|
Plaats van de rijmklanken
Eindrijm
De rijmklanken staan aan het eind van de versregels:
Hoe ik mijn haar ook kam, bij kaars- of neonlicht:
Wat er ontstaat is nooit een eigentijds gezicht
Binnenrijm
Binnen één versregel staan meerdere volrijmen:
Ik ben geboren uit zonnegloren
Middenrijm
De rijmklanken staan in het midden van twee opeenvolgende
regels, min of meer onder elkaar:
Als ik loop over de straat
En dan hoop dat jij gaat
Voorrijm
Aan het begin van twee opeenvolgende regels staan volrijmen:
Ruisende wanden en schitterende zalen
Bruisende beken en rammelende schalen
Overlooprijm
Het laatste woord van een versregel rijmt op het eerste woord
van de volgende versregel:
Heer Schimmelpenninck weet van sparen
Jaren at hij boter, vlees noch vis
Dubbelrijm
Een vorm van eindrijm, waarbij aan het einde van twee versregels
niet één, maar twee rijmklanken staan:
Komt ooit een ware leeuw rechtstreeks op u aan
Dan is 't beste om maar regelrecht uit den weg te gaan
Doch niet als hij opgezet of dood is
Daar er in dat geval volstrekt geen nood is
Rijmschema's
Bij eindrijm in een gedicht met strofes wordt vaak een bepaalde
volgorde aangehouden van de rijmklanken. Je noemt dat: rijmschema.
Er bestaan verschillende rijmschema's:
(de letters a, b, c, d, f staan voor verschillende rijmklanken.)
Er zijn nu eenmaal van die dagen (a)
Dat men de briefbesteller haat (b)
En 't wandelend publiek op straat (b)
Met stokken uit elkaar wil jagen (a) (omarmend rijm)
Ik haat vandaag de groenteman (c)
En alle wezens in het huis (d)
Die nare kat van Kooi incluis (d)
Die het toch ook niet helpen kan (c) (omarmend rijm)
De volgende rijmschema's voor vierregelige strofes kunnen
worden onderscheiden:
Slagrijm: a a a a b b b b
Gekruist rijm: a b a b c d c d
Omarmend rijm: a b b a c d d c
Gepaard rijm: a a b b c c d d
Gebroken rijm: a b c b d e f e of: a b a c d e d f
Voor drieregelige strofes:
Verspringend rijm: a b c a b c d e f d e f
Kettingrijm: a b a b c b c d c d e d
|