Justus van Effen, die leefde van 1684 tot 1735 deed heel veel voor het verspreiden van
zijn opvoedkundige ideeën door een tijdschrift op te richten: de Hollandse Spectator.
Je kunt van zijn vele zogenaamde Vertogen heel goed Burgervrijage (ook wel onder de naam Kobus en Agnietje) lezen voor je lijst.
Een ander van hem bekend geworden Vertoog (dus essay zouden we nu zeggen) is Thijsbuurs Os.
De Hollandse Spectator was het eerste Nederlandse weekblad . Het idee had Van Effen overgenomen van de Engelse schrijvers Addison en Steele die een blad The Spectator hadden opgericht.
Van Effens blad verscheen in 1731 en er verschenen tot 1735 honderden nummers, soms zelfs enkele malen per week.
De zogenaamde Vertoogen (we zouden nu essays zeggen) ademden een echt rationalistische geest: opvoeding van de burger was het doel.
De achttiende eeuw is ook typisch een tijd waarin naast het woord opvoeding het begrip nut hoog in het vaandel stond. Zo kwamen er Nutsspaarbanken, Nutsbibliotheken, Nutsverenigingen en Maatschappijen tot het Nut van het Algemeen.
Iemand die de spot ging drijven met al dat opvoeden en vergaderen was de tot voor kort onbekende J.B.Schasz. Hij schreef het zeer vermakelijke boekje Reize door Aapenland. Zeer geschikt voor je lijst!