Aanvankelijk moest het maatschappelijke en culturele
establishment het ontgelden. Vanaf de jaren zeventig richtte Hermans zich vooral op
maatschappijhervormers. De bezettingstijd is natuurlijk bij uitstek een periode om zijn
wereldbeeld te demonstreren: De tranen der acacia's, de reeds genoemde novelle Het
behouden huis (1952) en de romans De donkere kamer van Damocles (1958) en Herinneringen
van een engelbewaarder (1971) zijn in deze periode gesitueerd.
Enkele aanraders voor een leeslijst: Het behouden huis, Nooit meer slapen, De donkere
kamer van Damocles.
Ander nog niet genoemd werk (een keuze): De God Denkbaar, Denkbaar de God
(1956); Een heilige van de horlogerie (1987); Au pair (1989); Ruisend
gruis (1995; postuum verschenen). Een landingspoging op Newfoundland en andere
verhalen (1957); Een wonderkind of een total loss (1967); Filip's sonatine
(1980); Homme's hoest (1980); Geyerstein's dynamiek (1982); De zegelring
(1984); De laatste roker (1991); In de mist van het schimmenrijk (1993;
Boekenweekgeschenk).