Deze Oosterse roman is, zoals de andere uit dit genre ontstaan onder invloed van de
verhalen die de ridders meebrachten na een kruistocht.
We treffen motieven aan als: van het heidendom bekeerd worden tot het christendom. Er
is - veelal in tegenstelling tot ander werk uit de middeleeuwen - beslist sprake van een
respect voor andere levensovertuigingen dan de christelijke. Wel zien we dat er sprake is
van de bekering tot het christendom. Heel in het kort het verhaal - wie vollediger
informatie wil raadplege de site met uittreksels.
Floris, zoon van een Moorse koning wordt verliefd op Blanchefloer, dochter van een
katholieke gravin.
De koning verkoopt Blanchefloer aan de emir van Babylonië. Het is de bedoeling dat
Floris haar vergeet, maar hij dreigt te sterven van verdriet zodat hij haar op gaat halen.
Door middel van een list (hij verstopt zich in een mand met rozen - vermakelijk is dat hij
eerst aan het verkeerde adres wordt bezorgd - ) weet hij Blanchefloer te redden. Ze zullen
door de emir, die hen betrapt, worden terechtgesteld. Maar hun oprechte liefde
overtuigt hem ervan dat hij hen moet laten leven. Floris bekeert zich tot het katholieke
geloof, uit hun verbintenis wordt een dochter geboren (Berthe met de brede
voeten) die de moeder zal worden van Karel de Grote.