Schelmenroman

smcplaza.gif (3292 bytes)
www.smc.nl


HomePage ] Omhoog ] Zoeken ] Literatuur 1100 - 1920 ] Interbellum (1920 - 1940) ] Literatuur over WO II ] Literatuur na 1945 ]

 

HomePage
Omhoog

Schelmenroman


Een goed voorbeeld van zo’n schelmenroman uit onze literatuur is De Vermakelijke Avonturier door Nicolaas Heinsius uit 1695.

Het is een heel geschikt boek voor een leeslijst temeer omdat er gemoderniseerde uitgaven in de handel zijn.

Een belangrijke nieuwe dichtvorm is het sonnet.
Een sonnet is een gedicht dat uit veertien regels bestaat.

Er zijn twee strofen van vier regels: kwatrijnen genoemd en twee van drie regels: de terzetten.

Tussen de eerste acht regels (het octaaf) en de laatste zes (het sextet) is voor wat de inhoud betreft een wending (ook wel val, volta of chute genoemd).

Als voorbeeld volgen hieronder twee sonnetten: een van de zeventiende-eeuwse dichter P.C.Hooft en een van de hedendaagse dichter Pierre Rawie:

 

Sonnet

         Wanneer de Vorst des lichts slaat aen de gulden toomen

Sijn hand en beurt omhoog aansienlijk uiter zee

Sijn uitgespreide pruik van levend goud, waarmee

Hij nare angstvalligheid, en vaak, en krepele dromen

       

         Van ‘s mensen lichaam strijkt en berg en bos en bomen,

en steden vollickrijk en velden met het vee

In duisternis verdwaald ons levert op haar stee

Verheugt hij, met den dag het aardrijk en de stromen

 

Maar d’andere sterren als naijvrig van sijn licht,

begraaft hij met zijn glans in duisternissen dicht,

        En van d’ontelbare schaar mag ‘t niemand bij hem houwen

 

Al eveneens wanneer uw geest de mijne roert,

word ik gewaar dat gij in ‘t heilig aanschijn voert

Voor mij den dag, mijn Son, de nacht voor d’andre vrouwen.

 

Dit sonnet van Hooft dateert uit de tijd rond 1615.

 

En het sonnet hieronder is uit 1989, het is van Pierre Rawie en komt uit zijn bundel Woelig stof.

 

Wanneer ik terugblik over mijn verleden,

blijkt dat mij niets gebleven is dan spijt;

ik zie nu dat ik de verloren tijd

met wat ik deed maar jammerlijk besteedde.

 

Steeds bezig met verkeerde bezigheden,

tot wat mij schaadde meer en meer bereid,

geraakte ik, door valse hoop misleid

en steeds ontgoocheld, in het ongerede.

 

soms leek het even of ze stevig stonden,

de luchtkastelen door mijn geest gebouwd,

maar geen hield langer stand dan een seconde.

 

Al wat de droom berekend had, is fout,

want alles gaat in dood, in wind te gronde;

        wee die iets hoopt, of ergens op vertrouwt!

 

De regels waaraan een sonnettenschrijver zich houdt zijn hier wel zichtbaar: er zijn slechts vier rijmklanken aan het slot van de regels, er is een indeling in kwatrijnen en terzetten. Er is een wending.

Het sonnet is gebouwd op rijmklanken, niet alleen eindrijm, ook assonantie en beginrijm spelen een rol. Een andere naam voor sonnet was dan ook: klinkdicht.

 

 HomePage Omhoog