De Neo-Romantiek
Schrijvers rond het jaar 1910
Aan het begin van deze eeuw ontstond bij een aantal auteurs een afkeer van het
naturalisme.
Ook het realisme zoals dat voorkomt in toneelwerk van Herman Heijermans lokte reacties
uit.
Rond het jaar 1910 zoekt een groep schrijvers het in de vlucht van de
verbeelding.
We spreken daarom wel van De generatie van 1910.
Daartoe behoren:
Arthur van Schendel(1874-1946)
Aart van der Leeuw (1876-1931)
Augusta de Wit (1864-19390
Nescio (pseudoniem van J.H.Grönloh)
Schrijvers als Van Schendel grepen weer naar het genre van de historische roman.
Maar er is een belangrijk verschil met romans uit de Romantiek (bijvoorbeeld Ferdinand
Huyck door Van Lennep) en de historische romans uit de Neo-Romantiek.
Een kenmerk van de stijl van De Leeuw en Van Schendel is dat ze een sterk suggestieve
beschrijving geven. Ze schrijven niet, zoals de negentiende -eeuwse auteurs over allerlei
historische details maar doen een beroep op de verbeelding van de lezer, ze schrijven
sterk suggestief.
Een voorbeeld van dit suggestieve schrijven is het slot van het hoofdstuk uit de roman
Het fregatschip Johanna Maria door Arthur van Schendel.
Hierin wordt verteld dat kapitein Wilkens, een depressieve zeeman, in het zicht van de
haven zelfmoord pleegt, nadat hij eerst een oud conflict heeft bijgelegd met de
hoofdpersoon uit de roman, Jacob Brouwer. Het citaat volgt hieronder:
Nadat Wilkens wat heen en weer had gelopen bleef hij voor Brouwer staan.
Veertien jaar lang, zei hij, had hij hem onrecht gedaan en niet begrepen dat hij zijn
plicht aan het schip beter vervulde dan hij zelf; meer woorden waren nutteloos en als
Brouwer hem de hand wilde geven kon hij zich gerust voelen.
Brouwer antwoordde: de kapitein had nooit iets op hem te zeggen gehad, op zijn gedrag
of op zijn werk, daarvoor kenden zij elkaar te goed; maar, en dit wist hij bij
ondervinding, als het geluk tegen is zoekt men de schuld bij een ander, en dat was de
reden waarom hij nooit een goed woord van de kapitein gehoord had; hoewel hij daarover wel
eens opstandig geweest was had hij altijd geweten dat geen van beiden schuld had aan het
misverstand; als de kapitein hem de hand wilde geven was elk woord te veel.
Zij stonden verder zwijgend tot de dageraad en toen de nieuwe wacht op kwam wensten zij
elkander goedemorgen.
Die dag moest Evers de zeilen laten strijken omdat de kapitein nergens op het schip te
vinden was.
De Johanna Maria werd op Kijkduin gezien met de vlag halfstok.
Met name de laatste zinnen hebben een grote suggestieve lading: er staat veel meer dan
er op het eerste gezicht staat. Dat de kapitein overboord is gesprongen wordt nergens
vermeld - toch weet de lezer dit zeker.
Een heel andere stijl dan die van de schrijvers van historische romans rond 1840: die
gaven juist zeer gedetailleerde om niet te zeggen ellenlange beschrijvingen van de
omgeving en van de handelingen van de hoofdpersonen uit hun romans!
Arthur van Schendel (1874 - 1946) was een zeer productief auteur
van romans en verhalen.
Nog steeds worden de romans en verhalen van Aart van der Leeuw (1876
- 1931) gelezen, maar vooral bekend zijn De kleine Rudolf en Ik en mijn speelman.
Ook Augusta de Wit (1864 - 1939) beschouwen we als een
schrijfster uit de periode van de Neo-Romantiek.
Tenslotte moet in een overzicht tot 1920 de schrijver Nescio
(Pseudoniem van J.H. Grönloh) worden genoemd.
Zijn verhalen De uitvreter, Titaantjes en Dichtertje worden vooral de laatste tijd weer
veel gelezen. Ook zijn ze bewerkt als t.v.productie.
Een boekje als De Uitvreter is heel geschikt voor een leeslijst .
Een leeslijst met boeken uit de Neo-Romantiek:
Augusta de Wit: Orpheus in de dessa
Arthur van Schendel
Een zwerver verliefd
Een zwerver verdwaald
De grauwe vogels
Een Hollands drama
Het fregatschip Johanna Maria
Aart van der Leeuw
De kleine Rudolf
Ik en mijn speelman
De gezegenden (vier verhalen)
Nescio
De uitvreter
Titaantjes
Dichtertje
Einde van deel 1 van Een kleine literatuurgeschiedenis.