Van Eeden behoorde wel tot de generatie der Tachtigers, maar onderscheidde zich van
schrijvers als Kloos en Van Deyssel door zijn groeiende religieus-ethische bewogenheid.
Hij promoveerde in 1886 in de medicijnen te Amsterdam en was daarna werkzaam als arts te
Bussum. In 1887 richtte hij met A.W. van
Renterghem te Amsterdam een psychotherapeutische kliniek op en in 1898 te Bussum de
idealistische kolonie Walden, waarvan hij de sociaal-ethische beginselen o.a. in de lezing
Waarvan leven wij? (1898) uiteenzette. Deze kolonie werd in 1907 opgeheven, evenals de
door Van Eeden opgerichte coöperatie De Eendracht te Amsterdam. Verbittering over de
mislukking van het Walden-project dreef hem naar Amerika (1908-1909) om daar zijn
denkbeelden te propageren, maar van deze methode kwam hij terug. Van de
sociaal-democratische ideologie verwachtte hij niets, omdat daarin het mystieke element
ontbrak. Hij zocht de maatschappelijke hervorming bij geniale leiders, waartoe hij zelf
ook zou behoren en van wie hij kort voor de Eerste Wereldoorlog een kring vond te Berlijn
(met o.a. Buber en Rathenau). De politieke gebeurtenissen en persoonlijke tegenslagen
maakten hem tot een gedesillusioneerd man; In 1922 bekeerde hij zich tot de
rooms-katholieke Kerk. Zijn laatste levensjaren werden verduisterd door psychische
ziektesymptomen die hij als vakman in zijn heldere momenten ten volle doorzag. Jan Fontijn
publiceerde in 1990 het eerste, veel geprezen deel van zijn biografie over Van Eeden,
Tweespalt.
Enkele jaren later verscheen hiervan een tweede deel: Trots verbrijzeld.
Tijdens zijn studententijd had Van Eeden Kloos, Van Deyssel, Verwey en Van der Goes
leren kennen, met wie hij in 1885 De Nieuwe Gids oprichtte. Hierin verscheen De Kleine
Johannes, dat later (1887) in boekvorm werd uitgebracht en vele malen werd herdrukt en
vertaald. De Kleine Johannes is een autobiografisch geïnspireerd verhaal in de vorm van
een symbolisch sprookje waarin de verbeelding (Windekind) het aflegt tegen het
rationalisme (Wistik) en materialisme (Pluizer). Het heeft een ethisch-religieus slot
waarin de kleine Johannes een taak onder de mensen wordt voorspeld. Van geheel andere toon
is de onder de schuilnaam Cornelis Paradijs verschenen dichtbundel Grassprietjes (1885),
waarin Van Eeden op satirische wijze de stichtelijke domineespoëzie, die toen
toonaangevend was en waartegen de Tachtigers zich fel verzetten, op de hak nam. Van Eeden
publiceerde vele eigenzinnige essays en studies over literatuur en psychologie in De
Nieuwe Gids. In 1893 verliet Van Eeden de redactie nadat er onenigheid was ontstaan over
een roman van Van Deyssel (Een Liefde) en na een vertrouwensbreuk met Kloos. Na
verscheidene werken waarin de verhouding tussen de geestelijke en de lichamelijke liefde
centraal staat (o.a. Johannes Viator, 1892), publiceert hij in 1900 de roman Van de koele
meren des doods, die met De Kleine Johannes tot de bekendste werken van Van Eeden behoort.
In deze roman beschrijft Van Eeden met groot psychologisch inzicht en gebruikmakend van de
principes van het naturalisme, het leven van een jonge vrouw.
Hedwig is van goede komaf maar erfelijk belast en labiel, ze worstelt met het huwelijk,
met haar ideeën over de verheven liefde en haar seksuele lust. Totaal ontredderd en
verslaafd aan de morfine eindigt ze tenslotte in Parijs waar ze dankzij de
christelijk-ethische steun van zuster Paula zichzelf weer hervindt.
Hierna schrijft Van Eeden nog verscheidene romans en toneelstukken die echter minder
sterk zijn dan zijn eerdere werk.
Verder: De kleine Johannes (Er zijn in totaal 3 delen 1887-1906), De nachtbruid (1909),
Sirius en Siderius (3 delen 1912-1924), Pauls ontwaken (1913), Het roode lampje (2
delen 1921), en ander werk. Belangrijk voor gegevens over zijn leven is: Mijn dagboek (9
delen 1931, later, rond 1974 volledig herdrukt.)
Voor je leeslijst is in de eerste plaats De kleine Johannes geschikt (uiteraard alleen
deel 1), verder kun je denken aan de (ook verfilmde) roman Van de koele meren des doods.
Misschien is het een goed idee om De kleine Johannes uit 1885 door Van Eeden te
vergelijken met Erik of het klein insektenboek door Godfried Bomans uit 1941. Zet ze dan
beide op je lijst - je zult veel overeenkomsten maar ook een paar belangrijke verschillen
kunnen constateren.