, zowel op persoonlijk als politiek gebied is de ‘zaak Hofmans’16. Het kabinet wordt in verlegenheid gebracht door de affaire die constitutionele verwikkelingen dreigt te veroorzaken. De huwelijken van haar oudste dochters Beatrix en Irene zorgen beide voor geweldige opschudding in het volk; haar echtgenoot prins Bernhard raakt in 1976 vewikkeld in de Lockheed-affaire17. Juliana zou een halfbroer hebben door een buitenechtelijke verhouding van prins Hendrik. Al deze affaires hebben geen zware schade toegebracht aan de monarchie. Koningin Juliana heeft bewezen haar functie met inzicht en bekwaamheid te vervullen. Juliana ontwikkelt zich in de loop van haar 32-jarige regeerperiode tot een gerespecteerd en bewonderd, maar tevens zeer geliefd staatshoofd. Ze voldoet aan haar talloze verplichtingen. Haar aankondiging afstand te nemen van de troon op 30 april 1980 zorgt voor veel opschudding. Na haar aftreden zet de prinses zich in voor de gehandicapten; in 1981 is ze actief erevoorzitter van het Nationaal Comité van het Jaar van de Gehandicapten. Prinses Juliana overlijdt op 20 maart 2004, na een waardig leven geleid te hebben. Haar man Prins Bernhard sterft datzelfde jaar, op 1 december.

§5.3 Beatrix, vorstin met een roeping. (1938)

Dat er een jong prinsesje geboren wordt, genaamd Beatrix, is een grote vreugde voor het volk, met de komst van Beatrix is het voortbestaan van de Oranje-Dynastie verzekerd. Op straat wordt er feestgevierd en alle schoolkinderen krijgen beschuit met oranje muisjes. Door het uitbreken van de oorlog in 1940 heeft Beatrix een andere jeugd gehad dan haar moeder. Als de oorlog is afgelopen keert de familie weer terug naar Nederland. Na het halen van haar eindexamen studeert ze, net als haar moeder, in Leiden. Ze doet enthousiast mee aan het studentenleven. Met het behalen van haar doctoraal examen rechten in 1961 wordt er feestgevierd. Ze bezoekt organisaties en instellingen in binnen- en buitenland. Wanneer in juni 1965 de verloving van kroonprinses Beatrix met de Duitse diplomaat Claus von Amsberg wordt aangekondigd ontstaat er verzet tegen de verbintenis en in de pers verschijnen felle polemieken. Uit opiniepeilingen blijkt dat de grote meerderheid van de bevolking voor toestemming tot het huwelijk door het parlement is. Deze goedkeuring is nodig voor behoud van het recht op troonopvolging door de prinses en haar toekomstige kinderen. Beatrix bereidt zich op iedere ontmoeting voor en ze vertoont oprechte belangstelling. Haar inhuldiging als koningin op 30 april 1980 wordt ontsierd door rellen en rookbommen van fanatieke actievoerder. ‘Dit ambt is niet verworven’ zegt zij tijdens haar inhuldigingstoespraak. ‘Het is een functie waar geen mens om zou vragen’. Na iets meer dan een jaar is haar populariteit flink gestegen. Er worden opinieonderzoeken gedaan. ‘Zij doet het goed’ is het antwoord. Door haar kennis van zaken en haar betrokkenheid maakt zij grote indruk, ze weet overal waar ze komt symphatie en vertrouwen te wekken. Tijdens officiële bezoeken aan andere landen dwingt zij respect af door haar manier van optreden, haar toespraken alsook door haar maatregelen om deze bezoeken een nieuwe inhoud te geven. Beatrix heeft samen met Claus van Amsberg, (voor hun huwelijk was hij verplicht zijn naam Nederlands te maken, Claus von Amsberg wordt Claus van Amsberg), drie kinderen gekregen. Willem-Alexander, Johan Friso en Constantijn. Koningin Beatrix is op dit moment nog steeds koningin van Nederland. Ze wordt gezien als een zeer gerespecteerde en intelligente vorstin.

§5.4 Willem-Alexander, kroonprins en prins van Oranje. (1967)

De geboorte van deze prins op 27 april 1967 is opmerkelijk: al 116 jaar is er in het Oranjehuis geen manlijke telg geboren. Willem-Alexander krijgt net als zijn moeder een zo gewoon mogelijke jeugd. Na de inhuldiging van Beatrix als koningin wordt Willem-Alexander kroonprins en heeft hij de titel Prins van Oranje. Deze titel is aan de troonopvolger van de koning(in) voorbehouden. De publieke belangstelling van de prins is groot. Op zijn achttiende verjaardag wordt Willem-Alexander lid van de Raad van State. Hij heeft bij de Koninklijke Marine in Den Helder zijn dienstplicht vervult. De prins zal steeds meer op de voorgrond treden. De prins is getrouwd met Máxima. Ze hebben drie kinderen: Prinses Catharina-Amalia, Prinses Alexia en Prinses Ariane. Het gerucht doet de ronde dat koningin Beatrix in 2008 afstand van de troon gaat doen. Willem-Alexander, en zijn echtgenote Máxima, zullen dan ingehuldigd worden tot koning en koningin.

§5.5 Wat is het verschil van de positie en rol van het staatshoofd nu vergeleken met vroeger?

Ik zal de positie en rol van koningin Beatrix vergelijken met Willem I. Vroeger had een stadhouder alle macht. Willem I had dus alle macht voor zichzelf. Hij kon doen en laten wat hij wilde zonder ter verantwoording geroepen te worden of ergens voor gestraft te worden. Zijn handelingen werden nooit gecontroleerd. Stadhouders van vroeger richten zich vooral op het militaire gebied. Bijna alle stadhouders waren veldheer, om zo hun land tot de meest gevreesde macht te maken. In de tijd van de stadhouders was de wil van het staatshoofd wet. Sinds 1848 staat in de Grondwet dat de koning(in) onschendbaar is. De onschendbaarheid van de koning(in) wil zeggen dat de ministers verantwoording moeten afleggen aan het parlement over het beleid van de regering. De ministers zijn ook politiek verantwoordelijk voor de uitspraken en het gedrag van de koning(in). De positie van de koning(in) komt onder andere tot uiting in het medeondertekenen van wetten. Ook levert hij/zij een bijdrage aan de kabinetsformatie. Daarnaast is de koning(in) voorzitter van de Raad van State en spreekt hij jaarlijks de Troonrede uit. Het Staatshoofd zet zich ook in voor de bevolking van het Koninkrijk der Nederlanden en legt regelmatig staatsbezoeken af. Een kenmerkend verschil is dat vroeger alleen sprake was van erfopvolging in mannelijke lijn, sinds de twintigste eeuw kent Nederland een vrouwelijke lijn van Oranje die regeert.

Conclusie
Wilhelmina, Juliana en Beatrix hebben geregeerd in de twintigste eeuw. Beatrix regeert nu nog steeds. Prins Willem-Alexander is de eerste in de lijn van de troonopvolging. Wanneer koningin Beatrix precies aftreedt is nog onbekend. Er gaan wel geruchten de ronde dat zij in 2008 afstand van de troon wil doen.





























Conclusie

Na heel veel uren aan mijn profielwerkstuk besteed te hebben heb ik hem gelukkig af. Ik zal proberen het antwoord op mijn hoofdvraag zo goed mogelijk te beantwoorden.
Mijn hoofdvraag is: Hoe is het Huis van Oranje ontstaan?
Vanaf de vijfiende eeuw hebben de Oranjes en hun verwanten een belangrijke rol gespeeld in het bestuur van Nederland.
Het Huis van Oranje is in de loop van de eeuwen van een absolute monarchie naar een consitutionele parlementaire monarchie gegaan. Dit houdt in dat er vroeger een absolute monarch was en dat er nu sprake is van een grondwet en een gekozen regering. Het Huis van Oranje is geworden tot wat het nu is door de vele stadhouders, koningen en koninginnen die Nederland gekend heeft. Het Huis van Oranje is niet alleen zo geworden tot wat het nu is door de stadhouders, koningen en koninginnen. Als er bijvoorbeeld sprake was een stadhouderloos tijdperk, of een periode waarin er geen stadhouder was, trad vaak voor een korte periode een naaste familielid op. Ik heb in mijn deelvragen alleen de stadhouders, koningen en koninginnen besproken. Ik zal de stadhouders, koningen en koninginnen die regeert hebben vanaf het ontstaan van het huis van Oranje in de vijftiende eeuw tot nu even kort samenvatten : Prins Willem I van Oranje, Maurits, Frederik Hendrik, Willem II, Willem III, Willem IV, Willem V, koning Willem I, koning Willem II, koning Willem III, koningin Wilhelmina, koningin Juliana, koningin Beatrix. Nederland heeft twee stadhouderloze tijdperken gekend. In het eerste stadhouderloze tijdperk hebben de Nassaus zelf een rol gespeeld. Er brak in die periode ook een Engelse Zeeoorlog uit. De toekomst van Oranje lag in de handen van de Staten van Holland. In het Tweede Stadhouderloze Tijdperk werd de Dynastie voortgezet door de Friese tak van de Nassaus. Welke van de stadhouders, koningen en koninginnen voor de meeste verandering heeft gezorgd is een vraag die bijna niet te beantwoorden is. Elke stadhouder, koning en koningin heeft voor evenveel verandering gezorgd op zijn of haar eigen manier en heeft zo deelgenomen aan het tot stand komen van het koningshuis.
















Bronnenlijst

Ditzhyzen, Reina van
Het Huis van Oranje: prinsen, stadhouders, koningen en koninginnen
Tweede druk 1986, Fibula-Van Dishoeck, Weesp, Amsterdam
Blz.7 t/m blz. 200

Dr. A. W. E. Dek
Genealogie van het vorstenhuis Nassau
Europese bibliotheek_Zaltbommel

Ans Herenius
Oranje, ons vorstenhuis door de eeuwen heen
Uitgeverij Lekturama
Blz. 7 t/m 144

http://home.zonnet.nl/d.van.duijvenbode/geschnl.htm#GraafschapWestFriesland
http://www.koninklijkhuis.nl/content.jsp?objectid=4488
http://www.koninklijkhuis.nl/content.jsp?objectid=4468
http://www.nationaalarchief.nl/content/jaartal/1500-1600/1576PacificatievanGent.asp?ComponentID=3582&SourcePageID=3808
http://www.overheid.nl/home/zowerktdeoverheid/hoewerktdedemocratie/constitutionelemonarchie/
http://nl.wikipedia.org/wiki/Congres_van_Wenen
http://nl.wikipedia.org/wiki/Eedverbond_der_Edelen
http://nl.wikipedia.org/wiki/Eeuwig_Edict
http://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_Nederland#Tachtigjarige_Oorlog.2C_1568_-_1648
http://nl.wikipedia.org/wiki/Oranje-Nassau
http://nl.wikipedia.org/wiki/Orde_van_de_Kousenband
http://nl.wikipedia.org/wiki/Orde_van_het_Gulden_Vlies
http://nl.wikipedia.org/wiki/Rijnbond_(1806)
http://nl.wikipedia.org/wiki/Twaalfjarig_Bestand
http://nl.wikipedia.org/wiki/Verlovingen_van_de_Oranjes
http://nl.wikipedia.org/wiki/Vrede_van_Nijmegen










Notenblad

1. Oranje, ons vorstenhuis door de eeuwen heen. Blz. 21 t/m 24
2. Voorwoord. Oranje, ons vorstenhuis door de eeuwen heen
3. De Orde van het Gulden Vlies: De Orde van het Gulden vlies werd op 10 januari 1430 in Brugge ingesteld door Filips de Goede, hertog van Bourgondië, bij gelegenheid van zijn huwelijk met Isabella van Portugal. De Orde van het Gulden Vlies was de tegenhanger van de Engelse Orde van de Kousenband, die uit 1348 komt. Met de instelling van deze Orde wilde Filips de Goede nog meer aanzien geven aan zijn dynastie. De nieuwe Orde was een select gezelschap waarmee de hertog zijn beste medewerkers en buitenlandse bondgenoten kon eren. De Orde werd erkend door de paus en geniet pauselijke privileges. Een van de voorrechten van de Ridders in deze Orde is dat zij van de paus het recht hebben gekregen om in hun slaapkamer een mis te laten opdragen. Dit voorrecht delen zij met hoge geestelijken en katholieke vorsten.
De Orde bestond aanvankelijk uit dertig ridders en vier officieren: een schatbewaarder, een wapenmeester, een kanselier en een griffier, met aan het hoofd de Hertog van Bourgondië. Het aantal Ridders werd in 1516 uitgebreid naar vijftig. De Heer der Nederlanden was tevens het hoofd van de Orde, dus na Filips de Goede werd deze functie bekleed door achtereenvolgens Karel de Stoute, Filips de Schone, Karel V, Filips II, enzovoort.
4. Het Compromis der Edelen: Het Compromis der Edelen was tijdens de Tachtigjarige Oorlog een verbond van de lagere adel, voornamelijk uit de Zuidelijke Nederlanden. Het doel van dit verbond was de opheffing van de Inquisitie en verzachting van de plakkaten met maatregelen tegen de ketters.
5. De beeldenstorm: De beeldenstorm is de verzamelnaam voor een serie vernielingen van rooms-katholieke heiligdommen. Tijdens de Beeldenstorm werden honderden rooms-katholieke kerken, kapellen, abdijen en kloosters met hun inhoud en het stucwerk aan de binnenkant totaal vernield door woedende menigten.
6. Pacificatie van Gent: Dit is een verdrag tussen de Staten-Generaal en de opstandige gewesten Holland en Zeeland. Het bepaalt dat de Spaanse legers uit de Lage Landen moeten verdwijnen. Dat de godsdienst onder de Staten-Generaal valt en niet onder de Spaanse koning. Dat de bestaande plakkaten tegen ketterij ongeldig zijn. En alleen in Holland en Zeeland, en niet in de overige gewesten, mag er niets tegen het katholicisme worden ondernomen. Willem van Oranje is de stadhouder van Holland en Zeeland. Alle openbare monumenten en opschriften die de Spaanse hertog Alva heeft laten maken worden vernietigd.
7. Oranje, ons vorstenhuis door de eeuwen heen. Blz. 7 t/m 43
8. Het Twaalfjarig Bestand: Het Twaalfjarig Bestand was een periode van 12 jaar van wapenstilstand gedurende de Tachtigjarige Oorlog waarin niet of nauwelijks door de opstandelingen in de Republiek en de Spanjaarden werd gevochten. Het bestand duurde van 1609 tot 1621.
9. Orde van de Kousenband: De Orde van de Kousenband, the Most Noble Order of the Garter, is één van de oudste Europese ridderorden, ingevoerd in 1348 door Koning Edward III van Engeland. De koningen van Engeland, nu die van het Verenigd Koninkrijk, zijn de soevereinen van de Orde.
10. Vrede van Nijmegen: Met Vrede van Nijmegen wordt in het Nederlands een vredesverdrag bedoeld dat op 11 augustus 1678 in Nijmegen gesloten werd tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en Frankrijk. De Vrede van Nijmegen maakte een einde aan de vijandelijkheden tussen de Republiek en Frankrijk.
11. Eeuwig Edict: Het Eeuwig Edict is een resolutie uit 1667 waarmee de Staten van Holland, op instigatie van Johan de Witt , besloten tot afschaffing van het stadhouderschap en de overige zes gewesten van de Republiek der Verenigde Nederlanden het stadhouderschap onverenigbaar verklaarden met het kapitein-generaalschap.
12. Rijnbond: De Rijnbond was een bond tussen Duitse staten die op 12 juli 1806 onder druk van Napoleon werd gevormd nadat hij in de Slag bij Austerlitz keizer Frans II en tsaar Alexander I had verslagen. Deze bond betekende de ontbinding van het Heilige Roomse Rijk. De Rijnbond was in militair van aard en vormde een staatkundig middel waarin de afhankelijkheid van de Duitse staten van Napoleon werd geregeld.
13. Congres van Wenen: Het Congres van Wenen werd na de val van Napoleon in 1814 en 1815 gehouden door de overwinnende mogendheden Pruisen, Oostenrijk, Rusland en Engeland met als doel de staatkundige herordening van Europa.
14. Constitutionele monarchie: Nederland is een constitutionele monarchie. Aan het hoofd van het land staat een monarch, koning of koningin, die zich heeft te houden aan de constitutie, oftewel de Grondwet. In de Grondwet is bepaald dat de Koning, of de Koningin, onschendbaar is en dat de ministers verantwoordelijk zijn. Het parlement kan de Koningin nooit ter verantwoording roepen, wel een of meer ministers. De ministeriële verantwoordelijkheid geldt ook voor de leden van het koninklijk huis voorzover hun optreden het openbaar belang raakt. De bewegingsvrijheid van het koninklijk huis is dus beperkt.
15. De Drie van Breda: De Vier van Breda, na 1966 Drie van Breda, en na 1979 Twee van Breda, en na april 1989 de één van Breda waren Duitse oorlogsmisdadigers die een levenslange gevangenisstraf uitzaten. Ze zaten hun straf uit in de koepelgevangenis van Breda. De drie van Breda hebben voor veel opschudding gezorgd onder de bevolking.
16. Zaak Hofmans: Juliana’s jongste dochter Marij, later Christina, is gedeeltelijk blind ter wereld gekomen. Haar ouders hebben alles gedaan wat mogelijk was. Ze is meerdere malen geopereerd. Wanneer Juliana opmerkzaam wordt gemaakt op de geheimzinnige, geneezende krachten van Margaretha Hofmans, krijgt zij nieuwe hoop. Jufforuw Hofmans krijgt haar eigen kamer op paleis Soestdijk. De invloed van juffrouw Hofmans op het staatshoofd reikte verder dan wenselijk was. Er onstonden problemen. De uitspraken van de koningin bij officiële gelegenheden kregen steeds meer mystieke kanten. Het kabinet werd in verlegenheid gebracht. Het contact tussen de koningin en juffrouw Hofmans moest verbroken worden.
17. Lockheed-affaire: De Lockheed-affaire was een affaire die aan het licht kwam in 1976. Prins Bernhard zou 1,1 miljoen dollar aan steekpenningen hebben ontvangen van de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed. De affaire kwam aan het licht door hoorzittingen in de Amerikaanse Senaat, die onderzoek deed naar smeergeldaffaires waarin de vliegtuigbouwer betrokken zou zijn. Tijdens die verhoren kwam opeens een "very high Dutch official" naar voren, die, naar men later begon te vermoeden, prins Bernhard zou zijn. De Commissie vond twee brieven van Prins Bernhard uit 1974, waarin hij aandrong op spoedige betaling van aan hem verschuldigde bedragen omdat hij zich in de afgelopen tijd "with a lot of pushing and pulling" ten gunste van Lockheed had ingezet. Prins Bernhard heeft niet ontkend dat hij die brieven geschreven had, maar steeds volgehouden dat hij ervan uitging dat de betalingen ten goede zouden komen aan het Wereld Natuur Fonds. De commissie vond geen onomstotelijk bewijs dat de genoemde 1,1 miljoen dollar daadwerkelijk bij prins Bernhard terecht gekomen was. Na de dood van prins Bernhard in december 2004 verscheen een reportage in de Groene Amsterdammer, waarin bekend werd dat de prins in een serie interviews met de in 2002 overleden journalist Martin van Amerongen had toegegeven 1,1 miljoen dollar te hebben ontvangen. Het overgrote deel van het geld zou direct weggegeven zijn aan goede doelen. Martin van Amerongen en prins Bernhard waren overeengekomen dat de reportage pas na de dood van prins Bernhard zou worden gepubliceerd.
Terug Stuur je eigen verslag op Opnieuw zoeken