Allegorie

smcplaza.gif (3292 bytes)
www.smc.nl


HomePage ] Omhoog ] Zoeken ] Literatuur 1100 - 1920 ] Interbellum (1920 - 1940) ] Literatuur over WO II ] Literatuur na 1945 ]

 

HomePage
Omhoog
Puntdicht
Allegorie

Allegorie


Eerst een korte toelichting.

Aanvankelijk was Huygens in dienst van stadhouder Maurits. Toen deze overleed volgde diens halfbroer Frederik Hendrik deze stadhouder op. Huygens probeerde nu door middel van het aanbieden van onderstaand gedicht (het is dus een soort sollicitatiebrief) in dienst te komen als secretaris van de nieuwe stadhouder. Dit lukt hem, ook Willem II en Willem III zal hij als secretaris dienen. Wat hieronder volgt is een deel van het gedicht Scheepspraat. Hij vergelijkt Nederland met een schip, de stadhouder met de kapitein, het volk met de matrozen en de regeerders met de reders. Zo’n volgehouden vergelijking noemen we een allegorie.

Als hij schrijft dat Maurits ‘te kooi is gekropen’ bedoelt hij het overlijden van die stadhouder.

 

Scheepspraat ten overlijden van Prins Maurits

Mouringh die de vrije Schepen

Van de sevenlandse buurt

Veertig jaren onbegrepen

Onbekropen heeft gestuurd;

Mouringh die se door de baren

Van zo menig tegentij

Vóór de wind heeft leren varen,

Al en was ‘t maar wind op zij;

Mouringh, schipper zonder weerga,

Die zijn onverwinlijkheid

Waar de zon op waar zij neer ga

t’Aller oren heeft gepreit (=duidelijk heeft gemaakt)

Mourinng die de zee te nauw hiel (=voor wie de zee te klein was)

Voor zijn zeilen en zijn wand

Die de vogelen te gauw viel

Al bezeilde hij maar ‘t zand (slaat op strandzeiltocht van M.)

Mauringh was te kooi gekropen

En de endeloze slaap

Had zijn wakker oog beslopen

En hem, leeuw gemaakt tot schaap.

Och! de grote schipper, och!

Wat zou ‘t schaen als wij al sliepen,

Waakte schipper Mouringh nog!

Schipper Mouringh maar je legt er,

Maar je legt er plat evelt,(=geveld)

Stout verweerer, trot bevechter,

Bey te zeewort en te veld.(=zowel op zee als te land)

Kijk, de takels en de touwen,

en de vlaggen en het schut

Staan en pruilen in den rouw en (Staan te pruilen…)

Altenmalen in den dut.

Dutten? sprak Mooi Heintje, dutten? (Frederik Hendrik)

stille maats, een toontje min. (=lager)

Dutten? wacht dat most ik schutten,(=tegenhouden)

Bin ik anders dien ik bin.(als ik ben die ik ben)

‘k Heb te lang om Noord en Zuien

Bij de Baas te roer gestaan

‘k Heb te veul gesnor van buien

Over deuze muts zien gaan.

‘k Selt hun lichtelijk so klaren

Dat ik vlaggen schut en touw,

En de maats die met me varen

Vrijen sel van dut en rouw.(=vrijwaren zal voor…)

Reeërs (jouerliefde mien ik,(ja, jullie bedoel ik)

Die van vers op ‘t kussen vicht (die op het pluche zitten)

Wiljer an? Kedaar, jou dien ik (Kijk eens aan)

You allienig, bij dit licht.

Weeran, riepen de matrozen,

‘t Is een man oft Mouringh waar,

En de reeërs die hem kozen,

Weeran, ‘t is de jonge vaar.(vader)

Heintje peurde strak aan ‘t stuur en

Haalde ‘t anker uit de grond,

‘t Scheepje ginck door ‘t Zeesop schuren,

Offer Mouringh nog aan stond.


In het vervolg van het gedicht stelt hij zichzelf voor als nieuwe secretaris van de prins.

Huygens kreeg deze functie en had als veelzijdig diplomaat veel invloed op de stadhouders die hij bijstond.

 

 Vorige HomePage Omhoog