|
Harry Mulisch (Haarlem 29 juli 1927) is van Tsjechisch-Hongaars-Oostenrijkse
afkomst. Hij debuteerde met de roman Archibald Strohalm (1952) Voor deze roman
ontving Mulisch de toen heel belangrijke Reina Prinsen Geerligsprijs).
Daarna ontwikkelde hij zich tot een van de eerste oorspronkelijk Nederlandse auteurs van
na 1945, met een oeuvre dat thematisch een opvallende eenheid vormt door het in vele
variaties voorkomen van mythische en magische elementen.
Daarbij speelt de magie van het schrijven zelf een belangrijke rol. Het gehele werk is
doordrongen van vragen en antwoorden naar aanleiding van het raadsel van de
tijd.
In de kleine roman Het zwarte licht (1956) wordt een ogenschijnlijk herkenbare
werkelijkheid uitvergroot tot kosmische proporties. Bepaald toegankelijk is deze roman
niet, dat moet ook gezegd worden van de roman Het stenen bruidsbed (1959), waarin
gebeurtenissen in het naoorlogse Dresden doorkruist worden door een soort Homerische
zangen, die samen met uitspraken en naamgeving van de romanpersonages de
actualiteit verbinden met het klassieke en mythologische verleden.
| Wie eens kennis wil maken met het werk van
Mulisch zou beter kunnen beginnen met de roman Twee Vrouwen of met de roman De Aanslag. Beide
zeer geschikt voor een leeslijst.
Uit veel van zijn werk blijkt een grote betrokkenheid met het wereldgebeuren.
Belangrijk voor de interpretatie van zijn werk is Voer voor psychologen (1961):
verhalen, invallen en anekdoten leveren het gecompliceerde beeld op van Mulisch
magisch-mythische levensfilosofie. In de jaren zestig maakte fictie plaats voor een
documentaire aanpak. De zaak 40/61 (1962) vormt het indrukwekkende verslag van het
proces-Eichmann in Jeruzalem (1961). |
|
Vastgesteld moet worden dat vroege levenservaringen uit de Tweede Wereldoorlog een
grote rol spelen in zijn werk. (Zijn vader was overtuigd Nazi in de oorlog zijn
moeder was joodse en vluchtte naar Canada vlak voor de oorlog).
De verteller (1970) is een ver doorgevoerde fragmentatie van parodieën op
stijlen en genres, aforismen en invallen, met als thema het versplinterd beeld van de
periode van de Tweede Wereldoorlog. Een zeer moeilijk te interpreteren boek. De kritiek
reageerde afwijzend; Mulisch schreef daarop een eigen commentaar, De verteller verteld
(1971). In De toekomst van gisteren; protocol van een schrijverij (1972) verkent
hij de grenzen van het schrijverschap wat betreft de vermenging van historische realiteit
en verbeelding. De al genoemde succesvolle liefdesroman Twee vrouwen (1975, dat was
het jaar van de vrouw) werd tevens verfilmd 1978).
Hetzelfde mythologische aspect dat men in het stenen bruidsbed en ook in twee vrouwen
vindt komt in nog sterker mate naar voren in de novelle Oude lucht (1977).
Wegens de omvang van bijna 1000 paginas is een roman als De ontdekking van de
hemel ongeschikt voor een leeslijst het is overigens een zeer leesbare roman.
Het laatste boek van Mulisch De procedure trekt veel aandacht.
|