Na de oorlog werd er een commissie benoemd die Nederlandse auteurs moest zuiveren van hen
die met de vijand hadden samengewerkt.
In deze commissie (de Ereraad genoemd) zaten schrijvers als M. Nijhoff en F.Bordewijk.
Een aantal schrijvers kreeg een publicatieverbod van enige jaren opgelegd. (Voorbeeld: Jo
van Ammers - Küller, Werumeus Buning, J.van Oudshoorn, Albert Kuyle).
De veroordeling van de dichter Werumeus Buning werd aangevochten door enkele collega's. In
de meeste gevallen konden de veroordeelde schrijvers na korte tijd weer publiceren.
In 1988 trok de schrijver Adriaan Venema (1941 - 1993) veel aandacht door verschijning
van zijn vijfdelige werk 'Schrijvers, uitgevers & hun collaboratie'.
Hierin bracht hij nieuwe zaken naar voren die tot dan toe onbekend waren.
Een auteur die door Venema als fout werd ontmaskerd was Henri Knap (bekend als journalist
en auteur van het boekenweekgeschenk: de rond van '43). Henri Knap had in de oorlog
hoorspelen geschreven voor de bezetter met een zeer propagandistische tendens.
Hetzelfde gold voor tekenaars als Eppo Doeve en Karel Thole.
Er is veel kritiek geweest op de wetenschappelijke waarde van Venema's werk. Bij
bovengenoemde namen kon hij de juistheid van zijn aantijgingen bewijzen, bij vele andere
namen die hij noemt in zijn werk niet.
Zeer omstreden waren de kritische opmerkingen van Venema over Bert Voeten, Jan Campert en
Werumeus Buning.
Een apart deel wijdde hij aan Simon Vestdijk, wiens houding volgens Venema in de
bezettingstijd niet correct was.