2. De humor
Een voorbeeld van humoristische verhalen vormt het boek Camera Obscura door Hildebrand.
Het boek bestaat uit een groot aantal verhalen en is geschreven door Nicolaas Beets
(die het pseudoniem Hildebrand koos)
Camera Obscura betekent: donkere kamer.
Je kunt hierbij denken aan de voorloper van het fototoestel - dat was een apparaat
waarmee men een projectie maakte van een object op een matglazen scherm. Al in de
zeventiende eeuw werd de Camera Obscura gebruikt om landschappen na te tekenen.
In dit boek geeft Hildebrand als het ware weer hoe de samenleving er rond 1840 uitzag ,
hij projecteerde allerlei typen die hij ontmoette in zijn verhalen (zelf noemde hij ze
schetsen).
Enkele verhalen eruit zijn: De familie Stastok, De familie Kegge, Een oude kennis, Teun
de jager en Een onaangenaam mens uit de Haarlemmerhout.
(Voor je leeslijst zou je een van deze verhalen kunnen lezen).
Nicolaas Beets was de werkelijke naam achter het pseudoniem
Hildebrand:
Enkele andere humoristen uit de Nederlandse literatuur van de negentiende eeuw zijn: Piet
Paaltjens (pseudoniem van François Haverschmidt en bekend door zijn dichtbundel Snikken
en grimlachjes), De schoolmeester (pseudoniem van Gerrit van der Linde en bekend door zijn
Gedichten van de schoolmeester).
Er zijn trouwens zeer veel, nu voor een groot deel vergeten auteurs van humoristische
teksten in die tijd. Men spreekt zelfs wel van een humor-cultus in de
negentiende eeuw.
Hieronder worden drie humoristen wier werk de tand des tijds doorstond nader besproken:
dit zijn:
Piet Paaltjens,
De Schoolmeester en
Klikspaan.