Het Dierenverhaal

smcplaza.gif (3292 bytes)
www.smc.nl


HomePage ] Omhoog ] Zoeken ] Interbellum (1920 - 1940) ] Literatuur over WO II ] Literatuur na 1945 ]

 

HomePage
Omhoog
Staring Cats Bernlef
Oud-Nederlands
Ridderromans
Hoofse romans
Abele spelen
Het Dierenverhaal
De Rederijkers
De Renaissance
Gouden Eeuw
Gedichten
P.C. Hooft
C. Huygens
G.A. Bredero
Het reisverhaal
De achttiende eeuw
De Romantiek
Historische roman
Humor roman
Multatuli
De Tachtigers
Een Sonnet
Het naturalisme
Opm. Tachtigers
Europa
Neo-Romantiek

Het Dierenverhaal


Verhalen over dieren zijn heel oud. De oude Germanen kennen al verhalen waarin dieren de hoofdrol spelen. En lange tijd voor Christus zijn er al fabels in omloop in India. Fabels zijn korte dierenverhalen met een duidelijke moraal.

Dit genre is via Griekenland en het Romeinse rijk naar West-Europa gekomen. De bekende verzameling fabels van de legendarische Griekse dichter Aesopus (zesde eeuw v. C. ) wordt in het Latijn vertaald; in de dertiende eeuw verschijnt een aantal fabels van Aesopus in het Middelnederlands onder de titel Esopet.

Naast de fabel komt in West-Europa het uitgebreidere dierenverhaal voor. Deze verhalen worden opgeschreven zowel in het Latijn als in de volkstaal. Ze zijn minder moraliserend dan de fabels en vooral erg satirisch. Door de eeuwen heen heeft men dieren in verhalen gebruikt om op bedekte manier kritiek te leveren wanneer dat niet openlijk kon.

In Frankrijk ontstaat een hele reeks dierenverhalen met de vos Reinaert als hoofdpersoon. Samen vormen deze verhalen uiteindelijk de Roman de Renart.

Een van deze Franse verhalen, namelijk Li Plaid (wat het pleidooi betekent), levert de stof voor misschien wel het populairste gedicht van onze hele middeleeuwse letterkunde, het dierdicht Van den Vos Reinaerde.

Een zekere Willem heeft rond 1200 een gedeelte van Li Plaid in het Middelnederlands bewerkt. Maar vervolgens heeft hij er een geheel eigen verhaal van gemaakt.

Reinaert is een sluwe en meedogenloze vos, die zijn tegenstanders in hun zwakke punt treft en zodoende alle dieren te slim af is: de zwakke en onbeduidende vorst, die gevoelig is voor vleierij, gemakkelijk beïnvloedbaar en hebzuchtig (Nobel de leeuw), de leenmannen, die alleen aan hun eigenbelang denken (Bruun de beer, Isegrijn de wolf en Tibeert de kater), de niet bepaald intelligente, maar wel materialistische en eerzuchtige geestelijkheid (Belijn de ram) en de ruwe, botte dorpelingen. Alleen de stadsburger komt niet voor in Vanden Vos Reinaerde en ontkomt zo aan kritiek in deze satire waarin de middeleeuwse maatschappij wordt bespot.

Het verhaal Vanden Vos Reinaerde heeft de vorm van een proces: aanklacht, daging (driemaal), veroordeling. De executie blijft echter achterwege door de list van Reinaert en zijn vertrek.

Naar het voorbeeld van de Frankische koningen die jaarlijks een hofdag houden om te vergaderen met hun rijksgenoten en om recht te spreken, laat koning Nobel de leeuwin eenen tsinxendaghe’(op een Pinksterdag) ‘sijn hof crayeren’ (zijn hof door herauten bij elkaar roepen). Alle dieren zijn aanwezig, behalve Reinaert. Zijn slachtoffers grijpen hun kans; zij dienen een aanklacht in tegen de vos. Het gevolg hiervan is dat de koning Bruun de beer opdracht geeft Reinaert voor het gerecht te dagen.

Bruuns tocht loopt niet goed af. Bruun interesseert zich meer voor de honing die Reinaert heeft gezien in een half gespleten eik. Op advies van Reinaert stopt Bruun zijn kop en voorpoten diep in de boom. Reinaert trekt de wiggen eruit en de beer zit klem. Hij wordt door een leger van dorpelingen afgeranseld voor hij weet te ontsnappen met achterlating van grote stukken van zijn pels.

Tibeert de kater is de volgende die Reinaert moet dagen. Maar ook hij laat zich leiden door hebzucht en ontsnapt ternauwernood aan de dood in het huis van de pastoor waar hij volgens de vos muizen kon vinden.

Grimbeert de das brengt Reinaert de derde dagvaarding. Reinaert besluit dan met zijn neef mee te gaan naar het hof. Onderweg legt de vos tegenover Grimbeert een bekentenis van al zijn misdaden af in de vorm van een biecht, die echter meer klinkt naar leedvermaak dan naar oprecht berouw.

Het hof veroordeelt Reinaert tot de galg en Bruun, Tibeert en Isegrijn zullen het vonnis voltrekken.

Reinaert krijgt toestemming voor een laatste woord tot de verzamelde dieren en hij verzint een list. Hij vertelt een fantastisch verhaal over een schat die hij heeft weten te roven van samenzweerders (onder wie hij, om het verhaal aannemelijk te maken, zijn eigen vader noemt) die Bruun in plaats van Nobel op de troon wensten. Zodoende heeft Reinaert ondanks al zijn slechte daden toch maar even het leven van de koning gered!

In de hoop de schat te kunnen bemachtigen, laat Nobel Reinaert vrij en laat hij Isegrijn en Bruun, de ‘samenzweerders’, gevangen zetten.

Om niet zelf de schat te hoeven aanwijzen, verklaart Reinaert dat hij onmiddellijk op pelgrimstocht naar Rome moet om voor zijn misdaden te boeten. De vos vertrekt. Op zijn uitdrukkelijke wens vergezellen hofkapelaan Belijn de ram en Cuwaert de haas hem. Reinaert is niet meer te achterhalen: hij is met zijn gezin de wildernis ingetrokken.

 

 Vorige HomePage Omhoog Volgende