Nederlands Indië Tenslotte
Nederlands Indië Tenslotte
TENSLOTTE
Hoewel ik iedereen die zich bezig houdt met het onderwerp Nederlandse literatuur over Indië aanraad zo gauw mogelijk deze computer uit te zetten en naar de dichtstbijzijnde Openbare Bibliotheek te gaan om iets te lezen van de schrijvers die ooit Indië zagen en het land niet konden vergeten en er over bleven schrijven – volgt hieronder als afsluiting een complete literaire tekst.
Het verhaal heet Javaanse ogen en is geschreven door Ruud Spruyt in het kader van een opstellenwedstrijd.
Het geeft heel treffend aan welke plaats Indië innam in onze samenleving rond 1950.
JAVAANSE OGEN.
Op tafel stond een grote taart, met 'Welkom thuis' erop. De familie zat twee rijen dik tot in de alkoof.
'Was het echt zo warm in Indië, Wim?'
'Zijn jullie nog aangevallen?' Steeds weer dezelfde vragen.
Wim vertelde geduldig zijn verhaal.
De vrouwen keken de kamer rond. Boven de schoorsteen hadden de koperen bel en de vergeelde kunstfoto van een schaapskooi plaats gemaakt voor een gebatikte doek met de punt artistiek over de schoorsteenman.tel. Schuin over de doek hing een kris. In een Delftse vaas stak een wajangpop.
De mannen waren niet geïnteresseerd in die snuisterijen. Hun blikken dwaalden steeds naar het meisje. 'Die Wim, wie had dat gedacht, een Indisch vrouwtje. Stille wateren...' Bedeesd zat ze naast Wim, met een glimlach op haar gezicht.
'Spreekt u Hollands, juffrouw?' vroeg een oom die als ervaren bekend stond. Ze keek op, zodat even haar grote schuwe ogen te zien waren en knikte. De vrouwen zaten niet op hun gemak. Dat vreemde meisje paste niet in die Hollandse huiskamer met glanzende meubelen en geboend zeil. Het bezoek ging vroeg weg. Wim kon terugkomen in zijn oude baan op de touwfabriek.
Zijn vrouw bracht vele uren door in de keuken, zacht Maleise liedjes zingend. De buren klaagden over de uitheemse geuren, die de kool- en aardappelluchtjes uit het trappenhuis verdron.gen. Wim sliep slecht. Telkens weer herinnerde hij zich die ogen.
Op patrouille in Indië was hij, als zo vaak, wat achterop geraakt. Zwetend stond hij stil. Als uit het niets sprong een Indische jongen de weg op. Hij zwaaide zo onhandig met zijn grote geweer, dat Wim het eerst schoot, trillend van schrik. De jongen viel als een pop achterover in de modder. Bloed stroomde over het naakte bovenlijf. Zijn ogen vulden zich met sprakeloze verbazing.
Soms als de buren scholden over de etensluchten, zag Wim zijn vrouw voor zich uit staren; die blik maakte hem onrustig. Hij nam nachtdienst. Nu hij overdag moest slapen, verjoeg zijn vrouw met overslaand gefluister de kinderen die voor de deur en onder de ramen speelden.
Op een dag werd Wim thuisgebracht met de auto van de baas. Hij was in elkaar gezakt achter de machines. 'Zijn hart,' zei de dokter stug, en hij vertelde met nadruk hoe met de medicijnen moest worden omgegaan. Wim zat doodstil in een stoel naar zijn vrouw te kijken. In de weken die volgden, vertroetelde zij hem, maakte lekkere hapjes en was voortdurend om hem heen. Langzaam knapte hij op.
'Wat is dat wijf weer een rotzooi aan het bakken,' gilde een schrille stem op een avond van het balkon. Door een open raam werd verontwaardigd ingestemd. Kinderen schreeuwden door de brievenbus. 'Oran-oetan' 'Pindawijf!'
'Laat gaan,' gebaarde Wim. Maar zijn vrouw stoof overeind, rukte de deur open en riep de wegstuivende kinderen Hollandse en Maleise scheldwoorden achterna. Hijgend kwam ze binnen. Wim zat bewegingloos in zijn stoel; ze hurkte naast hem. Toen ze merkte dat hij dood was, vulden haar ogen zich met sprakeloze verbazing.
Dit verhaal is geschreven door Ruud Spruit.
Het geeft, zoals hierboven gezegd heel scherp de problematiek weer zoals die voorkomt in de literatuur over Indië die rond 1990 nog weer verscheen.
Een goed voorbeeld van een uitwerking van het bovenstaande thema gaf de schrijver Graa Boomsma (geb in 1942) in zijn roman De laatste tyfoon. Zijn boek riep veel commotie op.
Er zijn ook nu nog, in het jaar 2000 heel wat mensen die een of andere gevoelsband met Indonesië hebben.
Maar weinigen van hen zullen in de gelegenheid zijn dit prachtige land, de gordel van smaragd, zoals Multatuli de archipel noemde en zoals hij inderdaad vanuit een ruimtesatelliet voor ons zichtbaar wordt, ooit te bezoeken. Als de financiën het niet verhinderen zijn het wel politieke redenen waarom ze niet met vakantie naar Indonesië kunnen gaan.
En dan is een goed alternatief: romans lezen over Indië.
Romans, verhalen en novellen, geschreven door auteurs die ooit kort of lang in dat land woonden en het nimmer konden vergeten.
Deze serie is gemaakt door Dhr. C. van Kempen,
voormalig docent Nederlands aan het Stedelijk Lyceum te Enschede.