Docent_geschiedenis

Geregistreerd op: 11-2-2003
|
Geplaatst: Dinsdag 17 Mei 2011, 23:58 Onderwerp: |
|
|
Hallo,
Hierbij een poging om je vraag te verduidelijken:
Staten Generaal, Gewesten en Collaterale Raden
In de 15e eeuw en later was in de Nederlanden sprake van een sterk decentraal bestuur.
Voor burgers was de overheid: het stadsbestuur of dorpsbestuur. Afzonderlijke gewesten werden zelfstandig bestuurd door de Staten of standen. Hierin kwamen afgevaardigden van de stedelijke burgerij en adel bijeen. Filips de Goede, ook genaamd Filips III van Bourgondië (niet te verwarren met Filips de II) streefde naar meer centralisatie van de macht. Uiteraard deed Filips de II dit ook.
Filips de Goede begon met de invoering van een centraal bestuur voor alle Nederlandse gewesten, alsmede een centrale rechtspraak en een centrale inning van belastingen in de vorm van één enkele som voor het hele gebied, die door de gewesten opgebracht moest worden.
Om dit centraal overleg mogelijk te maken, stelde Filips de Goede de Staten-Generaal in. Hun eerste belangrijke bijeenkomst was in het jaar 1464 in Brugge. Deze vergadering ging de geschiedenis in als de eerste van de Staten-Generaal. Deze centrale instellingen van Filips de Goede legden de basis voor de Nederlanden als land door de gewesten te confronteren met het feit dat ze gezamenlijke belangen hadden tegenover één enkele vorst.
Oorspronkelijk bestonden de Staten-Generaal van de Nederlanden uit vertegenwoordigers van de Staten of standen van de zeventien afzonderlijke staatjes, de gewesten, die door de Bourgondische hertogen en later de Habsburgse landsheer werden samengeroepen wanneer zij in geldnood zaten en een bede moest worden toegekend. (zie boven) Brabant, Holland en Vlaanderen waren de belangrijkste gewesten
Rond 1500 bestonden De Nederlanden of Lage Landen uit het tegenwoordige Nederland, België en Luxemburg. Het was een verzameling gewesten met aan het hoofd een graaf, hertog of bisschop. Er waren banden met de Duitse keizer en de Franse koning die leenheer over bepaalde gebieden waren.
Begin 16e eeuw komen de Nederlanden onder Habsburgse hegemonie. Het lukt Karel V in 1548 de 17 Nederlandse en Bourgondische gewesten bij zijn rijk te voegen.
Hij voert bij zijn bezoek aan de Nederlanden in 1531 een aantal hervormingen door: Hij stelt de Collaterale Raden te Brussel in. De Collaterale Raden bestonden uit: de Raad van State, de Geheime Raad en de Raad van Financiën. Tot het jaar 1788 zijn dit de 3 voornaamste bestuursorganen van de Nederlanden.
1.De Raad van State (Conseil d'Etat) was het belangrijkste orgaan en bestond uit 12 hoge edelen, die vooral afkomstig waren uit het zuiden. Deze raad was bevoegd voor buitenlandse zaken en oorlog. 2.De Geheime Raad (Conseil Secret) was meer een juridisch adviescollege en bestond uit beroepsambtenaren en rechtsgeleerden. Deze raad was bevoegd voor binnenlandse zaken en justitie.
3.De Raad van Financiën (Conseil des Finances) bestond sinds de reorganisatie uit drie hoge edelen, die werden bijgestaan door verschillende financiële deskundigen, namelijk een thesaurier-generaal, twee of drie commiezen, een ontvanger-generaal, een secretaris en een griffier. De Raad van Financiën was bevoegd voor de overheidsfinanciën en het beheer van de vorstelijke domeinen.
De collaterale raden werden bijgestaan door een kanselarij die formeel onder verantwoordelijkheid van de Geheime Raad viel, maar die in de praktijk voor de gehele Brusselse regering werkte.
Naast de in 1531 ingestelde Collaterele Raden was er nog de Grote Raad van Mechelen, die al in de 15e eeuw was opgericht als hoogste college van de rechterlijke macht. Het systeem van de drie Collaterale Raden bleef in gebruik tot het einde van het Ancien Régime.
Met de Unie van Utrecht gevolgd door het Plakkaat van Verlatinghe verklaarden de Staten-Generaal in 1581 de koning Filips II vervallen (verlaten) van zijn macht. Toen Brussel weer in handen viel van de Spaanse koning hadden de Staten-Generaal zich naar Antwerpen verplaatst. Nadat de Staten-Generaal zich, in 1583, in de Noordelijke Nederlanden hadden gevestigd, kwamen zij aanvankelijk in Middelburg bijeen. Vanaf 1585 werd Den Haag de vergaderplaats.
In theorie is het Spaanse leger afwezig in het bestuur van de Nederlanden. In de praktijk steunt het bestuur volledig op de aanwezigheid van de Spaanse troepen. In theorie is de Raad van State een belangrijk adviesorgaan en vormt de Staten-Generaal de derde bestuurslaag. In de praktijk zijn de adviezen van de Raad van State zonder invloed en oefenen de Staten geen enkele bestuurlijke macht uit.
De Staten van de Gewesten beslisten over vrijwel alles, terwijl de Staten-Generaal over buitenlandse zaken en oorlog en vrede ging.
In 1588 (na vertrek van landvoogd Leicester)wordt de Republiek gevormd bestaande uit Holland, Zeeland, Utrecht, Gelre, Overijssel, Friesland en Groningen en neemt de Staten-Generaal de leiding in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden op zich. De Staten Generaal vormt hier een vergadering van afgevaardigden van alle gewesten. Ze ging alleen over buitenlandse politiek, oorlog en vrede en het bestuur van de Generaliteitslanden. De rest werd besloten binnen de gewesten.
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was de naam van de republiek die bij gebrek aan een geschikte landsheer, in 1588 (tijdens de Tachtigjarige Oorlog) ontstond op het grondgebied van wat nu ongeveer Nederland is. Deze kleine republiek verwierf in de 17e eeuw Gouden Eeuw, grote politieke, maar vooral economische macht. Zij speelde geruime tijd een hoofdrol op het wereldtoneel. Het einde kwam met de inval van de Franse troepen in 1794/1795.
Stadhouder was de titel van de belangrijkste functionaris binnen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Ook functionarissen van de eerdere Bourgondische Nederlanden droegen deze titel. Het woord stadhouder betekent "plaatsvervanger" (Duits: Statthalter), net als overigens het uit het Frans afkomstige woord luitenant (lieutenant, 'lieu' = plaats, 'tenant' = houdend). Het zijn allemaal letterlijke vertalingen van het Latijnse locum tenens. De titel van stadhouder bleef in de Nederlanden gehandhaafd, ook toen de stadhouder feitelijk geen plaatsvervanger meer was.
Heel veel succes! |
|