Er bestaan heel wat handboeken voor literatuurgeschiedenis.
Ze bevatten allemaal veel titels, veel namen, veel jaartallen.
| Is het belangrijk dat ik
weet dat Staring van 1767 tot 1840 leefde en honderden gedichten
schreef - als ik niets van hem lees? Nee. |
 |
|
Maar die dingen zijn wel de moeite waard als ik bijvoorbeeld iets uit wil zoeken over de
geschiedenis van de Achterhoek, waar Staring woonde, of geboeid wordt door zijn
spotgedicht De Hoofdige Boer (waar zelfs in het plaatsje Almen een restaurant naar is
vernoemd).
| Moet ik weten
dat Jacob Cats van 1577 tot 1660 leefde, in Brouwershaven werd geboren en in 1635 zijn
verzameling belerende verzen Trouwring schreef? Ook niet. |
 |
|
En ook als ik iets over de geschiedenis van het Catshuis wil weten of mij wil verdiepen in
oude spreekwoorden zoals Cats er zoveel schreef.
Het Begin
We moeten aannemen dat er in de eerste eeuwen na het begin van onze jaartelling in de
lage landen bij de zee is gezongen, verteld en gedicht. Alleen -we hebben daar nauwelijks
iets over.
Van voor het jaar 1170 weten we nauwelijks of er literatuur in onze taal werd
geschreven.
(Wel werd in de kloosters veel in het latijn geschreven).
We kennen een naam van een Friese harpzanger: Bernlef.
Maar niet meer dan een naam: geen enkele tekst van hem bezitten we.