Mensje van Keulen ('s-Gravenhage 1946), studeerde enige tijd aan de Academie voor
Beeldende Kunsten. Zij kreeg grote aandacht met haar roman Bleekers zomer en met
haar verhalenbundel Allemaal tranen (beide 1972). Dit was een nieuw soort realisme
in de moderne literatuur. Haar stijl is sober, haar onderwerpen zijn kwetsbare, soms
tragische individuen, die niet kunnen ontsnappen uit hun uitzichtloos bestaan. In de jaren
tachtig schreef zij nog de romans: Overspel (1982) en Engelbert (1987).
Ook genoemd kan worden Van Lieverlede, samen met Allemaal tranen en Bleekers zomer zijn
het veel gelezen boeken voor literatuurlijsten.