Max Havelaar

smcplaza.gif (3292 bytes)
www.smc.nl


HomePage ] Omhoog ] Zoeken ] Literatuur 1100 - 1920 ] Interbellum (1920 - 1940) ] Literatuur over WO II ] Literatuur na 1945 ]

 

HomePage
Omhoog

Multatuli, Max Havelaar, Eduard Douwes Dekker


Dit is de schrijversnaam van Eduard Douwes Dekker.(1820 - 1887).

Multatuli betekent: Ik heb veel geleden.

Het bekendste werk van Multatuli is de roman Max Havelaar.

Dat boek schreef hij toen hij ontslag had genomen als assistent-resident in Nederlands-Indië omdat hij vond dat het bestuur aldaar de inlanders slecht behandelde.

Het boek maakte (en maakt nog steeds) veel indruk op de lezers.

Multatuli, pseudoniem van Eduard Douwes Dekker, werd op *2.3.1820 in

Amsterdam geboren en overleed op 19.2.1887 in Nieder-Ingelheim (Duitsland). Hij is zonder meer de belangrijkste Nederlandse auteur van de negentiende eeuw, misschien wel van alle tijden. Multatuli is een romanticus bij uitstek.

Bij hem vind je dan ook alle romantische kenmerken: opstandigheid, overheersen van het gevoel, humor, hang naar verre landen.

Hij was gehuwd met Everdine Hubertine (Tine), baronesse van Wijnbergen,.

Multatuli is door zijn leven en werk, die niet van elkaar te scheiden zijn. de verpersoonlijking van de romantiek. Dat leven was wisselvallig en avontuurlijk. In l838 trad hij in gouvernementsdienst in het toenmalige Nederlands-Indië, waar hij snel opklom, maar toen al had hij dikwijls in onmin met zijn superieuren. In l852 ging hij met verlof naar Nederland, waar hij wegens

ziekte tot 1855 bleef. Het jaar daarop werd hij aangesteld tot assistent-resident van Lebak.

Op grond van aantekeningen van zijn voorganger en eigen ervaringen diende hij daar nauwelijks in functie, een aanklacht in tegen het inlandse l hoofd wegens machtsmisbruik, knevelarij en afpersing van de bevolking; praktijken die door het Nederlands gezag getolereerd werden omwille van de "rustige rust" en vooral natuurlijk de grote winsten die men in Indië behaalde.

Multatuli’s alleszins gerechtvaardigde maar bruuske optreden bezorgde hem een overplaatsing. Gekwetst in zijn ijdelheid en geremd in zijn aspiraties vroeg hij daarop ontslag aan.

Een jarenlange periode van zwerven, veelal zonder zijn gezin en in steeds benarder omstandigheden, ving aan. In 1859 bediende hij zich voor het eerst van zijn pseudoniem (Latijn voor ‘ik heb veel gedragen’).

In de herfst van dat jaar zette hij zich aan het deels in fictie vermomde verslag van het ondervonden leed in Lebak. In een armoedig logement te Brussel schreef hij in enkele weken Max Havelaar, of de koffijveilingen der Nederlandsche HandelMaatschappij. Die titel zou lezers die interesse hadden in koffiewinsten op Java op een dwaalspoor kunnen brengen.

Op zichzelf mag het een wonder heten dat de schrijver in ongeveer zeven weken in armoedige omstandigheden in een hotelkamer dit geniale boek schreef.

Op voorspraak van Jacob van Lennep (zie hierboven voor diens rol in de uitgave van Max Havelaar) trachtte hij eerherstel te krijgen, maar de minister van Koloniën weigerde hem een positie in Indië. Hierop publiceerde Multatuli in

1860 zijn boek, via Van Lennep, die de tekst , zoals eerder vemeld, censureerde.

In de volgende jaren bleef Multatuli nog lang aarzelen tussen zijn politieke ambities, hervatting van zijn ambtelijke loopbaan en zijn schrijverschap.

De verhouding tot zijn medemensen werd gekenmerkt door voortdurende misverstanden die hem tot polemiek noopten.

Hij streed tegen alle vormen van onrecht: politieke willekeur, sociale misstanden, de ongelijke positie van de vrouw, en tegen de knellende fatsoensmoraal van de kerk en de Droogstoppels van de gegoede burgerij.

Die strijd voerde hij zowel in zijn werk als in zijn leven. zoals ook zijn turbulente liefdesleven bewijst; zo werden zijn Minnebrieven (1861), die o.a. Geschiedenissen van gezag en sprookjes ,bevatten geïnspireerd door zijn verhouding met zijn nichtje Sietske Abrahams.

Geplaagd door chronisch geldgebrek zocht hij meermalen de speelbank op welke ervaringen hij verwerkte in Millioenenstudiën. Multatuli is na 1870 nog slechts incidenteel in Nederland geweest voor het houden van lezingen of voor de opvoering van zijn toneelstukken. Door bewonderaars bijeengebrachte fondsen stelden hem in staat zich in 1881 te Nieder-Ingelheim te vestigen- Hij had het schrijven er toen al aan gegeven, na een aanval in 1875 op zijn privé-leven door J. van Vloten. In 1877 verscheen het zevende en laatste deel van zijn Ideën. (Dat waren duizenden aforismen, verhalen, brieven en sprookjes, pamfletten, aforismen en brieven.)

Zijn bekendste werk blijft de Max Havelaar, die vooral door de bijzondere vorm en de gevarieerde stijl die direct veel indruk maakte. Die vorm lijkt in eerste instantie onsamenhangend (een ‘bont , boek’ noemde de schrijver het) door de uiteenlopende genres waaruit het bestaat, maar blijkt bij nadere beschouwing een hechte constructie te zijn, waarin de verschillende onderdelen nauw op elkaar betrokken zijn.

Fragmenten als de toespraak aan de hoofden van Lebak en de geschiedenis van Saïdjah en Adinda zijn klassiek geworden; een pleidooi voor een menselijke behandeling van de inheemse bevolking werd ondanks ,het einde, waarin Multatuli zich rechtstreeks tot de koning wendt, door veel tijdgenoten echter niet opgemerkt. Pas met de invoering van de ethische politiek begin 20e eeuw werd iets van zijn idealen verwezenlijkt.

De Max Havelaar, die in 1875 voor het eerst naar het oorspronkelijke handschrift verscheen, is in 33 talen vertaald en is in 1976 verfilmd.

In de roman Max Havelaar is er geen principieel verschil tussen fictie en autobiografie. In deze zin is Multatuli hij de eerste moderne schrijver. Zijn invloed is zeer groot geweest, in eerste instantie door zijn ideeën. socialisten lieten zich door hem inspireren. Ook Tachtigers als Paap en Gorter zagen zijn literaire grootheid. In de 20e eeuw ontdekte Forum hem opnieuw; hij was voor Du Perron c.s. om zijn onafhankelijke en polemische instelling de ‘vent’ bij uitstek. Ook daarna, toen de politieke en sociale idealen waarvoor hij streed hun actualiteit hadden verloren, bleef hij om deze instelling en om zijn nog steeds levendige en geestige, vaak venijnige stijl een inspiratiebron voor uiteenlopende auteurs als Hermans, Brandt Corstius .In 1975 werd het Multatuli-museum in Amsterdam opengesteld. Zijn Volledige Werken een project waar vijftig jaar aan werd gewerkt, kwam gereed in 1995 en beslaan 25 delen. In totaal bijna 20 000 pagina’s.

Tenslotte volgt hieronder de beroemde laatste pagina’s uit de roman Max Havelaar waarin de schrijver Multatuli een oproep doet om naar hem te luisteren:

Havelaar doolde arm en verlaten rond: Hij zocht...

Genoeg, mijn goede Stern! Ik, Multatuli, neem de pen op.

Ge zijt niet geroepen Havelaars levensgeschiedenis te schrijven. Ik heb u in ‘t leven geroepen... ik liet u komen van Hamburg... ik leerde u redelijk goed Hollands schrijven, in zeer korte tijd... ik liet u Louise Rosemeyer kussen, die in suiker doet... het is genoeg Stern, ge kunt gaan!

Die Sjaalman en zijn vrouw...

Halt, ellendig produkt van vuile geldzucht en godslasterlijke femelarij! Ik heb u geschapen,.. ge zijt opgegroeid tot een monster onder mijn pen... ik walg van mijn eigen maaksel: stik in koffie en verdwijn! !

Ja, ik, Multatuli, ‘die veel gedragen heb’ neem de pen op.

Ik vraag geen verschoning voor de vorm van mijn boek. Die vorm kwam mij geschikt voor ter bereiking van mijn doel. !

Dit doel is tweeledig: Ik wilde in de eerste plaats het aanzijn geven aan iets dat als heilige poesaka zal kunnen bewaard worden door kleine

Max en zijn zusje, als hun ouders zullen zijn omgekomen van ellende.

Ik wilde aan die kinderen een adelbrief geven van mijn hand.

En in de tweede plaats: ik wil gelezen worden.

Ja, ik wil gelezen worden!

(…)

Ja, ik zal gelezen worden!

Als dit doel bereikt wordt, zal ik tevreden zijn. Want het was me niet te doen om goed te schrijven... ik wilde zo schrijven dat het gehoord werd. En, evenals iemand die roept: ‘houdt de dief!’ zich weinig bekommert over de stijl zijner geïmproviseerde toespraak aan ‘t publiek, is ‘t ook mij geheel om ‘t even hoe men de wijze zal beoordelen waarop ik mijn ‘houdt de dief’ heb uitgeschreeuwd.

‘Het boek is bont... er is geen geleidelijkheid in-.. jacht op effect... de stijl is slecht... de schrijver is onbedreven...geen talent... geen methode...’

Goed, goed, alles goed! Maar... d e J a v a a n w o r d t mishandeld!

Want: wederlegging der h o o f d s t r e k k i n g van mijn werk is onmogelijk!

Hoe luider overigens de afkeuring van mijn boek, hoe liever ‘t mij wezen zal, want des te groter wordt de kans gehoord te worden.

(…)

 

…aan U draag ik mijn boek op, Willem de derde, Koning, Groothertog, Prins…meer dan prins, Groothertog en Koning…Keizer van ‘t prachtige rijk van Insulinde dat zich daar slingert om de evenaar als een gordel van smaragd…

Aan U durf ik met vertrouwen vragen of ‘t uw keizerlijke wil is :

Dat Havelaar wordt bespat met de modder van Slijmeringen en Droogstoppels?

En dat daarginds Uw meer dan dertig millioenen onderdanen worden mishandeld en uitgezogen in UW naam?

 

 HomePage Omhoog