Puntdicht

smcplaza.gif (3292 bytes)
www.smc.nl


HomePage ] Omhoog ] Zoeken ] Literatuur 1100 - 1920 ] Interbellum (1920 - 1940) ] Literatuur over WO II ] Literatuur na 1945 ]

 

HomePage
Omhoog
Puntdicht
Allegorie

Puntdicht


Een voorbeeld van zo’n puntdicht is een gedichtje op zijn hond die de naam Geckje droeg:

Dit is mijn hondjes graf

Ik zeg er niet meer af

Als dat ik wenste

(En de wereld was niet bedurven)

Dat mijn klein Geckje leefde

En al de groten sturven.

(af = van, bedurven = bedorven, sturven = stierven)

Nog enkele voorbeelden van zulke puntdichten:

 

Een valse munter

Dirk heeft verstand van als (= alles)

 

‘t meeste nog van geld te maken,

dan echt, en dan eens vals,

naar tijd en loop van zaken.

Nu kost het hem zijn hals,

daar moest hij toe geraken.

En ‘t is hem wel gegund:

hij had er op gemunt.

In zo’n gedichtje wordt duidelijk hoe Huygens gebruik maakt van allerlei woordspelingen, meestal berusten zijn puntdichten op de meervoudige betekenissen van allerlei woorden.

 

Het lachen heeft geen weerga, Griet,

Er rijmt op ‘t woord van lachen niet. (= niets).

Tenslotte een puntdicht dat Huygens bewerkte uit het Spaans:

 

Al is het vliegje nog zo klein

het werpt zijn schaduw op het plein.

 

 HomePage Omhoog Volgende