De Schoolmeester

smcplaza.gif (3292 bytes)
www.smc.nl


HomePage ] Omhoog ] Zoeken ] Literatuur 1100 - 1920 ] Interbellum (1920 - 1940) ] Literatuur over WO II ] Literatuur na 1945 ]

 

HomePage
Omhoog
Nicolaas Beets
Piet Paaltjens
De Schoolmeester
Klikspaan

De Schoolmeester

 

033-1.tif (28216 bytes)

 

De Schoolmeester was het pseudoniem van Gerrit van de Linde *12.3.1808 Rotterdam,overl. 27 1.1858 Londen. De Schoolmeester studeerde te Leiden theologie nam deel aan de Tiendaagse Veldtocht (tegen België) en moest in 1834 uitwijken naar Londen wegens overspel met een hooggeplaatste dame, een onecht kind en financiële schulden. Daar nam hij een jongenskostschool over en rehabiliteerde hij zich door een voorbeeldige levenswandel. In de trant van The Ingoldsby legends van R.H. Barham dichtte hij talloze zogenaamde knittelverzen, die na zijn dood door zijn vriend J. van Lennep werden uitgegeven als De gedichten van den Schoolmeester (l859) en vele malen werden herdrukt.

Een voorbeeld van zijn gedichtjes volgt hieronder:

(Het is een parodie op een negentiende-eeuws schoolboekje waarin een dier, in dit geval een leeuw wordt beschreven)

Een leeuw is eigenlijk iemand,

Die bang is voor niemand.

Zijn ogen en zijn neus

Zijn groter dan die van een reus,

En zijn muil

Is een ware moordkuil;

Met zijn klauw

Is een leeuw geweldig gauw;

(…)

Onlangs heeft hij in Londen

Nog een juffrouw verslonden;

Doch nu ik mij bezin,

Was hij het niet - het was de leeuwin.

(…)

Komt ooit een ware leeuw rechtstreeks op u aan,

Dan nis ‘t het beste om maar regelrecht uit de weg te gaan.

Doch niet als hij opgezet of dood is;

Daar er in dat geval volstrekt geen nood is.

De Schoolmeester was de eerste die experimenteerde met dubbelrijm en met onregelmatig gevormde verzen (knittelverzen genoemd).

Eigenlijk zijn de gedichten alleen maar geschikt om te lezen als je een geïllustreerde uitgave hebt. De tekeningen zijn nauw verbonden met de tekst.

De schrijver heeft door zijn betrekkelijk vroege dood nimmer de uitgave van zijn werk gezien. Zijn vriend Jacob van Lennep maakte veel werk van de uitgave: hij vroeg een goede tekenaar (Anthonie de Vries) honderd tekeningen bij de gedichten te maken. Deze kreeg er zoveel aardigheid in dat hij er 200 maakte.

In het volgende voorbeeld zie je dat tekeningen en tekst nauw verweven zijn:

er is sprake van ‘getroffen worden door het tuingereedschap’. Dat betekent in de tekst dat men dit gereedschap ziet, maar de tekenaar maakt ervan dat er mee wordt gegooid.

 

 Vorige HomePage Omhoog Volgende