Literatuur over WO II

smcplaza.gif (3292 bytes)
www.smc.nl


HomePage ] Zoeken ] Literatuur 1100 - 1920 ] Interbellum (1920 - 1940) ] [ Literatuur over WO II ] Literatuur na 1945 ]

 

HomePage

Deel III - De Tweede Wereldoorlog en de literatuur
door Kees van Kempen

De Nederlands literatuurgeschiedenis tussen 1940 en 1945.....

Inhoudsopgave

Menno ter Braak
Jan Campert
Simon Carmiggelt
E. du Perron
Anne Frank
Carl Friedman
W.F. Hermans
De Kultuurkamer
Marga Minco
Harry Mulisch (1)
H.M. (2) De aanslag
Tweede WO

 

Inhoudsopgave in verhaalvorm

Men kan stellen dat de Tweede Wereldoorlog de belangrijkste collectieve ervaring in de Nederlandse geschiedenis is geweest. Een ervaring die een sterk bindend karakter heeft gehad op het Nederlandse volk.
Het is geen wonder dat in de kunst en met name in de literatuur deze periode heel vaak een bron van inspiratie was en nog steeds is.

De literatuur tijdens de oorlog

In 1942 werd de Kultuurkamer opgericht door de Duitse bezetters. Wie iets wilde publiceren moest daar lid van zijn. Het gevolg was dat vrijwel het gehele kunstleven stil lag. Slechts enkele auteurs zwichtten en werden lid - veelal kregen zij na 1945 een publicatieverbod.

Een mogelijkheid was nog illegaal te publiceren.
Simon Carmiggelt bijvoorbeeld schreef zijn eerste Kronkels in Vrij Nederland - niemand wist wie de jeugdige journalist was, maar enkele van zijn verhalen werden zelfs ver buiten Nederland gelezen.

Aandacht verdient het feit dat direct aan het begin van de oorlog drie grote Nederlandse schrijvers stierven: Menno ter Braak, Edgar du Perron (de oprichters van het tijdschrift Forum) en Henri Marsman.

Zo ontstond er een periode waarin de literatuur volkomen stilstond.

Veel dagboeken werden tijdens de oorlog geschreven en daarna gepubliceerd.
Het bekendste is het dagboek van Anne Frank: Het Achterhuis. (1947)
Professor Jan Romein zag onmiddellijk toen hij het in 1946 in handen kreeg de waarde ervan in. Hij zocht contact met verschillende uitgevers en vond er tenslotte een bereid het boek uit te geven.
Het dagboek van Anne Frank is op dit ogenblik het meest in andere talen vertaalde Nederlandse boek.

Iets anders verliep het met het werk van Etty Hillesum. Ook zij schreef dagboekfragmenten, maar het zou tot ver in de jaren tachtig duren eer het werd uitgegeven. Dat is ook wel verklaarbaar: haar werk is veel beschouwelijker van aard dan dat van Anne Frank. Etty was 23 toen ze het schreef en er spreekt een diep inzicht in menselijke drijfveren uit haar werk. Er is de laatste jaren zeer veel aandacht voor haar dagboek. (Het verscheen in 1981 onder de titel Het verstoorde leven)

Naast deze documenten bezitten we in de Nederlandse literatuur vele verzetsgedichten. Deze werden in de oorlog gebundeld in het Geuzenliedboek.(1941)
Zeer bekend hieruit is Het lied der achttien doden door Jan Campert. Ook Celdroom door H. van Randwijk kan hier worden genoemd. Deze gedichten verschenen in het illegale blad Vrij Nederland.

De literatuur na de oorlog

In het vele dat is verschenen over de Tweede Wereldoorlog is voor wat betreft de literatuur een indeling te maken.

1. Onmiddellijk na de oorlog verschenen verhalen, gedichten, romans en dagboeken.
Enkele voorbeelden:

Maurits Dekkers - De laars op de nek.(1946)
Anne Frank - Het Achterhuis (1947)
Anne de Vries - De levensroman van Johannes Post (1948)
Bert Schierbeek - Terreur tegen terreur (1945)
Simon Vestdijk - Pastorale 43 (1948)
Theun de Vries - Het meisje met het rode haar (1956)
Abel Herzberg - Tweestromenland (1950)
Leo Vroman - De adem van Mars 1956)

2. Literaire werken waarin sprake is van een zekere mate van verwerking van de gebeurtenissen.

Marga Minco - Het bittere kruid (1957)
Marga Minco - De andere kant (1959)
J.Presser - De nacht der Girondijnen (1957)
W.F.Hermans - De donkere kamer van Damocles (1958)
Harry Mulisch - Het stenen bruidsbed (1959)

3. Literair werk uit de jaren na 1980 waarin met name de invloed van de oorlog op de levens van de hoofdpersonen wordt beschreven.

Harry Mulisch - De Aanslag (1982)
Hubert Lampo - De eerste sneeuw van het jaar (1985)
Jona Oberski - Kinderjaren (1978)
G.L. Durlacher - Strepen aan de hemel 1985)
Jeroen Brouwers - Bezonken rood 1981)
Beb Vuyk - Kampdagboeken (1989)

Na 1980 kon ook een boek verschijnen als Montijn (1982) door D.A. Kooiman. Deze roman handelt over de kunstschilder Montijn die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog aansloot bij de Oostfrontstrijders. Een dergelijk (op historische feiten berustend) verhaal met een foute Nederlander als hoofdpersoon zou in de jaren voor 1980 wegens de gevoeligheid van het onderwerp ondenkbaar zijn geweest.

Tenslotte wordt genoemd het indrukwekkende verslag van een 'tweede-generatieoorlogsslachtoffer': Carl Friedman - Tralie-vader (1991)

 

 Vorige HomePage Volgende