Pleysier, Leo Auteur: Leo Pleysier Titel: De Latino’s Motto: ‘Je te salue quand meme, pays maudit d’Equaterur’, Henry Michaux Verschenen in: 2007 Uitgever: De Bezige Bij Verwachtingen vooraf: ’Taal is in het bijzondere werk van Leo Pleysier geen middel maar grondstof, de klei waarmee de personages zichzelf boetseren, zonder tussenkomst van een verteller’. Deze tekst op de achterflap doet verlangen naar een mooie vertelling van de voor mij onbekende schrijver Leo Pleysier. Samenvatting van de inhoud: Toon en Anna hebben sinds hun eerste ontmoeting een grote droom: wonen en werken in Latijns Amerika. Het verwezenlijken van hun idealen loopt niet echt voorspoedig. Ze zijn jaloers op vrienden die naar Afrika vertrekken. Iedereen weet dat Afrika gemakkelijker is dan Latijns Amerika, gemakkelijker om te wonen, te leven en te werken. Maar gemakkelijker moet het niet zijn voor Toon en Anna! Terwijl ze blijven dromen, worstelen ze met hun dagelijkse leven in België. Anna geeft tegen haar zin les op een school en Toon doet de hele dag niets. Op een heuglijke dag krijgen ze bericht dat ze welkom zijn in Ecuador. Dat zet hun hele leven op de kop. Eindelijk krijgen ze de kans om hun dromen en idealen werkelijkheid te laten worden. Hun leven gaat beginnen. In Calistos, een klein bergdorpje zijn de twee helemaal in hun element. Ze zijn dan ook niet van plan om de komende vijf jaar weg te gaan. Calistos is hun thuis. Anna wordt zwanger en krijgt een zoontje Miguel. Hun leven is compleet. Enkele maanden later slaat het noodlot toe. Totaal onverwachts sterft Miguel. De wereld van Anna en Toon stort in. Er rest alleen nog maar paniek en ontreddering. Na de begrafenis voelt vooral Anna zich meer en meer buitenstaander in het dorp. Een korte tijd later is Anna opnieuw in verwachting. Ze wil nog maar één ding: terug naar België, desnoods alleen. In een vertrouwde en veilige omgeving haar kind ter wereld brengen. Toon is tegen, hij wil blijven, zijn werk afmaken. Maar als hij Anna betrapt op het pakken van haar koffers, besluit hij alsnog mee te gaan. Als dieven in de nacht sluipen ze het dorp uit, zonder afscheid. Jaren later keert de inmiddels gescheiden Anna met haar zoon Jeroen terug naar Calistos. Een reisdagboek verhaalt over de kille ontvangst in het dorp en het bezoek aan het graf. De reis is geen succes. Maar Anna geeft haar idealen niet op. Ze blijft zich inzetten voor Latijns Amerika, haar werelddeel. Ondanks de tegenvallende belangstelling van de nieuwe generatie. Titelverklaring: De Latino’s is de bijnaam van de twee hoofdpersonen, Anna en Toon. Die krijgen ze in hun studententijd omdat ze alleen maar kunnen praten over Latijns Amerika. De titel en hun bijnaam is goed gekozen, Latijns Amerika speelt een grote rol in hun leven. Opbouw: Het boek bestaat uit 15 hoofdstukken, een epiloog en coda. Het zijn korte, overzichtelijke hoofdstukken die steeds een stuk uit het leven van Anna en Toon vertellen. Elk hoofdstuk is een sprong in de tijd, soms groot, soms klein. Taalgebruik: Het verhaal is vlot, to the point geschreven. De schrijver gebruikt veel spreektaal, korte zinnen en uitdrukkingen zonder werkwoord: Latijns Amerika ja. Niets anders. Nergens anders. De korte zinnetjes worden afgewisseld met een lange, vaak poëtische zinnen. Het zijn geen moeilijke of lastige zinnen, je hoort ze zo uit de mond van de verteller rollen: Maar ook de wispelturige Zul, de onberekenbare Zula, de Zula die in het natte seizoen soms op een paar uren tijd verandert in een woeste, kolkende bergrivier die zich met veel gedruis en in een razende vaart van de helling stort en die, eenmaal beneden in de vallei aangekomen, het puin en het gesteente dat hij meevoert niet meer kwijtraakt. Je komt er al snel achter dat het boek geschreven is door een Belg. Er staan woorden en uitdrukkingen in het boek die in Nederland niet worden gebruikt, zoals foert en bweikes. Ook gebruikt de schrijver regelmatig Spaanse woorden, de taal die gesproken wordt in Ecuador. Tijd: Het boek begint in het verleden en eindigt in het heden. Er worden geen jaartallen genoemd, maar de genoemde communicatiemiddelen, wel fax en geen e-mail, geven een indicatie. Het verhaal begint als Anna en Toon nog niet zo lang zijn afgestudeerd en eindigt zo’n twintig jaar later in het heden. Dit wordt niet expliciet vermeld, maar tussen de regels door kom je daar wel achter. Het verhaal wordt chronologisch verteld, maar de schrijver neemt grote stappen in de tijd. Bij het volgende hoofdstuk zit je zo een jaar verder. Het boek heeft in totaal 175 bladzijden. Ik heb er ongeveer vier uur over gedaan om het te lezen. Plaats en ruimte: Het boek speelt zich af in België en in Calistos, een bergdorpje in Ecuador. België is voor de hoofdpersonen de plek waar ze zijn opgegroeid. De plek die ze willen ontvluchten. Uiteindelijk blijkt België ook het land om naar terug te keren als het tegen zit. Ecuador is de plaats waar ze hun dromen willen verwezenlijken. Dit had elk willekeurig land in Latijns Amerika kunnen zijn. De hoofdpersonen willen naar dit continent, om het even welk land! Spanning: Het verhaal is een aaneenrijging van grote en kleine gebeurtenissen uit het leven van Anna en Toon. In het eerste deel van het verhaal wordt de spanning langzaam opgebouwd naar het moment dat ze de verlossende brief krijgen. Het kabbelende leven in België is voorbij. Op naar het avontuur in Ecuador. Het leven daar lijkt op rolletjes te lopen. Tot op een dag onverwachts het zoontje van Anna en Toon sterft. Dit dramatische dieptepunt zorgt voor een omslag in hun leven. Het echte leven rekent hard af met hun dromen. Ecuador is niet het paradijs op aarde. Uiteindelijke blijkt de relatie tussen Toon en Anna niet te werken zonder hun dromen. Vertelperspectief: Het verhaal wordt verteld door een verteller. Dit is een observator, die vooral Anna volgt. Gedurende het verhaal zit de verteller op korte afstand van Anna en Toon en vertelt wat hij ziet. Personages: De hoofdpersonen zijn het Belgische stel Anna en Toon. Ze hebben elkaar leren kennen tijdens hun studietijd in Leuven. Ze zitten vol idealen en dromen van ontwikkelingswerk in Latijns Amerika. Voordat het zover is zit Toon werkeloos thuis te mokken, hij wacht tot de rest van zijn leven kan beginnen. Anna is praktischer ingesteld. Zij wil ook graag weg, maar werkt, weinig geïnspireerd, op een middelbare school. De hoofdpersonen worden nergens uitgebreid beschreven, ook hun verlangens, dromen en beslissingen worden niet verklaard. Maar tussen de regels door kun je als lezer gemakkelijk een beeld krijgen van Toon en Anna. Het afgeven op België, goed werk willen doen in een ontwikkelingsland; ze komen over alsof ze een wat naïeve en onnadenkende instelling hebben. Anna en Toon zijn erg op zichzelf. Familie en vrienden spelen geen grote rol, hun droom gaat voor alles! Uiteindelijk gaat de meeste aandacht uit naar Anna. Als het moeilijk wordt kiest zij voor zichzelf. Maar haar idealen laat ze niet los. Erik en Liesbeth Het bevriende stel Erik en Liesbeth zijn eerder concurrenten dan vrienden. Tussen de twee stellen wordt alles een competitie. Wie gaat het eerst naar het buitenland, wie krijgt als eerste een kind. De karakters van Eric en Liesbeth worden niet beschreven. Maar wel is duidelijk dat zij dezelfde idealen koesteren als Anna en Toon. Pedro Torres Pedro Torres is de pastoor in Calistos. Hij koestert een gezond wantrouwen tegen westerse ontwikkelingswerkers en wil vooral het beste voor het dorp. Jeroen en Miguel Jeroen en Miguel, de zonen van Anna en Toon hebben een belangrijke rol in het verhaal. Zij zorgen beide voor een grote omslag in het leven van Anna en Toon. Maar de jongens zelf krijgen weinig aandacht. Miguel is een vrolijke baby, waar het hele dorp dol op is. Jeroen is een lamlendige puber, die tegen zijn zin op sleeptouw wordt genomen door zijn moeder. Voor Jeroen is Miguel het onbekende broertje waarover zijn moeder maar niet raakt uitgepraat! Geen enkel karakter wordt uitgebreid beschreven. Het verhaal is zo geschreven dat het je weinig moeite kost om de karakters in te vullen. Thema en motieven: Het thema van het boek is de botsing tussen dromen, idealen en de werkelijkheid. Toon en Anna verheerlijken het vreemde, in dit geval Latijns Amerika. Dit geeft hun geen positieve kijk op hun thuisland Vlaanderen. Door hun verlangen om weg te gaan hebben ze geen oog voor het goede van hun vertrouwde omgeving. Pas als hun wereld instort, er sprake is van paniek en ontreddering komt er ruimte voor familie en een veilige thuisbasis. Uiteindelijk blijkt dat het delen van dezelfde dromen en idealen geen goede basis vormt voor een huwelijk. Genre: Het boek past in het genre drama. De roman vertelt een realistische verhaal over een jong stel. En net als in de werkelijkheid loopt het leven niet altijd zoals je verwacht, zonder garantie op een happy end. Eigen literaire recensie: Leo Pleysier is een kleurrijk verteller. Door zijn manier van schrijven gaat het verhaal leven. Al snel zie je Toon en Anna en hun leven voor je. De twee zitten gevangen in hun droom om naar het buitenland te vertrekken. Deze situatie kan voor lezers snel beklemmend worden. Door de korte hoofdstukken en de vaart waarmee hij het verhaal vertelt, gebeurt dit niet. Het lukt de schrijver om met weinig woorden veel te zeggen. Alle emotionele gebeurtenissen, de feestjes, de aankomst in Equador de begrafenis van Miguel zie ik zo voor me, zonder dat de schrijver ze uitvoerig beschrijft. Het lukt me niet om veel sympathie te voelen voor Anna en Toon. Ze zijn te veel met zichzelf bezig, ondanks of juist door hun voornemen goede daden te verrichten. Het verhaal gaat over twee mensen die niets liever willen dan de wereld verbeteren, zonder dat ze kritisch naar zichzelf kijken. Het ligt er soms net te dik bovenop. Toch heb ik het hele verhaal met ze meegeleefd. Aan het eind besef je hoe eenzaam ze beiden zijn geweest. Ik had ze graag wat meer geluk gegund, ter compensatie van het in duigen vallen van hun dromen. |
||||||||
|