Nederlands Indië Inleiding

Het was onlangs . om precies te zijn op 27 december 1999 . een halve eeuw geleden dat Nederlands-Indië officieel onafhankelijkheid verkreeg en veranderde in de Republiek Indonesië.


Aan het herdenken daarvan werd betrekkelijk weinig aandacht besteed, nauwelijks door de Nederlandse pers en in het geheel niet door Indonesische kranten. En dat laatste is begrijpelijk, want voor de Indonesiërs is 17 augustus 1945 de dag die zij herdenken als begin van hun onafhankelijkheid. En aan die datum hechten Nederlandse publicisten over Indonesië weer nauwelijks enige waarde. Met het bovenstaande wordt iets van het spanningsveld aangegeven dat er nog steeds heerst inzake de geschiedenis van Nederlands-Indië/Indonesië. Voor beide landen, Nederland zowel als Indonesië, zijn er traumatische gebeurtenissen te gedenken.
Alleen al het woordgebruik waarmee gebeurtenissen worden aangeduid is welsprekend: Nederlanders spreken van politionele acties ( in 1948 en 1949), de Indonesiërs noemen het agressieacties. Voor de Nederlandse vormen de jaren 1941-1945 (en daarna) een periode van ontbering en dood voor velen, een catastrofe. De Indonesiërs zagen die periode als het beginpunt van hun autonomie (al vielen er onder de Japanse overheersing ook zeer vele slachtoffers, door toedoen van Japanners, onder de inheemse bevolking).
En toch leeft de Nederlandse geschiedenis in Indonesië voort en de Indische geschiedenis in Nederland.
Zo bezitten we tal van woorden die uit de Maleise taal komen: soesa, tabee, senang, orang-oetan, bamboe, negorij, sarong, batikken, amok, toko, branie, pisang, tante pos en soebatten. Omgekeerd komen er in het Bahasa Indonesia zeer veel Nederlandse woorden voor, onder meer zijn dit: turis= toerist, parkir=parkeren, variasi=variatie, koràn=krant, courant. En omdat in het Indonesisch de f-klank een p wordt zegt men . pulpen. voor vulpen en perban voor verband, perdom voor verdomme, en pol voor volt).

Ook heel sterk leeft de periode van 350 jaren waarin Indie deel uitmaakte van Nederland voort in de literatuur. En ook de periode daarna bood inspiratie voor veel auteurs. Dat geldt zowel voor de Indonesische en de Nederlandse literatuur. Ik beperk me hieronder tot de laatstgenoemde: de Nederlandse literatuur.

Er zijn veel schrijvers en veel stijlen van schrijven te onderscheiden als men kijkt naar literatuur over Indië. Goede en minder goede schrijvers. Auteurs die hun avontuurlijke tochten beschreven, auteurs die op wilden komen tegen onrecht en auteurs die vooral onderhoudend wilden zijn. Bij de tendensliteratuur (=literatuur met een boodschap) denken we natuurlijk het allereerst aan Multatuli, het pseudoniem van Eduard Douwes Dekker. Maar ook daarna komen we dit type schrijver nog tegen: niet alleen Augusta de Wit (een schrijfster die ons nu niet meer zal kunnen boeien) maar ook namen als Graa Boomsma, Beb Vuyck en Rudy Kousbroek kunnen genoemd worden in dit verband. De beide laatsten (Vuyck en Kousbroek) namen het moedige standpunt in om zich te keren tegen een al te generaliserend beeld van de situatie in Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Beiden hebben geleden onder de Japanse bewakers in de kampen maar ze wijzen racistische uitingen ten aanzien van hun voormalige kwelgeesten af. (Zo wijst Kousbroek de term . Jappenkampen. af, hij vindt het gebruiken van het scheldwoord . Jap. voor Japanner een uiting van discriminatie).

Voor een overtuigend beeld van die moeilijke tijden van Japanse overheersing kan men goed in de literatuur terecht: naast Margaretha Ferguson schreven Beb Vuyck (kampdagboek), Mischa de Vreede, Yvonne Keuls en Rob Nieuwenhuys (Een beetje oorlog) over deze periode.

Maar laten we vooral allereerst bedenken dat vele (Indische) Nederlanders zwegen over de verschrikkingen die ze in Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt: ze wisten wel dat er (aanvankelijk) toch nauwelijks naar hen werd geluisterd. En daarom kunnen we vaststellen dat de literatuur hier wel een heel belangrijke functie vervult: het verhaal waarin velen iets herkennen wordt op grote schaal doorgegeven.

---------------------

Het onderstaande vormt een bescheiden overzicht van literatuur over onze voormalige koloniën en het proces van de dekolonisatie. Een belangrijke onderdeel hiervan is zoals hierboven is gezegd de tijd 1941-1945, de periode waarin talloze Nederlanders geïnterneerd waren in Japanse kampen. Nogmaals: dat juist hierover veel is geschreven kan niet genoeg benadrukt worden voor de nieuwe generaties . er is al veel leed uit die tijd verzwegen en er is nog steeds veel onbegrip voor de slachtoffers uit die periode. Hetzelfde kan worden gezegd voor de periode kort na 1945, de zogenaamde Bersiaptijd.

Eerst een paar aanwijzingen voor wie zich gaat bezighouden met dit onderwerp.
Misschien lees je alleen een of twee boeken met dit thema voor een havo- of vwo-literatuurlijst.
Maar het is ook mogelijk dat je er een (profiel)werkstuk over maakt. In alle gevallen geldt: Ga zo gauw mogelijk eens naar de bibliotheek en lees, voor je verder gaat met de achtergronden zoals hier beschreven, iets van de klassieke schrijvers over Nederlands-Indië.

Voor vwo zijn dit in elk geval:

1. Multatuli - Max Havelaar
2. Louis Couperus. De stille kracht
3. Maria Dermoût - De tienduizend dingen
4. Hella Haasse - Oeroeg


Voor havo zijn dit (onder meer):

1. Hella Haasse - Oeroeg
2. Rob Nieuwenhuys - Een beetje oorlog
3. Maria Dermoût - Nog pas gisteren
4. F.Lopulatan - Onder de sneeuw een Indisch graf.
5. Jeroen Brouwers . Bezonken rood.

Uiteraard zijn er meer auteurs te noemen, enkele worden hieronder, samen met de bovengenoemde, toegelicht. Dat zijn onder meer:
Willem Ijsbrandszoon Bontekoe P.A. Daum, E. du Perron, M. Székely-Lulofs, H. Alberts, J. Springer, H.Vervoort, Jill Stolk, Marion Bloem, A. van Dis.

Een schrijfster als Augusta de Wit was tot voor kort een bijna verplicht nummer op literatuurlijsten. Maar het is de vraag of haar (wel zeer beperkt van omvang zijnde) novelle Orfeus in de dessa ons nu nog veel te zeggen heeft. Je kunt het boekje hoogstens zien als een illustratie van de hooggestemde verwachtingen die de zogenaamde . ethische politiek. bij velen opriep. (Zie voor uitleg van deze term verderop in deze tekst).

En gelukkig kunnen we vaststellen dat er voor het werk van de schrijfster Maria Dermoût wat meer belangstelling komt van de kant van scholieren. Wie iets van haar leest zal wel moeten beamen dat zij ten onrechte in schoolboeken vrij onbekend bleef: haar woordkeus en stijl doet de wereld van het vroegere Indië op een wel zeer beeldende manier herleven voor de lezer.
Een praktische overweging is geweest het aantal auteurs te beperken tot wat goed bereikbaar is voor scholieren en geschikt voor een leeslijst havo/vwo.

Om het onderstaande bruikbaar te doen zijn voor zowel havo als vwo leerlingen, is er een verdeling gemaakt in de tijd voor 1920 en de tijd na 1920. Die indeling is voor het onderwerp Indië niet gebaseerd op enige literair-theoretische beginselen maar is gebruikt omdat havo-leerlingen alleen literatuur van na 1920 zullen lezen en vwo een historisch inzicht in de gehele literatuur moeten hebben, ook van de tijd voor 1920.


Vooraf wil ik echter nogmaals wijzen op de noodzaak om voor wie dit onderwerp kiest toch ook vooral naar de bibliotheek te gaan. Dáár zijn de teksten te vinden waarover het in het onderstaande gaat! En wat daar ook te vinden is, zijn enkele heel informatieve publicaties over literatuur in verband met Nederlands-Indië/Indonesië. Drie publicaties die erg belangrijk zijn noem ik hier:

- Allereerst het nu al klassieke boek door Rob Nieuwenhuys (die in 1901 is geboren en onlangs, in november 1999 overleed): Oost-Indische Spiegel.
- Samen met Bert Paasman en Peter van Zonneveld gaf Nieuwenhuys ook uit het boek Oost-Indisch Magazijn, een zgn. Bulkboek met vele illustraties.
-In 1995 verscheen van Peter van Zonneveld Album van Insulinde, Beknopte geschiedenis van de Indisch-Nederlandse literatuur. (Het zal bekend zijn dat de benaming Insulinde door Multatuli werd geïntroduceerd op de laatste bladzijde van zijn roman Max Havelaar, 1860).

Genoemd in dit verband moeten ook worden de delen 11 A, B en C (maar vooral 11 A) uit de serie boeken over de Tweede Wereldoorlog door Dr Lou de Jong. (Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Tekenend voor het feit dat de geschiedenis van Nederlands-Indië voor velen nog heel voelbaar aanwezig is, is het feit dat deze delen veel protest opriepen.

In deel 11a vermeldt de auteur Lou de Jong een opmerkelijke oude legende die onder de Javanen leefde. De vorst Djojobojo, die in de twaalfde eeuw leefde voorspelde dat de Javanen lange tijd onder de onderdrukking van blanke mensen zouden leven en dat de laatste periode van onderdrukking onder een gele overheerser zou zijn. Die laatste periode zou niet langer duren dan de levensduur van een haan, dat is ongeveer drie jaar.
Hoe men ook denke moge over de voorspellende waarde van zo. n verhaal - een voorspelling waarin men driehonderd jaar Nederlandse en drie jaar Japanse overheersing kan zien, waarna de onafhankelijkheid kwam . zo. n legende is óók literatuur.

Op dezelfde wijze als bij de delen over Indië van L. de Jong was er ook kritiek uit Indische kringen op romans van Graa Boomsma. Met name de roman De laatste tyfoon (over de politionele acties in 1947 /48) bracht zoveel ophef teweeg dat er een rechtszaak inzake deze publicatie plaats had. (Die rechtszaak bracht, zoals zo vaak, alleen een grotere bekendheid van de roman tot stand.)
Iets vergelijkbaars gebeurde er met de essaybundel Oost-Indisch Kampsyndroom door Rudy Kousbroek. Wie dit boek leest kan zich voorstellen dat het reacties van onbegrip oproept bij Nederlanders die de oorlog in Indië doorbrachten. In die publicatie roept Kousbroek als het ware op om het doorstane kampleed te relativeren, hetzelfde kan men bij Beb Vuyck waarnemen. Een moedig standpunt: beide auteurs verbleven lange jaren in een Japans interneringskamp en toch keren zij zich tegen elke generalisatie, elke naar racisme neigende uiting als het over die periode gaat.

Zelfs nu, na vijftig jaar onafhankelijkheid, roept een min of meer objectieve geschiedschrijving over Indië bij velen nog emoties op.
Tenslotte in deze inleiding nog een paar praktische overwegingen:

1. Zowel voor het havo als voor het atheneum geldt dat bij het vak Geschiedenis voor het eindexamen de het onderwerp de geschiedenis van Indonesië is gekozen voor de examenjaren 2001 en 2002. Het is zeer aan te raden om . als men Geschiedenis als vak heeft . ook voor het vak Nederlandse literatuur enkele boeken te lezen die met dit onderwerp te maken hebben. Het mes snijdt dan aan twee kanten: je bent voor zowel Geschiedenis als Nederlands (of CVK. bezig met materie voor deze vakken.

2. Dit onderwerp wordt ingedeeld in twee perioden: de eerste betreft literatuur van voor 1920 en de tweede literatuur van na 1920. Dit in verband met het feit dat vwo-leerlingen boeken uit zowel voor als na 1920 lezen en havo-leerlingen alleen boeken uit de periode na 1920.


Deze serie is gemaakt door Dhr. C. van Kempen, voormalig docent Nederlands aan het Stedelijk Lyceum te Enschede.