Vandeloo, Jos LET OP: Dit verslag is uitsluitend bedoeld als hulpmiddel bij het maken van je eigen verslag en niet om zomaar in te leveren bij je docent(e). De vijftienjarige hoofdpersoon woont samen met zijn ouders, zijn twee broers en één zus op het platteland van een Belgisch grensdorpje.Hij vertelt over zijn ervaringen en belevenissen tijdens de laatste maanden van de tweede wereldoorlog: Hij is de regen heel erg gaan haten doordat er telkens als het regende er iets naars voor hem gebeurde. Voor hem zijn de vrienden de vijanden en de vijanden vrienden, van degenen die eerst vrienden zijn merkt hij later dat ze dat juist niet zijn of andersom. Vlakbij zijn huis kamperen Amerikaanse soldaten in een tent. Hij sluit vriendschap met hun en hij gaat er vaak naartoe. Hij brengt zakken steenkool en krijgt daarvoor allerlei soorten eten terug. Daar is zijn moeder heel blij mee. Hij vertelt over hoe dat de Amerikaanse soldaten er uitzien, hoe ze praten en wat ze doen. Over hun vriendinnetjes en hoe ze daarover denken. Paps is de oudste soldaat, hij denkt dat de Amerikanen alles zijn. Hij is vriendelijk en heeft een gouden hart. Als de hoofdpersoon op een dag bij hem in de uitkijktoren komt zitten vertelt Paps over van alles en mag hij de verrekijker gebruiken. Mac is ook een soldaat. Hij is eigenlijk het tegenovergestelde van paps. Hij is lang en dun. Eigenlijk heet hij Mac-Donald, maar iedereen noemt hem Mac. Houston is nog niet zo oud, maakt veel grapjes en heeft ongeveer hetzelfde karakter als de rest van de jongens uit het dorp. De hoofdpersoon vertelt over de boeren, die de mensen uit hun omgeving niks meer verkopen, uit angst dat ze later een hoop mensen over zich heen krijgen. De levensmiddelen verkopen ze tegen hele hoge prijzen aan de rijke mensen en handelaren uit de stad, waar ze goed aan verdienen. Hij vertelt over Bea, een meisje dat bij hem in de buurt woont. Hij kent haar goed en is verliefd op haar. Hij droomt over de toekomst, als de oorlog voorbij is, maar hij zegt haar niks. En dan, op zo'n regenachtige dag ziet hij hoe Bea met een Amerikaanse soldaat, met Karl meegaat en daardoor is hij heel teleurgesteld. Karl is iemand die maar zes of zeven jaar ouder is dan hij. Karl is slungelachtig en heel erg mager. Zijn moeder is iemand die er door de oorlog altijd vermoeid uitziet en heel vaak terugdenkt aan haar man. Vroeger was ze vaak trots op zichzelf maar dat is ze nu niet meer. Nu is het net alsof er iets in haar is dood gegaan. Titel: De vijandDe hoofdpersoon vertrouwt steeds minder mensen door de oorlog. Hij komt achter dingen die heel erg nadelig voor hem zijn. Zoals Karl bijvoorbeeld, in het begin van de oorlog, toen hij kwam, had de hoofdpersoon niks tegen hem, maar toen hij gezien had dat het meisje waar hij verliefd op was met hem meeging vertrouwde hij hem ook niet meer. Tijdens de oorlog vertrouwt hij de Duitse soldaat niet, maar nadat de soldaat neergeschoten wordt krijgt de hoofdpersoon (samen met de andere dorpsbewoners) medelijden met hem en wordt de soldaat voor hem een vriend. De hoofdpersoon heeft dan hetzelfde probleem als die soldaat, dat ze allebei slachtoffers van de oorlog zijn geworden.De vriend is de vijand en de vijand is de vriend. De titel wijst naar een diepere bedoeling, namelijk dat je niemand kunt vertrouwen. Soort boek: epische oorlogs-, liefdes-, historische novelleHet is een novelle omdat het niet zo lang is als een roman en niet zo kort is als een kort verhaal. Het is dan wel meer dan tachtig bladzijden, maar de hoeveelheid tijd die tussen het begin en het eind van het verhaal verloopt is niet zo veel, hoogstens één week. Door het hele boek loopt ook maar één verhaallijn, dat maakt het vooral een novelle. Het is een oorlogsboek, want tijdens het hele verhaal gaat de oorlog door. Soms op de achtergrond en meestal op de voorgrond. Het is een beetje een liefdesnovelle, want de hoofdpersoon is verliefd op Bea, maar een ander gaat er met haar vandoor. Het is een historische novelle, want het is ondertussen al weer meer dan vijftig jaar geleden dat de tweede wereldoorlog in Nederland en België was.Personages:De hoofdpersoon, Bea, vader, moeder, Karl, Paps, Houston, Mac.De hoofdpersonage is: De hoofdpersoon zelf. De bijfiguren zijn: Paps, Houston, Mac, Karl, Bea, de vader en de moeder van de hoofdpersoon. Karakters:
Types:
De hoofdpersoon:
De Tijd in het verhaal verloopt niet-chronologisch. In het begin loopt het allemaal een beetje door elkaar, maar aan het einde krijg je meer de chronologische vorm. Het perspectief ligt bij de ik-persoon. De nadruk van de ruimte ligt vooral bij de regen. Aan het begin is het nog niet zo belangrijk, maar aan het einde wordt het steeds belangrijker. Het is net alsof de hoofdpersoon zit te wachten totdat de regen voorbij is en dat het dan allemaal wel weer goed zal komen. Ook het veld is belangrijk. Als de hoofdpersoon op het veld komt, ziet hij pas hoe de rest van de wereld is. De omgeving wordt ook heel duidelijk beschreven. Je kunt je goed een voorstelling maken van hoe het dorp en het land daarbuiten eruit gezien moet hebben: Het is een klein dorpje waaromheen wat bomen en struiken staan. Daarachter liggen de weilanden en de boerderijen. Zelf wonen ze een beetje aan de rand van het dorp. De schuilkelder is ook heel belangrijk. Een van de belangrijkste thema's is wel dat de jongen het steeds heel moeilijk heeft in zijn pubertijd, en vooral ook wat de oorlog met hem doet. Het motief is dat het voor hem heel moeilijk te onderscheiden wie nou de vijand is en wie nou de vriend. Ik vind het onderwerp best wel interessant, ik hou van spannende boeken en oorlogsboeken. Ik vind dit boek een heel goed en mooi boek, omdat je heel goed mee kan leven met het denken en handelen van de hoofdpersoon. Het onderwerp is ook best wel interessant en ik heb er ook best wel veel nagedacht over wat ik in zo'n situatie zou doen. Het onderwerp is niet zo origineel, want er zijn wel meer van dit soort (oorlogs)boeken geschreven. Het onderwerp zèlf wordt niet zo diepgaand behandeld, wel worden er onderdelen uit de oorlog met veel diepgang behandeld. De bouw van het boek is best wel verwarrend. In het boek loopt de tijd door elkaar. Het ene hoofdstuk begint bij het begin en het andere hoofdstuk begint ineens midden in het verhaal. Als je dat als je begint met lezen nog niet doorhebt is het best wel verwarrend. Die aparte opbouw maakt het boek bijzonder. Het tijdsverloop is precies zoals in de werkelijkheid, met af en toe wat tijdsprongen (dus chronologisch). De personages zijn goed herkenbaar. Tijdens het verhaal weet je precies over welk persoon het gaat. Omdat het verhaal vanuit de ik-vertelsituatie geschreven is, lijkt het net alsof je het allemaal zelf meemaakt. De mensen in het verhaal reageren net zoals ieder normaal mens zou doen en ik weet nu een heleboel meer over hoe de mensen zich gevoelt moesten hebben tijdens de tweede wereldoorlog. Jos Vandeloo is geboren op 5 september 1925 in Zonhoven (Belgisch-Limburgse mijnstreek). Hij woonde heel lang in een klein dorpje ver van de stad. Zijn ouders waren daar ook geboren. Zijn moeder heette Maria Catharina Bielen en werd op 22 april 1905 geboren. Zijn vader werd op 25 november 1898 geboren, heette Jules-Ferdinand Vandeloo en was eerst een mijnwerker, en daarna een mijnopzichter. Jos werd zelf opgeleid tot een mijndeskundige. Toen hij voor zijn werk naar het Duitse Ruhrgebied moest, voelde hij zich alleen en wilde hij gaan schrijven. Hij ging in Antwerpen wonen, en daar werkte hij voor de uitgever Manteau. Werken van Jos Vandeloo:
Verhaalfragment uit het boek De Vijand door Jos VandelooJe voelt dat het nu stilaan naar zijn einde loopt. Er is alleen maar een penode van windstilte in het strijdgewoel. Weldra zal het geweld weer losbarsten. Vliegtuigen zullen laag en onheilspellend over de velden scheren, soldaten zullen angstig wegkruipen onder hun helmen, ales zal weer vol geraas zijn en vervuld van dood en verschrikking. Het is een eindeloze, helse herhaling van afschuwelijke gebeurtenissen, van dorp tot dorp, in de steden even haperend aan de puinhopen en dan weer naar voren springend over de grenzen heen. Ik blijf nog wat rondhangen en ga dan weer naar beneden.'Voorzichtig,' zegt Paps vaderlijk, 'de ladder is erg glibberig.' Dat wist ik al maar het doet me goed, dat hij het nog eens speciaal zegt. Ik zal Karl nog even gaan groeten in de tent, dat zal hem zeker plezier doen. Misschien wandelt Bea met me terug naar huis, dan kan ik onderweg nog wat met haar praten. Als ik beneden kom, "zuigen mijn schoenen zich dadelijk vast in de modderen als ik voortstap laten ze telkens met een flappend geluid weer los. Ik ga naar de tent en trek het zeil opzij voor de ingang. Het is er donker. Een klad licht valt naar binnen en ik hoor Karl Ontstemd vloeken. Ik zie het meisje Bea op het veldbed. Haar schoenen liggen op de grond. Er liggen ook nog andere kledingstukken. De regenjas van haar moeder en de kap en nog meer. Haar rok is opgeschort. Ze heeft een heeft witte huid. Karl hangt gebogen over haar heen met zijn mager, ongezond lichaam. Haar buik is een zeldzame witte schelp, hij moet zeer zacht zijn, van fluweel. En hij is vooral zeer blank. Een glanzende vlek in het halve duister. Karl maakt een boos gebaar omdat ik zo plots en onverwacht in de opening van de tent sta. Bea wendt het hoofd af. Ik laat het zeil voor de opening vallen. Het is een bliksemschicht geweest, een weerlicht, één ondeelbaar ogenblik. De onsplitsbare kern van de tijd. Nu is het binnen weer donker. Ik heb nog net gezien hoe Karl op haar neerstreek. Behoedzaam en geruisloos als een grote vogel. Buiten regent het nog altijd. Het verbaast me een beetje, dat het nog altijd regent. zo lang. zo zonder ophouden. |
||||||||
|