Tijdens zijn huwelijk met de dichteres Hannie Michaelis (van 1948 tot
1959) verbleef Reve een aantal jaren in Groot-Brittannië. In Londen schreef hij The
acrobat and other stories. Die uitgave werd in Engeland geen succes, de vertalingen
ervan later in eigen land wel: Vier wintervertellingen.
In 1963 verschenen de reisbrieven voor het blad Tirade, gepubliceerd als Op
weg naar het einde (1963; romanprijs van de gemeente Amsterdam). Religie en
homoseksualiteit vinden hier hun verbinding in het zgn. revisme: een met religieuze,
mystieke en sado-masochistische elementen vermengd liefdesritueel. Belangrijk is ook de
uitgave: Brieven aan Josine M., 19591975 (1981). In 1966 trad hij toe tot de
Rooms-Katholieke Kerk. Het volgende brievenboek Nader tot U (1966), dat ook
gedichten bevat, verwekte een schandaal en Reve werd vervolgd wegens godslastering (
het ezelproces). Na een slepend proces, waarin de auteur zelf zijn verdediging
voerde, sprak de Hoge Raad hem in 1968 van alle aanklachten vrij. In 1969 ontving hij de
P.C. Hooftprijs 1968.
 |
links:
Simon Carmiggelt
rechts: Gerard Reve |
Later werk: Lieve jongens (1973), Het lieve leven (1974) en Een
circusjongen (1975), Oud en eenzaam (1978) en Moeder en zoon (1980) Wolf
(1983), een eenvoudige, sprookjesachtige vertelling in de stijl van het ouderwetse
jongensboek. In Bezorgde ouders (1988) zijn alle bekende Reve-ingrediënten en
-motieven weer ruimschoots vertegenwoordigd reden waarom deze roman wel wordt
beschouwd als een samenvatting van zijn schrijverschap.