Bob den Uyl (Rotterdam 1930 aldaar 1992), Nederlands schrijver van
korte verhalen die tot hoofdmotief hebben de zinloosheid van het bestaan. Hij tekent is
zijn verhalen vaak het type van de buitenstaander, soms de outcast.
Aardig zijn zijn verhalen in bundels als Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam
(1975).
Hij schreef veel over zijn trektochten (bijvoorbeeld naar slagvelden uit de Eerste
Wereldoorlog in België) en zijn verhalen over wielrennen.
Enkele titels: Een zachte fluittoon (1968); Wat fietst daar? (1970;
essay); Met een voet in het graf (1971); De ontwikkeling van een woede
(1972); Een zwervend bestaan (1977; roman); Vreemde verschijnselen (1978); Quatro
Primi (1980; bevat de eerste vier bundels); Opkomst & ondergang van de zwarte
trui (1982; bundel); Hoe en waarom Edgar A. Poe The Raven schreef (1983); Het
landschap der levenden (1984); Een uitzinnige liefde (1986); Schrijvers
worden misbruikt (1987); Het land is niet ondankbaar (1989); De dwaalweg
(1991; novelle).
Heel geschikt voor een leeslijst, dit geldt eigenlijk voor alles wat hij schreef.