Ward Ruyslinck is een pseudoniem van Raymond de Belser (geb. te Berchem
1929). Hij was aanvankelijk bibliothecaris te Antwerpen. Hij trok voor het eerst de
aandacht met de novelle De ontaarde slapers (1957), waarin hij de zinloosheid van
het bestaan uitbeeldde. Het geeft meteen al aan wat ook later een thema in zijn werk zou
worden: het leven is een ongelijke strijd van de machteloze mens met de gemeenschap waarin
de paria, het gekwetste, verdrukte en bedreigde individu het steeds weer moet ontgelden.
Dat is ook zeer zichtbaar het hoofdthema in het door scholieren heel veel gelezen boek
Wierook en tranen.
Zijn eerste uitgebreide roman, Het dal van Hinnom (1961), rekende af met kerk en
maatschappij. Zijn veel gelezen toekomstroman Het reservaat (1964) pleitte voor de
individuele vrijheid, hoewel die een illusie blijkt te zijn. Daarna gingen de satire en de
karikatuur een belangrijker rol spelen zelfs in het tedere en bittere sprookje Golden
Ophelia (1966).
Ander werk: De heksenkring, 1972), Het ganzenbord, 1974, De sloper in
het slakkenhuis, 1977,Wurgtechnieken, 1980 en De verliefde akela, 1973).