Jos Vandeloo (geb. in 1925) kreeg een technische opleiding als scheikundige in de
mijnindustrie, was steenkolendeskundige, daarna werkzaam in de journalistiek en de
uitgeverij. Herinneringen aan de tijd in de mijnen vindt men veelvuldig terug in zijn
verhalen en romans, b.v. in het verhaal Een mannetje uit Polen en in de roman De Muggen.
Hij maakte naam met het verhaal De muur (1958) en de korte roman over de
kernkrachtrisico's, Het gevaar (1960). Het laatste boek , Het Gevaar is in zoverre
wel zeer opmerkelijk omdat Vandeloo al in 1960 als een van de weinigen nadenkt over de
gevaren van atoomenergie. Wat hij in dit boek weergeeft ( het speelt naar we moeten
aannemen in de Belgische plaats Doel) lijkt in 1986 in de Sovjet Unie realiteit te worden.
Vandeloo is te beschouwen als een heel geëngageerd schrijver. Zijn korte verhalen
werden tot ver in Oost-Europa bekend.
Zijn belangrijkste thema's zijn de eenzaamheid, de vervreemding, de angst, het protest
tegen uitwassen en gevaren van de huidige maatschappij. Enkele titels van deze zeer
productieve schrijver: als De croton en andere verhalen (1962), Het huis der
onbekenden (1963) en De 10 minuten van Stanislao Olo (1969).
De vijand (1962); Een mannetje uit Polen (1965); De coladrinkers
(1968); De muggen (1973); Mannen (1975); Vrouwen (1978); De
Engelse les (1980); Sarah (1982); Les Hollandais sont là (1985); Opa's
droom (1987); De weg naar de Ardennen (1988); De beklimming van de Mont
Ventoux (1990); De vogelvrouw (1993); De man die niet van deurwaarders hield
(1995).
Ik heb wel eens de indruk dat Vandeloo in eigen land lange tijd miskend is geweest -
zijn succes kwam vooral door de belangstelling van vooral jongere lezers in Nederland en
door zijn vertaalde werk zoals dit in vrijwel alle Europese landen verscheen.