De Schoolmeester was het pseudoniem van Gerrit van de Linde *12.3.1808
Rotterdam,overl. 27 1.1858 Londen. De Schoolmeester studeerde te Leiden theologie nam deel
aan de Tiendaagse Veldtocht (tegen België) en moest in 1834 uitwijken naar Londen wegens
overspel met een hooggeplaatste dame, een onecht kind en financiële schulden. Daar nam
hij een jongenskostschool over en rehabiliteerde hij zich door een voorbeeldige
levenswandel. In de trant van The Ingoldsby legends van R.H. Barham dichtte hij talloze
zogenaamde knittelverzen, die na zijn dood door zijn vriend J. van Lennep werden
uitgegeven als De gedichten van den Schoolmeester (l859) en vele malen werden herdrukt.
Een voorbeeld van zijn gedichtjes volgt hieronder:
(Het is een parodie op een negentiende-eeuws schoolboekje waarin een dier, in dit geval
een leeuw wordt beschreven)
Een leeuw is eigenlijk iemand,
Die bang is voor niemand.
Zijn ogen en zijn neus
Zijn groter dan die van een reus,
En zijn muil
Is een ware moordkuil;
Met zijn klauw
Is een leeuw geweldig gauw;
(
)
Onlangs heeft hij in Londen
Nog een juffrouw verslonden;
Doch nu ik mij bezin,
Was hij het niet - het was de leeuwin.
(
)
Komt ooit een ware leeuw rechtstreeks op u aan,
Dan nis t het beste om maar regelrecht uit de weg te gaan.
Doch niet als hij opgezet of dood is;
Daar er in dat geval volstrekt geen nood is.
De Schoolmeester was de eerste die experimenteerde met dubbelrijm en met onregelmatig
gevormde verzen (knittelverzen genoemd).
Eigenlijk zijn de gedichten alleen maar geschikt om te lezen als je een geïllustreerde
uitgave hebt. De tekeningen zijn nauw verbonden met de tekst.
De schrijver heeft door zijn betrekkelijk vroege dood nimmer de uitgave van zijn werk
gezien. Zijn vriend Jacob van Lennep maakte veel werk van de uitgave: hij vroeg een goede
tekenaar (Anthonie de Vries) honderd tekeningen bij de gedichten te maken. Deze kreeg er
zoveel aardigheid in dat hij er 200 maakte.
In het volgende voorbeeld zie je dat tekeningen en tekst nauw verweven zijn:
er is sprake van getroffen worden door het tuingereedschap. Dat betekent in
de tekst dat men dit gereedschap ziet, maar de tekenaar maakt ervan dat er mee wordt
gegooid.