H.M. (2) De Aanslag

smcplaza.gif (3292 bytes)
www.smc.nl


HomePage ] Omhoog ] Zoeken ] Literatuur 1100 - 1920 ] Interbellum (1920 - 1940) ] Literatuur na 1945 ]

 

HomePage
Omhoog
Menno ter Braak
Jan Campert
Simon Carmiggelt
E. du Perron
Anne Frank
Carl Friedman
W.F. Hermans
De Kultuurkamer
Marga Minco
Harry Mulisch (1)
H.M. (2) De Aanslag
2e Wereldoorlog

Harry Mulisch (2) - De Aanslag

 

Harry Mulisch - DE AANSLAG (1982)

Zouden we niet via de titel 'De aanslag' ingeleid worden in de sfeer van dreiging en spanning, dan geschiedt dit al dadelijk door de Proloog. Verkort weergegeven lezen we aldaar:
'Aan de kade stonden vier huizen niet ver van elkaar. Elk droeg een brave, burgerlijke naam uit onbezorgder dagen: Welgelegen, Buitenrust, Nooitgedacht en Rustenburg.
Het is januari 1945. We worden verplaatst naar het interieur van Buitenrust, waar de familie Steenwijk zich om de tafel zet voor een spelletje mens-erger-je-niet, alvorens ze vroeg naar bed zal gaan, wegens het gebrek aan verlichting en verwarming.

Omdat de sfeertekening in de aanhef van deze eerste episode zo herkenbaar voor diegenen die jeugdherinneringen aan de bezettingstijd hebben is weergegeven volgt deze pagina hieronder:

Citaat uit De Aanslag:

1

'Het was avond, rond halfacht. De salamander had een paar uur zacht gebrand op wat houtblokken, maar nu was hij weer koud. Met zijn ouders en Peter zat hij aan tafel in de achterkamer. Op een bord stond een zinken cilinder ter grootte van een bloempot; uit de bovenkant stak een dunne pijp die zich splitste als een ypsilon, en uit gaatjes aan de uiteinden bliezen twee spitse, verblindend witte vlammetjes schuin tegen elkaar in. Dat instrument wierp zijn ontzielde licht door de kamer, waar in de scherpe schaduwen ook drogend wasgoed te zien was, alles herhaaldelijk versteld, keukengerei, stapeltjes ongestreken hemden, een hooikist om eten warm te houden. Ook twee soorten boeken uit zijn vaders studeerkamer: de rij op het buffet was om te lezen, de stapel romannetjes op de grond om het noodkacheltje mee aan te maken, waarop gekookt werd als er wat te koken was; kranten verschenen al sinds maanden niet meer.
Behalve het slapen, speelde het huiselijk leven zich alleen nog in de voormalige eetkamer af.
De schuifdeuren waren dicht. Er achter, aan de straatkant lag de zitkamer waar zij de hele winter niet geweest waren. Om zo veel mogelijk kou buiten te houden, bleven de gordijnen daar ook overdag gesloten, zodat het van de kade af leek of het huis onbewoond was.

Het was januari 1945.

(Einde citaat).

Plotseling weerklinken op straat zes scherpe knallen: eerst één, dan twee snel achter elkaar, na een paar seconden het vierde en vijfde schot. Even later een soort schreeuw en dan nog een zesde'.
Peter, de oudere broer van de hoofdfiguur Anton, rent naar buiten, ziet, dat er een aanslag is gepleegd op Ploeg, Haarlems gehate hoofdinspecteur van politie. Zijn moeder roept hem binnen. Dan verschijnen buurman Korteweg en zijn dochter Karin. Dezen verslepen het lijk, dat voor hun woning Nooitqedacht ligt, naar Buitenrust. Daarbij valt het op, dat Karin achteruitloopt.
Peter doorziet het gevaar voor represailles: de Duitsers staken veelal het huis in brand waarvoor een aanslag gepleegd was. De jongen rent opnieuw naar buiten, maar alvorens hij erin slaagt, het lijk elders te leggen, duiken drie mannen op die hem onder vuur nemen. Direct daarop volgen de Duitsers. Met het pistool van Ploeg in zijn hand, vlucht Peter het huis van de Kortewegs binnen...
De deur bij de Steenwijks wordt ingetrapt. Vader en moeder worden afgevoerd en de 12-jarige Anton wordt meegetrokken naar een gereedstaande DKW.
Van daaruit ziet hij dat Buitenrust in brand wordt gestoken. Een vrachtwagen nadert, twee aan twee geboeide gevangenen springen uit de laadbak. Daarna begint er een mitrailleur te ratelen.
Anton brengt de nacht door op het politiebureau in Heemstede, in een vrijwel volledig duistere cel. Hij is niet alleen, een jonge vrouw probeert hem te troosten. Hij voelt dat ze dik, weerbarstig haar heeft.
Ze zegt hem: 'Je moet nooit vergeten dat het de moffen zijn, die jouw huis in brand hebben gestoken... Ze zullen zeggen dat die illegalen wisten, dat er zulke dingen gebeuren, en dat het dus hun schuld was'.
Anton weet daar geen raad mee:'Maar als dat zo is, dan is... dan is nooit iemand schuldig. Dan kan iedereen maar doen'. Ze praat erover heen en vertelt hem van een nachtelijke dwaaltocht, waarbij ze in het donker ging zitten wachten tot de zon opkwam. Toen bleek dat ze vlak bij huis was. Ze heeft een vriend van wie ze houdt, maar hij weet het niet: 'Jij bent de enige die het nu weet, al weet je niet wie ik ben en wie hij is. Hij heeft een vrouw en twee kinderen, van jouw leeftijd, die hem nodig hebben, zoals jij je vader en je moeder nodig hebt...'
Anton slaapt dan in. Na ongeveer een uur wordt hij wakker 'van het geschreeuw, dat jaren lang door heel Europa heeft geschald'. Via de Ortskommandantur wordt hij naar zijn oom in Amsterdam gebracht.

De 'tweede episode 1952' vangt aan met: 'De rest is naspel. De aswolk uit de vulkaan stijgt naar de stratosfeer, draait om de aarde en regent nog jaren later op alle continenten neer'.

Anton is een persoon die de dingen neemt zoals ze komen (Blz. 133). Maar als de 'as' van de aanslag toch op hem neerdaalt, blijkt er een merkwaardige dualiteit in hem te schuilen: Als zijn oom hem vertelt, dat zijn ouders gefusilleerd zijn, vraagt hij niet naar details. Echter, het is de vraag of hij het niet wil weten, of dat hij de verschrikkingen van de aanslag wil verdringen. Zo lezen we op blz. 40 als zijn vader toegesnauwd wordt zijn hoed af te zetten: 'Anton drukte het weg en wilde dat hij er nooit aan hoefde te denken, het mocht niet gebeurd zijn.
Nooit van zijn leven zou hij een bolhoed dragen, niemand mocht na de oorlog nog een hoed dragen'.
Als hij een uitnodiging aanneemt voor een feestje in Haarlem, weet hij dat het niet goed is: 'Hij mocht er nooit terugkomen, al kon hij hier later een baan van honderdduizend gulden per jaar krijgen, - maar nu hij er eenmaal was, wilde hij voorgoed afscheid nemen, nu meteen'. Hij bezoekt de kade en loopt bij mevrouw Beumer binnen. Hij zegt daar wel: 'Het leven gaat verder', maar hij gaat toch naar het gedachtenismonument. Als hij de zoon van Ploeg ontmoet, vraagt hij zich af, wat hij met hem bespreken moet, maar hij nodigt hem wel uit bij hem te komen.
Tegen Takes, de dader van de aanslag, merkt hij dan op, dat hij er geen behoefte aan heeft al die dingen weer op te halen: 'Het is gebeurd zoals het gebeurd is, en daarmee klaar. Er valt niets aan te veranderen, ook niet door het te begrijpen'. Maar hij zoekt toch opnieuw contact met hem.
Dan blijkt, dat de vrouw uit de cel de vriendin van Takes was, Truus Coster genaamd. Ze heeft ook een rol in het drama gespeeld. De verzetsman wil alles over haar weten, maar Anton kan zich vrijwel alleen haar tedere gebaren herinneren. Het is al zolang geleden. Even denkt hij aan een experiment met Lsd om zo haar woorden in zijn geheugen terug te halen, maar hij verwerpt het. Hij zou dan de kans lopen, 'dat het helemaal niet tevoorschijn kwam, maar iets anders, iets onverwachts, dat hij niet zou kunnen beheersen'.
Eerst veel later, te laat voor Takes schiet hem haar liefdesverklaring te binnen, via een flits over haar nachtelijke dwaaltocht. (Dat is het geweldige in deze roman: alles speelt mee, alles heeft zijn functie.)

Hoe zeer Truus hem geraakt heeft, blijkt als Anton beseft, dat hij zijn (eerste) echtgenote gekozen heeft om haar oogopslag. Ofschoon hij zijn celgenote niet gezien heeft, heeft hij zich wel een beeld gevormd van de wijze van haar kijken. Dat beeld vindt hij terug bij Saskia. Tot zijn verbijstering bevestigt een foto van Truus, dat hun oogopslag inderdaad identiek is. Ook hebben beide vrouwen hetzelfde dikke, weerbarstige haar.
Heeft Anton in Saskia Truus gezocht?
In 1981 loopt hij Karin Korteweg tegen het lijf, uit Nooitgedacht. Weer herkennen we die dualiteit. Karin merkt zijn radeloosheid. "Als je niet praten wilt, moet je het zeggen. Ik ga meteen weg". Anton hakkelt dan: "Nee - jawel... Ik moet alleen even... Het overvalt me". Opeens was 'die vervloekte oorlogsavond' toch weer verschenen.
Dan volgen de laatste onthullingen over de aanslag. De 'as' is volledig neergedaald.

'De aanslag' is niet alleen een adembenemende thriller, het boek bevat ook diverse lagen: naast de dualiteit bij Anton wordt de lezer geconfronteerd met de invalshoek van waaruit iedereen zijn handelwijze tracht te rechtvaardigen.

Als Anton alle achtergronden eindelijk kent, blijft hij met de vraag zitten die hij reeds op 12-jarige leeftijd stelde: "Was iedereen schuldig of onschuldig?"

 

 Vorige HomePage Omhoog Volgende