Het behouden huis (1950)
Deze novelle is een met veel symboliek geladen verhaal. Men kan het boek eigenlijk op
twee niveaus lezen: als een spannend oorlogsverhaal, maar ook als een weergave van de
visie van de auteur op het menselijk bestaan.
Inhoud van Het behouden huis
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vecht de verteller, een Nederlander, aan het Oostfront
in een groep partisanen tegen de Duitsers. De partisanengroep verovert een stadje op de
Duitsers, dat geheel verlaten is. Daar installeert de verteller zich behaaglijk in een
prachtig leegstaand huis.
Dezelfde dag nog wordt het stadje door de Duitsers heroverd. De verteller, die
voorgeeft de eigenaar van het huis te zijn krijgt inkwartiering van Duitse militairen
onder commando van een kolonel. Hij heeft van de Duitsers weinig last en bovendien
verwijdert de oorlog zich geleidelijk van het stadje. Er komt onverwachts een man opdagen,
die beweert de eigenaar van het huis te zijn. Hij is vergezeld van zijn vrouw. De
verteller, die zijn gerieflijk bestaan bedreigd ziet, brengt hen allebei om het leven.
In een kamer van het huis, die eerst gesloten was treft de verteller een stokoude,
totaal dove man aan, die bezig is de vissen in zijn aquaria te verzorgen. Hij sluit de
grijsaard op om te voorkomen dat hij tegen hem getuigt.
De Russen en partisanen veroveren opnieuw het stadje. De verteller trekt zijn
partisanenuniform weer aan en neemt de Duitse kolonel gevangen. Hij brengt de grijsaard
wat brood en koffie en vertelt hem dat het getij is gekeerd. Dan sluit hij zich bij de
binnentrekkende partisanen aan.
De partisaan dringen het huis binnen en vernielen alles. De Duitse kolonel wordt
gemarteld en gedood. Er heerst volledige chaos. Alle aquaria worden kapotgeslagen en de
grijsaard wordt opgehangen.
De verteller neemt de huiseigenaar zijn twee fototoestellen en gouden polshorloge af.
Terwijl hij met de partisanen wegmarcheert, gooit hij een handgranaat in het huis. Hij
voelt dat hij heel populair zal worden. Omkijkend naar huis, komt het hem voor alsof het
aldoor komedie heeft gespeeld.
Wie een goed inzicht wil krijgen in de betekenissen van de door Hermans gebruikte beelden
zou het klassieke artikel van Kees Fens over dit boek :'De gevestigde Chaos' moeten lezen.
Dat is te vinden op blz 85 en volgende van de bundel kritieken van Kees Fens onder de
gelijknamige titel De gevestigde chaos.
Centrale gedachtegang daarin: Fens interpreteert de soldaat uit het boek als de mens die
op zoek is naar geborgenheid, orde, naar een uitweg uit de chaotische werkelijkheid. Maar
die orde is slechts een schijnorde, deze werkt zelfs isolerend voor de hoofdpersoon.
Hij kan de chaos niet ontwijken, regels, conventies en wetten zijn belachelijke pogingen
van de mens om te ordenen. De godsdienst (de oude man en de vissen) vormen eveneens een
uiterst kwetsbaar en machteloos instituut dat de mens schijnzekerheid biedt.
De enige mogelijkheid voor de hoofdpersoon is om mee te doen met de chaos: hij wordt dan
ook aan het slot als hij een handgranaat in het huis gooit als een held begroet.