C. Huygens

smcplaza.gif (3292 bytes)
www.smc.nl


HomePage ] Omhoog ] Zoeken ] Interbellum (1920 - 1940) ] Literatuur over WO II ] Literatuur na 1945 ]

 

HomePage
Omhoog
Staring Cats Bernlef
Oud-Nederlands
Ridderromans
Hoofse romans
Abele spelen
Het Dierenverhaal
De Rederijkers
De Renaissance
Gouden Eeuw
Gedichten
P.C. Hooft
C. Huygens
G.A. Bredero
Het reisverhaal
De achttiende eeuw
De Romantiek
Historische roman
Humor roman
Multatuli
De Tachtigers
Een Sonnet
Het naturalisme
Opm. Tachtigers
Europa
Neo-Romantiek

C. Huygens


Constantijn Huygens (1596 - 1687)

Hooft, Vondel en Bredero waren alle drie Amsterdammers: alle drie stelden ze die stad centraal in hun werk.

Constantijn Huygens echter woonde zijn hele leven in Den Haag.

Hij schrijft veel over zijn omgeving, zijn werk, zijn persoonlijke belevenissen.

Huygens was een kunstenaar die dicht kwam bij het ideaal van de Renaissance: de homo universalis - de universeel begaafde mens. Immers hij was behalve letterkundige ook diplomaat, componist, wegenbouwer. Tevens had hij pedagogische kwaliteiten. (Zijn kinderen gaf hij een veelzijdige opvoeding, zijn zoon Christiaan werd een beroemd natuurkundige, uitvinder van de slingerklok en de ‘Hollandse’ sterrenkijker.

Een andere zoon, Constantijn verwierf bekendheid als tekenaar.

Zijn meeste werk is autobiografisch.

In het lange gedicht Hofwijck beschrijft hij zijn buitenhuis dat die naam draagt.

In Stedestemmen wijdt hij gedichten aan de belangrijkste Nederlandse steden. Zo noemt hij Den Haag:’...een dorp der steden waar iedere straat een stad is...’ (Den Haag had geen stadsrechten).

Ook schreef Huygens 3000 puntdichten (men spreekt ook van epigrammen).

Maar Huygens’ langere gedichten worden soms wat onleesbaar voor ons door de vele woordspelingen en dubbelzinnigheden.

In een lang gedicht met de titel De Zeestraat beschrijft hij zijn bemoeienissen met de aanleg van een weg van Den Haag naar Scheveningen.

Hij schreef één blijspel: Trijntje Cornelisdochter. Het wordt een enkele keer opgevoerd. Het is wel geschikt voor een leeslijst.

Huygens noemde zijn verzamelde gedichten: Korenbloemen.

Hiermee bracht hij tot uiting dat zijn werk het belangrijkste was - de gedichten waren bijzaak.

Die gedichten waren aardig, maar niet nuttig. (We moeten wel bedenken dat het een enigszins gespeelde bescheidenheid was).

Een voorbeeld uit de gedichten waarin Huygens allerlei spitsvondigheden hanteert is het allegorische gedicht Scheepspraat.

 

 Vorige HomePage Omhoog Volgende