Dit is de schrijversnaam van Eduard Douwes Dekker.(1820 - 1887).
Multatuli betekent: Ik heb veel geleden.
Het bekendste werk van Multatuli is de roman Max Havelaar.
Dat boek schreef hij toen hij ontslag had genomen als assistent-resident in
Nederlands-Indië omdat hij vond dat het bestuur aldaar de inlanders slecht behandelde.
Het boek maakte (en maakt nog steeds) veel indruk op de lezers.
Multatuli, pseudoniem van Eduard Douwes Dekker, werd op *2.3.1820 in
Amsterdam geboren en overleed op 19.2.1887 in Nieder-Ingelheim (Duitsland). Hij is
zonder meer de belangrijkste Nederlandse auteur van de negentiende eeuw, misschien wel van
alle tijden. Multatuli is een romanticus bij uitstek.
Bij hem vind je dan ook alle romantische kenmerken: opstandigheid, overheersen van het
gevoel, humor, hang naar verre landen.
Hij was gehuwd met Everdine Hubertine (Tine), baronesse van Wijnbergen,.
Multatuli is door zijn leven en werk, die niet van elkaar te scheiden zijn. de
verpersoonlijking van de romantiek. Dat leven was wisselvallig en avontuurlijk. In l838
trad hij in gouvernementsdienst in het toenmalige Nederlands-Indië, waar hij snel opklom,
maar toen al had hij dikwijls in onmin met zijn superieuren. In l852 ging hij met verlof
naar Nederland, waar hij wegens
ziekte tot 1855 bleef. Het jaar daarop werd hij aangesteld tot assistent-resident van
Lebak.
Op grond van aantekeningen van zijn voorganger en eigen ervaringen diende hij daar
nauwelijks in functie, een aanklacht in tegen het inlandse l hoofd wegens machtsmisbruik,
knevelarij en afpersing van de bevolking; praktijken die door het Nederlands gezag
getolereerd werden omwille van de "rustige rust" en vooral natuurlijk de grote
winsten die men in Indië behaalde.
Multatulis alleszins gerechtvaardigde maar bruuske optreden bezorgde hem een
overplaatsing. Gekwetst in zijn ijdelheid en geremd in zijn aspiraties vroeg hij daarop
ontslag aan.
Een jarenlange periode van zwerven, veelal zonder zijn gezin en in steeds benarder
omstandigheden, ving aan. In 1859 bediende hij zich voor het eerst van zijn pseudoniem
(Latijn voor ik heb veel gedragen).
In de herfst van dat jaar zette hij zich aan het deels in fictie vermomde verslag van
het ondervonden leed in Lebak. In een armoedig logement te Brussel schreef hij in enkele
weken Max Havelaar, of de koffijveilingen der Nederlandsche HandelMaatschappij. Die titel
zou lezers die interesse hadden in koffiewinsten op Java op een dwaalspoor kunnen brengen.
Op zichzelf mag het een wonder heten dat de schrijver in ongeveer zeven weken in
armoedige omstandigheden in een hotelkamer dit geniale boek schreef.
Op voorspraak van Jacob van Lennep (zie hierboven voor diens rol in de uitgave van Max
Havelaar) trachtte hij eerherstel te krijgen, maar de minister van Koloniën weigerde hem
een positie in Indië. Hierop publiceerde Multatuli in
1860 zijn boek, via Van Lennep, die de tekst , zoals eerder vemeld, censureerde.
In de volgende jaren bleef Multatuli nog lang aarzelen tussen zijn politieke ambities,
hervatting van zijn ambtelijke loopbaan en zijn schrijverschap.
De verhouding tot zijn medemensen werd gekenmerkt door voortdurende misverstanden die
hem tot polemiek noopten.
Hij streed tegen alle vormen van onrecht: politieke willekeur, sociale misstanden, de
ongelijke positie van de vrouw, en tegen de knellende fatsoensmoraal van de kerk en de
Droogstoppels van de gegoede burgerij.
Die strijd voerde hij zowel in zijn werk als in zijn leven. zoals ook zijn turbulente
liefdesleven bewijst; zo werden zijn Minnebrieven (1861), die o.a. Geschiedenissen van
gezag en sprookjes ,bevatten geïnspireerd door zijn verhouding met zijn nichtje Sietske
Abrahams.
Geplaagd door chronisch geldgebrek zocht hij meermalen de speelbank op welke ervaringen
hij verwerkte in Millioenenstudiën. Multatuli is na 1870 nog slechts incidenteel in
Nederland geweest voor het houden van lezingen of voor de opvoering van zijn
toneelstukken. Door bewonderaars bijeengebrachte fondsen stelden hem in staat zich in 1881
te Nieder-Ingelheim te vestigen- Hij had het schrijven er toen al aan gegeven, na een
aanval in 1875 op zijn privé-leven door J. van Vloten. In 1877 verscheen het zevende en
laatste deel van zijn Ideën. (Dat waren duizenden aforismen, verhalen, brieven en
sprookjes, pamfletten, aforismen en brieven.)
Zijn bekendste werk blijft de Max Havelaar, die vooral door de bijzondere vorm en de
gevarieerde stijl die direct veel indruk maakte. Die vorm lijkt in eerste instantie
onsamenhangend (een bont , boek noemde de schrijver het) door de uiteenlopende
genres waaruit het bestaat, maar blijkt bij nadere beschouwing een hechte constructie te
zijn, waarin de verschillende onderdelen nauw op elkaar betrokken zijn.
Fragmenten als de toespraak aan de hoofden van Lebak en de geschiedenis van Saïdjah en
Adinda zijn klassiek geworden; een pleidooi voor een menselijke behandeling van de
inheemse bevolking werd ondanks ,het einde, waarin Multatuli zich rechtstreeks tot de
koning wendt, door veel tijdgenoten echter niet opgemerkt. Pas met de invoering van de
ethische politiek begin 20e eeuw werd iets van zijn idealen verwezenlijkt.
De Max Havelaar, die in 1875 voor het eerst naar het oorspronkelijke handschrift
verscheen, is in 33 talen vertaald en is in 1976 verfilmd.
In de roman Max Havelaar is er geen principieel verschil tussen fictie en
autobiografie. In deze zin is Multatuli hij de eerste moderne schrijver. Zijn invloed is
zeer groot geweest, in eerste instantie door zijn ideeën. socialisten lieten zich door
hem inspireren. Ook Tachtigers als Paap en Gorter zagen zijn literaire grootheid. In de
20e eeuw ontdekte Forum hem opnieuw; hij was voor Du Perron c.s. om zijn onafhankelijke en
polemische instelling de vent bij uitstek. Ook daarna, toen de politieke en
sociale idealen waarvoor hij streed hun actualiteit hadden verloren, bleef hij om deze
instelling en om zijn nog steeds levendige en geestige, vaak venijnige stijl een
inspiratiebron voor uiteenlopende auteurs als Hermans, Brandt Corstius .In 1975 werd het
Multatuli-museum in Amsterdam opengesteld. Zijn Volledige Werken een project waar vijftig
jaar aan werd gewerkt, kwam gereed in 1995 en beslaan 25 delen. In totaal bijna 20 000
paginas.
Tenslotte volgt hieronder de beroemde laatste paginas uit de roman Max Havelaar
waarin de schrijver Multatuli een oproep doet om naar hem te luisteren:
Havelaar doolde arm en verlaten rond: Hij zocht...
Genoeg, mijn goede Stern! Ik, Multatuli, neem de pen op.
Ge zijt niet geroepen Havelaars levensgeschiedenis te schrijven. Ik heb u in t
leven geroepen... ik liet u komen van Hamburg... ik leerde u redelijk goed Hollands
schrijven, in zeer korte tijd... ik liet u Louise Rosemeyer kussen, die in suiker doet...
het is genoeg Stern, ge kunt gaan!
Die Sjaalman en zijn vrouw...
Halt, ellendig produkt van vuile geldzucht en godslasterlijke femelarij! Ik heb u
geschapen,.. ge zijt opgegroeid tot een monster onder mijn pen... ik walg van mijn eigen
maaksel: stik in koffie en verdwijn! !
Ja, ik, Multatuli, die veel gedragen heb neem de pen op.
Ik vraag geen verschoning voor de vorm van mijn boek. Die vorm kwam mij geschikt voor
ter bereiking van mijn doel. !
Dit doel is tweeledig: Ik wilde in de eerste plaats het aanzijn geven aan iets dat als
heilige poesaka zal kunnen bewaard worden door kleine
Max en zijn zusje, als hun ouders zullen zijn omgekomen van ellende.
Ik wilde aan die kinderen een adelbrief geven van mijn hand.
En in de tweede plaats: ik wil gelezen worden.
Ja, ik wil gelezen worden!
(
)
Ja, ik zal gelezen worden!
Als dit doel bereikt wordt, zal ik tevreden zijn. Want het was me niet te doen om goed
te schrijven... ik wilde zo schrijven dat het gehoord werd. En, evenals iemand die roept:
houdt de dief! zich weinig bekommert over de stijl zijner geïmproviseerde
toespraak aan t publiek, is t ook mij geheel om t even hoe men de wijze
zal beoordelen waarop ik mijn houdt de dief heb uitgeschreeuwd.
Het boek is bont... er is geen geleidelijkheid in-.. jacht op effect... de stijl
is slecht... de schrijver is onbedreven...geen talent... geen methode...
Goed, goed, alles goed! Maar... d e J a v a a n w o r d t mishandeld!
Want: wederlegging der h o o f d s t r e k k i n g van mijn werk is onmogelijk!
Hoe luider overigens de afkeuring van mijn boek, hoe liever t mij wezen zal, want
des te groter wordt de kans gehoord te worden.
(
)
aan U draag ik mijn boek op, Willem de derde, Koning, Groothertog,
Prins
meer dan prins, Groothertog en Koning
Keizer van t prachtige rijk
van Insulinde dat zich daar slingert om de evenaar als een gordel van smaragd
Aan U durf ik met vertrouwen vragen of t uw keizerlijke wil is :
Dat Havelaar wordt bespat met de modder van Slijmeringen en Droogstoppels?
En dat daarginds Uw meer dan dertig millioenen onderdanen worden mishandeld en
uitgezogen in UW naam?