De Frankische of Karelromans noemen we ook wel voorhoofse romans. De drie andere groepen
ridderromans, de Britse of Arthurromans, de oosterse romans en de klassieke romans worden
hoofse romans genoemd. De omgangsvormen tussen ridders en vrouwen zijn veel verfijnder en
er wordt in de romans plaats ingeruimd voor liefdesgeschiedenissen.
Britse of Arthurromans
Koning Arthur, vermoedelijk een Keltische koning uit Cornwall, leefde enige eeuwen voor
Karel de Grote. Daardoor zijn deze verhalen nog fantastischer dan de Karelromans; reuzen
en monsters, vliegende schaakborden en andere sprookjesmotieven zijn volop aanwezig. De
ridders van de ronde tafel van koning Arthur zijn niet alleen sterk en moedig, maar ook
listig. En tenslotte is de ideale ridder in de Arthurromans hoofs tegenover de vrouw. Het
doel van de avonturen en heldendaden is ofwel het vinden van de graal (de schaal die bij
het Laatste Avondmaal door Christus gebruikt was en die ergens in Brittannië
terechtgekomen was) ofwel het verwerven van de uitverkoren Vrouw.
In het Middelnederlands zijn verschillende romans over koning Arthur en
zijn ridders overgeleverd. Een bekend voorbeeld is Walewein.
Oosterse ridderromans
Door de kruistochten zijn veel verhalen uit het oosten in West-Europa bekend geworden.
In deze oosterse romans zijn de ridders niet alleen maar heldhaftig. Het hoofdmotief is de
liefde geworden, zoals in de roman van Floris ende Blanchefloer.
Klassieke ridderromans
Deze romans vertellen verhalen over helden uit de Griekse en Romeinse oudheid.
Bijvoorbeeld de romans over Alexander de Grote en over de geschiedenis van Troje, beide
geschreven door Jacob van Maerlant. De sfeer in deze verhalen is, ondanks hun onderwerp,
heel herkenbaar middeleeuws.