Verhalen over dieren zijn heel oud. De oude Germanen kennen al verhalen waarin dieren de
hoofdrol spelen. En lange tijd voor Christus zijn er al fabels in omloop in India. Fabels
zijn korte dierenverhalen met een duidelijke moraal.
Dit genre is via Griekenland en het Romeinse rijk naar West-Europa gekomen. De bekende
verzameling fabels van de legendarische Griekse dichter Aesopus (zesde eeuw v. C. ) wordt
in het Latijn vertaald; in de dertiende eeuw verschijnt een aantal fabels van Aesopus in
het Middelnederlands onder de titel Esopet.
Naast de fabel komt in West-Europa het uitgebreidere
dierenverhaal voor. Deze verhalen worden opgeschreven zowel in het Latijn als in de
volkstaal. Ze zijn minder moraliserend dan de fabels en vooral erg satirisch. Door de
eeuwen heen heeft men dieren in verhalen gebruikt om op bedekte manier kritiek te leveren
wanneer dat niet openlijk kon.
In Frankrijk ontstaat een hele reeks dierenverhalen met de vos Reinaert als
hoofdpersoon. Samen vormen deze verhalen uiteindelijk de Roman de Renart.
Een van deze Franse verhalen, namelijk Li Plaid (wat het pleidooi betekent), levert de
stof voor misschien wel het populairste gedicht van onze hele middeleeuwse letterkunde,
het dierdicht Van den Vos Reinaerde.
Een zekere Willem heeft rond 1200 een gedeelte van Li Plaid in het Middelnederlands
bewerkt. Maar vervolgens heeft hij er een geheel eigen verhaal van gemaakt.
Reinaert is een sluwe en meedogenloze vos, die zijn tegenstanders in hun zwakke punt
treft en zodoende alle dieren te slim af is: de zwakke en onbeduidende vorst, die gevoelig
is voor vleierij, gemakkelijk beïnvloedbaar en hebzuchtig (Nobel de leeuw), de
leenmannen, die alleen aan hun eigenbelang denken (Bruun de beer, Isegrijn de wolf en
Tibeert de kater), de niet bepaald intelligente, maar wel materialistische en eerzuchtige
geestelijkheid (Belijn de ram) en de ruwe, botte dorpelingen. Alleen de stadsburger komt
niet voor in Vanden Vos Reinaerde en ontkomt zo aan kritiek in deze satire waarin de
middeleeuwse maatschappij wordt bespot.
Het verhaal Vanden Vos Reinaerde heeft de vorm van een proces: aanklacht, daging
(driemaal), veroordeling. De executie blijft echter achterwege door de list van Reinaert
en zijn vertrek.
Naar het voorbeeld van de Frankische koningen die jaarlijks een hofdag houden om te
vergaderen met hun rijksgenoten en om recht te spreken, laat koning Nobel de leeuwin eenen
tsinxendaghe(op een Pinksterdag) sijn hof crayeren (zijn hof door
herauten bij elkaar roepen). Alle dieren zijn aanwezig, behalve Reinaert. Zijn
slachtoffers grijpen hun kans; zij dienen een aanklacht in tegen de vos. Het gevolg
hiervan is dat de koning Bruun de beer opdracht geeft Reinaert voor het gerecht te dagen.
Bruuns tocht loopt niet goed af. Bruun interesseert zich meer voor de honing die
Reinaert heeft gezien in een half gespleten eik. Op advies van Reinaert stopt Bruun zijn
kop en voorpoten diep in de boom. Reinaert trekt de wiggen eruit en de beer zit klem. Hij
wordt door een leger van dorpelingen afgeranseld voor hij weet te ontsnappen met
achterlating van grote stukken van zijn pels.
Tibeert de kater is de volgende die Reinaert moet dagen. Maar ook hij laat zich leiden
door hebzucht en ontsnapt ternauwernood aan de dood in het huis van de pastoor waar hij
volgens de vos muizen kon vinden.
Grimbeert de das brengt Reinaert de derde dagvaarding. Reinaert besluit dan met zijn
neef mee te gaan naar het hof. Onderweg legt de vos tegenover Grimbeert een bekentenis van
al zijn misdaden af in de vorm van een biecht, die echter meer klinkt naar leedvermaak dan
naar oprecht berouw.
Het hof veroordeelt Reinaert tot de galg en Bruun, Tibeert en Isegrijn zullen het
vonnis voltrekken.
Reinaert krijgt toestemming voor een laatste woord tot de verzamelde dieren en hij
verzint een list. Hij vertelt een fantastisch verhaal over een schat die hij heeft weten
te roven van samenzweerders (onder wie hij, om het verhaal aannemelijk te maken, zijn
eigen vader noemt) die Bruun in plaats van Nobel op de troon wensten. Zodoende heeft
Reinaert ondanks al zijn slechte daden toch maar even het leven van de koning gered!
In de hoop de schat te kunnen bemachtigen, laat Nobel Reinaert vrij en laat hij
Isegrijn en Bruun, de samenzweerders, gevangen zetten.
Om niet zelf de schat te hoeven aanwijzen, verklaart Reinaert dat hij onmiddellijk op
pelgrimstocht naar Rome moet om voor zijn misdaden te boeten. De vos vertrekt. Op zijn
uitdrukkelijke wens vergezellen hofkapelaan Belijn de ram en Cuwaert de haas hem. Reinaert is niet meer te achterhalen: hij is met zijn gezin de
wildernis ingetrokken.