Piet Paaltjens was het pseudoniem van François Haverschmidt. Nederlands
dichter. *14.2.1835 Leeuwarden, overl. (zelfmoord) 19.1.1894 Schiedam.
Haverschmidt studeerde te Leiden en werd predikant, o.a. te Den Helder ( 1862) en
Schiedam.
Onder pseudoniem schreef hij in zijn studententijd humoristische. door de buitenlandse
Romantiek (Heine, Schiller. Hugo) beïnvloede gedichten. die hij later in Snikken en
grimlachjes ( 1867) bundelde. Zij worden nog steeds herdrukt en werden in het Frans en
Duits vertaald. Een aantal humoristische realistische schetsen bundelde hij onder zijn
eigen naam in Familie en kennissen ( 1876). Paaltjens speet in zijn werk een spel met het
eigen romantisch sentiment door parodie en contrast met de nuchtere werkelijkheid.
Een paar voorbeelden van gedichten uit Snikken grimlachjes volgen hier:
Hem die mij grof beledigt,
Mij overlaadt met schand
En openlijk mij belastert,
Hem reik ik de broederhand.
Maar die mij voorkomend bejegent
Die mij aan zich verplicht
En zich mijn vriend durft noemen,
Dien spuw ik in t gezicht.
Een wat langer gedicht is RIKA waar hieronder alleen de eerste strofe wordt overgenomen
(de dichter beschrijft een liefde op het eerste gezicht):
Slechts eenmaal heb ik u gezien. Gij waart
Gezeten in een sneltrein, die den trein,
Waar ik mee reed, passeerde in volle vaart.
De kennismaking kon niet korter zijn.
Boven de meeste gedichten staat trouwens geen titel. Alleen een nummer en veel nummers
ontbreken. Hiermee wilde de dichter de mystificatie (=het bedrog) in stand houden dat niet
hijzelf de gedichten had geschreven maar dat hij ze had gevonden.
Het dichtbundeltje Snikken en grimlachjes is steeds herdrukt en is heel geschikt voor
je leeslijst. Als je het leest moet je ook goed kijken naar de (proza) inleiding.
(Opmerking: let even op de spelling van het woord grimlachjes, dat is juist iets
zwartgalliger en in de Romantiek passender dan glimlachjes zou zijn geweest.)
Hierin is, zoals hierboven gezegd, sprake van een soort mystificatie: François
Haverschmidt doet net alsof hij gedichten niet zelf schreef maar ze heeft gevonden. In de
voorrede legt hij dit uit. (Zon mystificatie is ook een typisch romantisch
verschijnsel).