A.F.Th. van der Heide (Geldrop 1951) debuteerde in 1978 met de
verhalenbundel Een gondel in de Herengracht.
Het wat overdadige taalgebruik in zijn vroegste werk maakte plaats voor nuchterder
proza in zijn groots opgezette romancyclus De tandeloze tijd. Deze romans doen
verslag van de generatie van de jaren zeventig, verpersoonlijkt in de figuur van de
dertigjarige Amsterdamse junk Albert Egberts.
Voor het tweede deel van de cyclus, De gevarendriehoek (De tandeloze tijd
II, 1985) kreeg hij vrij veel waardering, ook blijkt dat uit toekenning van de F.
Bordewijkprijs en de Multatuliprijs.