Inhoudsopgave in
verhaalvorm
Men kan stellen dat de Tweede Wereldoorlog de belangrijkste
collectieve ervaring in de Nederlandse geschiedenis is geweest. Een ervaring die een sterk
bindend karakter heeft gehad op het Nederlandse volk.
Het is geen wonder dat in de kunst en met name in de literatuur deze periode heel vaak een
bron van inspiratie was en nog steeds is.
De literatuur tijdens de oorlog
In 1942 werd de Kultuurkamer opgericht door de Duitse
bezetters. Wie iets wilde publiceren moest daar lid van zijn. Het gevolg was dat vrijwel
het gehele kunstleven stil lag. Slechts enkele auteurs zwichtten en werden lid - veelal
kregen zij na 1945 een publicatieverbod.
Een mogelijkheid was nog illegaal te publiceren.
Simon Carmiggelt bijvoorbeeld schreef zijn eerste Kronkels in
Vrij Nederland - niemand wist wie de jeugdige journalist was, maar enkele van zijn
verhalen werden zelfs ver buiten Nederland gelezen.
Aandacht verdient het feit dat direct aan het begin van de oorlog drie grote
Nederlandse schrijvers stierven: Menno ter Braak, Edgar du Perron (de oprichters van het tijdschrift Forum) en Henri
Marsman.
Zo ontstond er een periode waarin de literatuur volkomen stilstond.
Veel dagboeken werden tijdens de oorlog geschreven en daarna gepubliceerd.
Het bekendste is het dagboek van Anne Frank: Het Achterhuis.
(1947)
Professor Jan Romein zag onmiddellijk toen hij het in 1946 in handen kreeg de waarde ervan
in. Hij zocht contact met verschillende uitgevers en vond er tenslotte een bereid het boek
uit te geven.
Het dagboek van Anne Frank is op dit ogenblik het meest in andere talen vertaalde
Nederlandse boek.
Iets anders verliep het met het werk van Etty Hillesum. Ook zij schreef
dagboekfragmenten, maar het zou tot ver in de jaren tachtig duren eer het werd uitgegeven.
Dat is ook wel verklaarbaar: haar werk is veel beschouwelijker van aard dan dat van Anne
Frank. Etty was 23 toen ze het schreef en er spreekt een diep inzicht in menselijke
drijfveren uit haar werk. Er is de laatste jaren zeer veel aandacht voor haar dagboek.
(Het verscheen in 1981 onder de titel Het verstoorde leven)
Naast deze documenten bezitten we in de Nederlandse literatuur vele verzetsgedichten.
Deze werden in de oorlog gebundeld in het Geuzenliedboek.(1941)
Zeer bekend hieruit is Het lied der achttien doden door Jan
Campert. Ook Celdroom door H. van Randwijk kan hier worden genoemd. Deze gedichten
verschenen in het illegale blad Vrij Nederland.
De literatuur na de oorlog
In het vele dat is verschenen over de Tweede Wereldoorlog is voor wat betreft de
literatuur een indeling te maken.
1. Onmiddellijk na de oorlog verschenen verhalen, gedichten, romans en dagboeken.
Enkele voorbeelden: