De aanduiding Hulthemse handschrift is als volgt ontstaan:
in 1815 kocht een Gentse notaris op de markt in zijn woonplaats voor enkele franken een
oud handschrift.
Bij nader inzien bevatte dit allerlei op perkament geschreven middeleeuwse teksten.
Alle abele spelen stonden er bijvoorbeeld in en een zestal zogenaamde sotternieën. Omdat
er vier abele spelen in staan en zes sotternieën vermoedt men dat er twee abele spelen
zijn zoekgeraakt. Want na een abel spel (zie de informatie hierover in het onderstaande)
kwam steeds een sotternie. Hopelijk worden de twee ontbrekende spelen nog eens
teruggevonden.
Verder was de marialegende Beatrijs opgenomen.
Het handschrift moet in 1410 zijn ontstaan, het bevat allerlei veel oudere teksten,
waarvan meestal in dit handschrift de enig overgebleven kopie is te vinden.
Er zijn helaas enkele bladen verloren geraakt.
Hoe is het nu te verklaren dat zon waardevol manuscript (dat er ook heel mooi
uitzag) op een markt belandde?
Het antwoord moet zijn dat men in ons land tot ongeveer 1840 weinig belangstelling had
voor oude handschriften. Nieuwere gedrukte teksten waren immers veel beter leesbaar! Pas
met de komst van de Romantiek (rond 1840 is er een bloei van deze stroming in ons land)
komt ook de waardering van het historische materiaal op. Het vak geschiedenis ontstaat -
mede door inspanningen van Reinier Bakhuizen van den Brink en men gaat middeleeuwse
teksten verzamelen. Op dat moment is er helaas al veel verloren gegaan.