Een van de bekendste Frankische of Karelromans is Karel ende Elegast. Het werk is
bovendien compleet bewaard gebleven. Het begint aldus:
Fraeye historie ende al waer
Mach ic u tellen hoort naer
Het was op enen avontstont
Dat karel slapen begonde
Tengelem op den rijn
[Een mooie en ware geschiedenis kan ik u vertellen, luister:
Op een avond was Karel juist in slaap gevallen
in Ingelheim aan de Rijn]
In deze ridderroman is Karel de Grote in Ingelheim aan de Rijn om op een hofdag recht
te spreken. In de nacht voor de hofdag verschijnt hem in een droom tot driemaal toe een
engel die hem beveelt uit stelen te gaan. Karel gehoorzaamt tenslotte en verlaat zijn
kasteel.
Buiten in het bos ontmoet hij een zwarte ridder. Omdat geen van beiden zijn naam bekend
wil maken, komt het tot een gevecht.
De zwarte ridder blijkt Elegast te zijn die om een kleinigheid van Karels hof verbannen
was en nu uit nood roofridder geworden is Karel noemt zich Adelbrecht en hij stelt Elegast
voor samen uit stelen te gaan. Het voorstel van Adelbrecht alias Karel om in Ingelheim bij
Karel de Grote te gaan inbreken wijst Elegast verontwaardigd van de hand. Zijn ridderwoord
van trouw aan de koning doet hij gestand.
Zij besluiten naar Karels leenman en zwager Eggeric te gaan. Elegast komt met behulp
van slaapformules en toverlkruid ongehinderd Eggerics kasteel binnen en verneemt daar dat
hij van plan is de volgende dag een aanslag op Karel te plegen. Wanneer Elegast dit aan
Adelbrecht alias Karel vertelt, begrijpt deze laatste waarom God hem uit stelen heeft
gestuurd. De volgende dag, op de hofdag, laat Karel Eggeric gevangen nemen op
beschuldiging van hoogverraad. Eggeric ontkent en beschuldigt Elegast van
leugenachtigheid. Een godsoordeel in de vorm van een tweegevecht moet de waarheid aan het
licht brengen. Eggeric verliest het gevecht en bewijst hiermee zijn ontrouw en verraad.
Elegast wordt in ere hersteld en trouwt met de vrouw van Eggeric.
Je ziet in een verhaal als dit verschillende sprookjesinvloeden: het idee van de
meesterdief, het idee van het toverkruid, het motief van de sprekende dieren en het motief
van het uitspreken van toverformules waardoor iedereen in slaap valt. De oudere sprookjes
moeten dus ten grondslag hebben gelegen aan het verhaal. Maar er zijn ook
vroeg-christelijke motieven (zoals de opdracht die Karel van God ontvangt). En verder zie
je de invloed van de oude Germaanse rechtspraak: schuld werd door middel van een
tweegevecht zonneklaar aangetoond - een zogenaamd godsoordeel.