Sonnet

smcplaza.gif (3292 bytes)
www.smc.nl


HomePage ] Omhoog ] Zoeken ] Literatuur 1100 - 1920 ] Interbellum (1920 - 1940) ] Literatuur over WO II ] Literatuur na 1945 ]

 

HomePage
Omhoog

Sonnet


Een sonnet is een gedicht dat uit veertien regels bestaat.

Er zijn twee strofen van vier regels: kwatrijnen genoemd en twee van drie regels: de terzetten.

Tussen de eerste acht regels (het octaaf) en de laatste zes (het sextet) is voor wat de inhoud betreft een wending (ook wel val, volta of chute genoemd).

Als voorbeeld volgen hieronder twee sonnetten: een van de Tachtiger Willem Kloos en een van de hedendaagse dichter Pierre Rawie:

Willem Kloos

AVOND

Nauw zichtbaar wiegen op een lichte zucht

De witte bloesems in de schemering - ziet,

Hoe langs mijn venster nog, met ras gerucht,

Een enkele, al te late vogel vliedt.

En ver, daarginds, die zacht-gekleurde lucht

Als perlemoer, waar ied’re tint vervliet

In teerheid.., Rust - o, wonder-vreemd genucht!

Want alles is bij dag zó innig niet.

Alle geluid, dat nog van verre sprak,

Verstierf - de wind, de wolken, alles gaat

Al zacht en zachter - alles wordt zo stil...

En ik weet niet, hoe thans dit hart, zo zwak,

Dat al zó moe is, altijd luider slaat,

Altijd maar luider, en niet rusten wil.

En het sonnet hieronder is uit 1989, het is van Pierre Rawie en komt uit zijn bundel Woelig stof.

 

Wanneer ik terugblik over mijn verleden,

blijkt dat mij niets gebleven is dan spijt;

ik zie nu dat ik de verloren tijd

met wat ik deed maar jammerlijk besteedde.

Steeds bezig met verkeerde bezigheden,

tot wat mij schaadde meer en meer bereid,

geraakte ik, door valse hoop misleid

en steeds ontgoocheld, in het ongerede.

soms leek het even of ze stevig stonden,

de luchtkastelen door mijn geest gebouwd,

maar geen hield langer stand dan een seconde.

Al wat de droom berekend had, is fout,

want alles gaat in dood, in wind te gronde;

wee die iets hoopt, of ergens op vertrouwt!

 

De regels waaraan een sonnettenschrijver zich houdt zijn hier wel zichtbaar: er zijn slechts vier rijmklanken aan het slot van de regels, er is een indeling in kwatrijnen en terzetten. Er is een wending.

Het sonnet is gebouwd op rijmklanken, niet alleen eindrijm, ook assonantie en beginrijm spelen een rol. Een andere naam voor sonnet was dan ook: klinkdicht.

Het is natuurlijk vooral die beperking in rijmklanken en andere voorgeschreven regels die een uitdaging kunnen vormen. Nadat er onder invloed van de Vijftigers (de experimentelen) in onze tijd lang geen sonnetten meer werden geschreven, komt het genre nu weer behoorlijk in de mode.

 

 HomePage Omhoog