Marga Minco, eigenlijk: Sara Menco (Ginneken 1920), schrijfster, enige
overlevende uit een joods gezin dat tijdens de bezetting werd weggevoerd. Zij was gehuwd
met de schrijver/dichter Bert Voeten (19181992). Een groot deel van haar werk is
door oorlogservaringen gekleurd. Misschien is zij wel de meest gelezen schrijfster voor
middelbare scholieren. Dat heeft natuurlijk in de eerste plaats te maken met de grote
zeggingskracht van haar stijl: de vele understatements. Maar ook is haar proza eenvoudig,
beknopt. Haar meeste verhalen, novellen en romans hebben een beperkte omvang.
Dat geldt ook voor haar debuut Het bittere kruid (1957) en voor de romans Een
leeg huis (1966; in 1992 bewerkt als toneelstuk) en De val (1983). De verhalen
die niet direct op de oorlog betrekking hebben, gaan wel altijd over eenzaamheid en
isolement. Het toeval, even absurd als tragisch, speelt er een belangrijke rol in. Haar
stijl is sober, men spreekt behalve van understatement ook wel van
woord-economieals men haar stijl wil karakteriseren.
Als voorbeeld van zon understatement volgt hieronder de slotzin van het bittere
kruid:
(Vooraf gaat het hoofdstukje waarin ze vertelt dat haar hele familie is omgekomen - op
een oude oom na. Deze oom wacht elke dag bij een tramhalte op de terugkeer van alle
familieleden
De schrijfster wilde dat ze dit ook kon hopen - " Maar ik miste het
geloof van mijn oom. Ze zouden nooit terugkomen, mijn vader niet, mijn moeder niet, Bettie
niet, noch Dave en Lotte."