Willem Wilmink Enschede 1936) is dichter, (tekst)schrijver en essayist, studeerde
Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Hij debuteerde met Brief van een
Verkademeisje (1966).
In zijn werk vervaagt de grens tussen het schrijven voor de jeugd en voor volwassenen.
Een goed voorbeeld daarvan is het verhaal Kees, ook een beschouwend boek als Het Wilhelmus
is in de eerste plaats voor kinderen geschreven maar is een uitstekende bron voor iedereen
die iets meer over dit volkslied wil weten.
Om een indruk van zijn gedichten te geven volgt hieronder een voorbeeld van poëzie van
Wilmink:
| Wees niet zo bang voor Kerst.
Het zijn twee dagen, Dat is niet meer dan achtenveertig
uur.
En uren, het ene vlug, het ander trager,
Uren vervliegen op den duur.
Raak niet verloren in herinneringen,
Wees toch een beetje wijzer deze keer.
Zing maar van Stille Nacht als je kunt zingen,
Want stil zal het zijn, die nachten. Zeer.
Zing in jezelf: De witte vlokken zweven
terwijl de regen langs de pannen ruist.
Het kind is niet in Betlehem gebleven:
Het is naar Golgotha verhuisd.
Gedenk de dieren op de schalen en de borden,
Die zitten meer dan jij in de puree.
Eten is beter dan gegeten worden,
Ook in de glans van Lucas 2.
Zeg nee als mensen je te eten vragen,
Want in een andermans gelukkige gezin
Daar is de kerstboom enkel te verdragen
met een uitslaande brand erin.
Wees niet zo bang voor Kerst. Het zijn twee dagen. |
Een keuze uit zijn werk: Poëzie: Goejanverwellesluis,
korenschoven, liedjes en gedichten (1971); Zeven liedjes voor een piek (1972); Een
vreemde tijger en andere gedichten (1972); Voor een naakt iemand (1977;
bloeml.); Verzamelde liedjes en gedichten (1988); Ze zeggen dat de aarde draait
(1988); Moet worden gevreesd dat het nooit bestond? (1990). Poëzie voor
kinderen: Dat overkomt iedereen wel (1973); Visite uit de hemel (1975); Berichten
voor bezorgde kinderen (1975; bloeml.); De dertien maanden van het jaar (1977);
We zien wel wat het wordt: liedjes voor kinderen in de groei (1985); Een hond
gaat op reis (1992). Proza voor kinderen: Het bangedierenbos
(1975); Het reisgezelschap van de Amstel (1976); Ver van de stad (1976); Buurjongens
(1977); Moord in het moeras (1979); Spook tussen spoken (1980); Twee
meisjes in Twente (1981; verhalen en poëzie); Dicht langs de huizen (1982); Drie
reizen van Lodewijk (1984); Waar het hart vol van is (1986); Goedenavond,
Speelman (1988); Vandaag is het de grote dag (1988); In de keuken van de
muze. De gehele schriftelijke cursus dichten (1991). Essays: Van
Roodeschool tot Rijsel. Een persoonlijke kijk op het Nederlandse lied (1988); Gij
weet toch dat gij niet bestaat (1989); Wat ik heb gevonden, je raadt het nooit
(1990).
Tip: Overleg eerst even met je docent als je hiervan iets op je lijst gaat zetten.