Ook in de zeventiende eeuw is er nog niet veel proza: toneel was op rijm.
Tot proza uit die tijd behoren de reisverhalen.
Het eerste reisverslag van een Nederlander uit die tijd dat we nog kennen is de
Itinerario van Jan Huygen van Linschoten. Hij schreef dat werk naar aanleiding van een
reis naar de Azoren.
Veel bekender is het beroemde verhaal over de tocht naar Nova Zembla door Gerrit de
Veer. Het boek is eindeloos veel malen bewerkt en sprak steeds weer tot de verbeelding.
Doordat er de laatste jaren wetenschappelijke expedities zijn geweest naar Nova Zembla en
men de resten heeft gevonden van huis Behouden Huys is de interesse voor het verslag van
De Veer (uit 1595) sterk toegenomen.
Een andere schrijver over zeereizen uit die tijd is Willem IJsbrandszoon Bontekoe. Hij
schreef: Journaal ofte gedenkwaardige beschrijvinge van de Oost-Indische
reize. (Dezelfde Bontekoe komen we tegen in het beroemde jongensboek: De
scheepsjongens van Bontekoe door Johan Fabricius uit de jaren dertig van onze eeuw.)
Een leeslijstje met boeken uit de Renaissance:
G.A.Bredero - De Spaanse Brabander
De Klucht van de Koe
De Klucht van de Molenaar
J. van den Vondel - Gijsbrecht van Aemstel
Hekeldichten (bijvoorbeeld Roskam)
C.Huygens -Trijntje Cornelisdochter (toneelstuk en wel een klucht)
Willen Ijsbrandszoon Bontekoe - Avontuurlijke reize.
P.C.Hooft - Warenar
Van Focquenbroch - De min in het Lazarushuis